Flauwekul allemaal, Voeren heeft geen problemen

De gemeenteraad van het Belgische Voeren, een Vlaamse gemeente met een meerderheid van Franstaligen, kwam gisteren voor het eerst na de verkiezingen bijeen. Dankzij een compromis van premier Dehaene werd de omstreden Franstalige socialist José Happart geen burgemeester.

's-GRAVENVOEREN, 12 JAN. De raadszaal is net groot genoeg voor vijftien gemeenteraadsleden. De zeven Nederlandstaligen zitten aan één kant van de kamer, de acht Franstaligen zetelen er recht tegenover. De voertalen zijn Nederlands, Frans en dialect. “Oui-ja”, antwoorden de Franstaligen als ze stemmen over de agendapunten. Maar de eed die ze in handen van de burgemeester moeten afleggen, wordt in het Nederlands opgezegd - met hulp van een spiekbriefje.

De eerste zitting gisteravond van de eind vorig jaar gekozen gemeenteraad van Voeren verliep vlot. Ondanks de strijd die de afgelopen weken tot op het hoogste politieke niveau is gevoerd over de taalkwestie die de Vlaamse gemeente in twee kampen splijt, konden alle agendapunten gisteravond binnen een uur worden afgehamerd. Volgens een eerder deze week door premier Dehaene bereikt akkoord wordt José Happart, leider van de partij 'Retour à Liège', geen burgemeester. In ruil zijn hem tegemoetkomingen gedaan, zoals het aanstellen van een ombudsman voor Franstalige Voerenaars.

Aan het begin van de raadszitting hangt eerste schepen (wethouder) Happart de nieuwe burgemeester José Smeets de sjerp om. Oud-burgemeester Nico Droeven komt er, tegen de gewoonte in, niet meer aan te pas. “Maar in Voeren gaat niets zoals gewoon is”, merkte deze op. Zijn stem gaat verloren in rumoer van buiten, waar zich een hondertal demonstranten hebben verzameld. “Voeren Vlaams”, scandeert de ene partij. “Fourons Wallons”, antwoordt de andere groep. Aan de ene kant van de straat wordt gezwaaid met gele affiches 'Voeren = Limburg' en oranje posters van een zestal leden van het extreem-rechtse Vlaams Blok. De overkant zwaait met de Waalse vlag en zingt het plaatselijke volkslied 'Compagnon Fouronnais'.

Steeds harder wordt er geschreeuwd. “Franse ratten, rolt uw matten”, brullen de Nederlandstaligen. “Fascisten, jullie vaders collaboreerden al”, roept de overkant. Een kalende man, rood van opwinding, roept een jongen van de andere partij toe. “Ge moet naar bed, babyface. Ik ken uw moeder. U moet morgen toch weer werken.” Een cordon van agenten stelt zich op tussen de twee partijen. Even komt het tot een handgemeen. Maar dan richt alle aandacht zich op het open raam van de raadszaal, waar Happart zich als een overwinnaar opstelt. “Merci José, merci!” klinkt het, terwijl de tegenpartij uit volle borst 'De Vlaamse leeuw' inzet.

Een uur later is de rust weergekeerd in de straten van het vierduizend inwoners tellende Voeren. In Café du Brasseur, stamkroeg van de Franstalige Voerenaars, wordt Happart als een held onthaald. “Happart is mijn leider en mijn vriend”, zegt een jongen. “Hij heeft al veel kunnen veranderen voor de Franstalige Voerenaars.” Zijn vriend valt in de rede: “Ons uiteindelijke doel is terugkeer naar Luik. Het is toch belachelijk dat we nu bij Limburg horen, terwijl we niet eens een gemeenschappelijke grens hebben.” Een meisje beaamt: “Wij hebben recht op een Franstalig cultureel leven. Het is hier nu heel erg Vlaams.”

Verderop in de straat ligt Café Wijnants. Hier zijn de menukaarten uitsluitend in het Nederlands. Verhit wordt er nagepraat over de eerste raadszitting. Huub Broers, leider van de partij Voerbelangen, kondigt aan dat hij de zitting ongeldig wil laten verklaren. Het schepencollege heeft immers niet unaniem beslist dat de raadsvergadering kon worden verzet van vorige week naar gisteravond. Daarom zal hij naar de gouverneur van Limburg stappen opdat deze zich over de kwestie uitspreekt. “Ik zoek rechtzekerheid.”

Aan de houten bar zit Jean Peereboom. Zestig jaar woont hij al in Voeren en hij ziet de opwinding in zijn woonplaats met verbazing aan. “Flauwekul, allemaal. De mensen hier hebben geen problemen. Iedereen is hier tweetalig.” De problemen zijn volgens hem pas ontstaan toen de politiek zich met Voeren is gaan bemoeien en zo nodig een taalgrens moest trekken. “Maar het is toch belachelijk”, mengt Lutgart de Mollen vanachter de bar zich in het gesprek. “Je hebt van die gekken die hier alleen Frans willen spreken. Ik antwoord ze gewoon in het Nederlands.” In café du Brasseur zul je haar ook nooit treffen. “Uit principe. Omdat ze daar Franstalig zijn.” Jean Peereboom schudt zijn hoofd. “Families zijn in twee kampen verdeeld en willen elkaar niet meer zien. Dat is toch te gek.”

Voor Guido Sweron, secretaris van Voerbelangen, is het een uitgemaakte zaak: “Alles wat die onnozelaar Happart doet, kadert in een Frans imperialistisch systeem. Hij beweert dat de meerderheid hier Frans spreekt, maar dat is een leugen. In het onderwijs en in de kerk is hier altijd Nederlands gesproken.” Eerder deze week trok Sweron met medestanders naar Brussel om zijn onvrede te uiten over het akkoord dat premier Dehaene heeft gesloten en dat gisteren door de Kamer is aanvaard. “We moesten laten zien dat dit niet kan. Politici hebben ons verraden voor een bord linzensoep. Ik kan de Vlamingen niet genoeg waarschuwen: dit is het eerste steentje dat rolt.” Uiteindelijk zal de kwestie Voeren leiden tot het uiteenvallen van België, zo voorspelt Sweron. “België is een protserige villa, waar de elektriciteits-bedrading het niet meer goed doet. En de Voerstreek is het zekeringskastje, waar de brand is uitgebroken.”