Techniek en tijdsbeeld van het polshorloge; Een naslagwerk voor watch-watchers

Over mechanische horloges is genoeg geschreven, maar een naslagwerk over de Werdegang van het elektrische polsklokje is er pas sinds kort. Met klinisch-feitelijke gegevens en oogstrelende plaatjes. Voor de liefhebber.

Watch, the history of the modern wrist watch, Snoeck-Ducaju & Zoon, 1994. ISBN 90-5349-135-X.

Het aantal horloges dat jaarlijks wordt verkocht nadert snel de magische grens van één miljard. In de westerse wereld schaft één op de drie mensen zich elk jaar een nieuw horloge aan. Wereldwijd zet de horloge-industrie nu bijna zestien miljard Zwitserse franken om. Van die miljard horloges zijn er slechts zo'n 125 miljoen mechanisch - door een veer - aangedreven, de overgrote meerderheid tikt door een elektrische of elektronische voeding. De mechanische boegbeelden van merken als Blancpain, IWC en Patek Philippe trekken veel aandacht door de kolossale bedragen die er voor worden betaald; prijzen van enkele duizenden tot rond een half miljoen gulden. Tientallen speciale horlogetijdschriften volgen elke beweging van deze fabrikanten. Die aandacht is omgekeerd evenredig aan die voor de elektronische 'bulk'. “Hoewel er een aantal puur technische boeken over elektrische en elektronische horloges is gepubliceerd, is er niet één die de ontwikkeling van die uurwerken in een historisch perspectief zet. Dat is haast onbegrijpelijk, gegeven het feit dat ten minste 85 procent van de horloges die tegenwoordig worden gedragen op batterijen lopen”, schrijft Pieter Doensen in het juist verschenen boek Watch, history of the modern wrist watch.

Doensen, fysicus, heeft de geschiedenis beschreven vanaf het eerste elektro-dynamische produktiehorloge dat in de jaren vijftig door de Hamilton Watch Company werd ontwikkeld tot en met de laatste Junghans uurwerken, die radiografisch worden gecontroleerd door een satelietverbinding.

Naast die strak gedocumenteerde technische evolutie heeft hij de ontwikkeling van de designerswatch in kaart gebracht. Dat wil zeggen, de ontwerpers van de eerste generatie van deze horloges. Die periode wordt - enigszins arbitrair - volgens Doensen afgesloten in 1983 met de komst van Swatch op de markt. De Swatch heeft zo'n lawine aan pretfabrikaten teweeg gebracht, dat duidelijk van een tweede generatie kan worden gesproken.

Doensens bundel is een naslagwerk. De opzet is statisch en bijna klinisch-feitelijk. Voor anekdoterie is geen ruimte. Maar de vraag is ook of de collectionneur op grappen en wollige beschrijvingen zit te wachten. De 38.000 leden tellende National Association of Watch & Clock Collectors Inc. met haar 152 afdelingen bijvoorbeeld, wil feitelijk worden geïnformeerd over verschijningsdata, produkties en andere eigenschappen. De optocht van beroemde ontwerpers als Pierre Cardin en Pierre Balmain (mode), Guccio Bertone (auto's), Jean Dinh Van (juwelen), Rudi Meyer (logo's) en Dieter Rams (huisstylist van Braun), die allemaal ook horloges hebben gecreëerd, is beknopt en bestaat voornamelijk uit curricula vitae, portretjes en foto's van hun horlogedesigns.

Het eerste elektrische polshorloge dat in de jaren vijftig in de VS op de markt kwam, was de 'Ventura' voor de Hamilton Watch Company. Het was een ontwerp van Richard Arbib, die ook cruiseschepen, vliegtuigen en zonnebrillen tekende. Het werd een geweldig succes, al wilde het niet lukken om dezelfde techniek ook in een dameshorloge te krijgen.

Voorgangers van dat eerste elektrische horloge zijn te vinden in het 'Goud, Zilver en Klokken Museum' in Schoonhoven. Er liggen twee elektrische zakhorloges die gemaakt zijn voor 1910. Het zijn hoogstwaarschijnlijk de oudste oorspronkelijk elektrische horloges, die niet van mechanisch tot elektrisch zijn omgebouwd. In Amerikaans bezit is nog een mechanisch horloge uit circa 1925, dat wel is 'aangepast' en dat wordt aangedreven door een batterij buiten de kast. Doensen vermeldt verder nog een Finse soldaat - horlogemaker van beroep - die in 1944 zijn vrije tijd gebruikte om een elektrisch horloge in elkaar te fröbelen.

Een zelfde nauwgezette geschiedschrijving als die van het elektrische horloge geeft Doensen van het kwartsuurwerk en van de horloges met LED en LCD. Het boek 'Watch' vormt daarmee een nauwkeurig en compleet historisch overzicht, maar is voor de minder gedreven verzamelaar ook een plaatjesboek, dat grafisch fraai is verzorgd en fotografisch van hoge kwaliteit is. Die plaatjes geven een beeld van horloges, dat soms zwaar gedateerd is en daarom zo leuk. Van die Hamiltons bijvoorbeeld, stralen pregnant 'the fifties' af. De horloges van de Franse fabriek Lip daarentegen hebben veelal een tijdloze lijn, elegant en discreet als het logo van de fabriek zelf. Je betrapt je er op, dat je etalages met Lips in het verleden wreed voorbij bent gelopen. In zoverre is Watch dan ook een 'gevaarlijk' boek: als je nog geen verzamelaar van moderne horloges was, zou je het na lezing wel worden.