De vlucht van het snowboard; Wat niet cool is, sucks

Wie eenmaal de kunst van het snowboarden beheerst, wil nooit meer skiën. Of je nu de berg af racet, de hoogste sprongen maakt, of grote bochten in de rulle sneeuw snijdt, snowboarden geeft een groot gevoel van vrijheid. En als je valt, val je zacht.

Informatie over wedstrijden, reizen en lidmaatschap van Snow Board Holland via Nederlandse Ski Vereniging, J. van Oldenbarneveltlaan 9 Den Haag. Inl 070-3525800.

Vroeg of laat moet elke beetje fanatieke wintersporter eraan geloven. Hij heeft het al een tijdje op de piste aangezien, eerst hoofdschuddend, daarna twijfelend en tenslotte verlangend. Hij moet en zal het snowboarden onder de knie krijgen.

Voor mij brak dit moment vorige winter aan - rijkelijk laat want de sport wordt al tien jaar in Europa beoefend. Van Stephan, een pezig gozertje, kreeg ik een dag privéles. Het theoriegedeelte besloeg vijf minuten, het vallen en opstaan de rest van de ochtend. Met mijn benen vast en zonder stokken voelde ik me als een kind dat leert zaklopen. 's Middags zei Stephan dat ik het kon. Mijn borst zwol op van trots. Nu de rest de loef afsteken!

Snowboarding met beide benen schuin achter elkaar op één korte brede plank de besneeuwde berg afglijden - is de afgelopen jaren uitgegroeid tot booming business. Zelden is een sport zozeer omgeven met geld, imago en subcultuur. Dat is het mono-skieën, de eerste 'revolutionaire' innovatie op skigebied, nooit gelukt. Behalve onwaarschijnlijk veel verschillende boards, worden er om de haverklap nieuwe kledinglijnen, videofilms, magazines en 'events' gelanceerd. Zoals bijvoorbeeld het snowboardmusic festival dat afgelopen november in het Franse Les deux Alpes plaatsvond, waar het muziekstation MTV onder meer een optreden van de band Suicidal Tendencies verzorgde. Het interessegebied van de hard-core snowboarder strekt zich uit van punkrock tot Amerikaanse auto's en van piercing tot melige humor. Wat niet cool is, sucks, en omgekeerd. Het doel is fun en dat blijkt aan te slaan bij jongeren. En bij sommige ouderen.

De riders van het eerste uur, ook in Nederland, zijn niet zo blij met de groeiende populariteit van hun kunstje. Ze hadden het liever voor zichzelf gehouden. Volgens Danny Kiebert, een eenentwintigjarige freestyler uit Rotterdam, hebben snowboarders “geen respect meer voor elkaar”. Vroeger sloten snowboarders zich op de piste spontaan bij elkaar aan, tot een zogeheten posse, maar tegenwoordig zijn er veel te veel “en krijg je dus overkill”.

Het succes van het glijplankje moet overigens niet worden overdreven. Er schijnen 1,8 miljoen snowboarders op de wereld te zijn. In Nederland staan er slechts 500 geregistreerd bij de Skivereniging (die 160.000 leden telt). Ongeveer een miljoen Nederlanders skiet geregeld. Veel meer dan vijfduizend Nederlandse snowboarders zullen er vooralsnog niet zijn.

Maar de markt eromheen is veel groter dan alleen de 3500 nieuwe boards die per jaar worden geïmporteerd, met een verkoopwaarde van gemiddeld duizend gulden per stuk. Grote fabrikanten als Burton, Oxbow en Nidecker hebben een volledige uitstalling aan speciale workwear, (van schoenen en broeken - met kniestukken) tot aan ondergoed, nekwarmers en petten toe. Wat in de mode is bij snowboarders, straalt bovendien af op trendgevoelige thuisblijvers. Was in het begin de donkere, ultra-wijde broek en trui en vogue op de piste, nu moet alles weer kleurrijker en strakker. De eerste generatie snowboarders (van 15 tot 25 jaar) is inmiddels dertig plus, dus slimme producenten spelen in op de behoeften, en de grotere portemonnee van de nieuwe doelgroep (tot veertig jaar). Marktleider Burton voorspelt een jaarlijkse groei in snowboardartikelen van 25 procent.

'Hi mom, please send money!' staat ergens te lezen in een van de glossy folders. Al die dure spullen zijn onbereikbaar voor de jonge snowboarder, die in het beste geval een slecht betaald bijbaantje heeft. Vermakelijk zijn de verhalen over de low budget snowboardvakanties, die zij vaak meerdere keren per jaar weten te regelen. Met een tent naar Tsjechië bijvoorbeeld, en overal waar mogelijk freeloaden; gratis drank en eten zien te verwerven op feestjes. Danny Kiebert: “Het enige dat je nodig hebt is geld voor de liftpas. Laatst sliepen we nog met z'n drieën in een Kadett Kombo in de buurt van Kaprun, en 's ochtends sneakten we het zwembad in om ons te wassen.”

Als Kiebert niet aan het snowboarden is, zit hij op school of werkt hij in The Old Man, een winkel in Amsterdam met in het assortiment onder meer hasjparafernalia, messen en snowboards. Uitsluitend freestyle. (Alpine en freeride is eigenlijk voor doetjes). Aan de muur hangt een foto waarop te zien is hoe Kiebert met zijn board over een rotspartij schiet. “Freestyle is cool”, zegt hij. “Het is toch saai om gewoon de piste af te gaan? Een slide over een picknicktafel vind ik veel toffer.”

Kiebert geeft een korte update wat betreft de tricks: handplants (handstand) en grabben (met de hand het board vastpakken in de lucht) is uit. Ingewikkelde sprongen zijn uit. Alles in stijl doen, is in. Wat ook in is, getuige de nieuwste serie snowboards, is een hippe graphic op onder- en bovenkant. Het kwaliteitsverschil tussen de merken wordt steeds kleiner, dus het uiterlijk telt. Een snowboarder wil een board dat niemand heeft. Dan komt hij al gauw uit bij relatief kleine merken als Heavy Tools, Generics of Lamar. Een van de meest realistische afbeeldingen onder de graphics is nog wel die van een blote dame (Black Flys, ƒ 1199,-). Volgens Kiebert is die in Amerika gecensureerd.

Kiebert heeft nooit geskied. Hij komt uit de skateboardscene - zoals de meeste freestylers. Uit die wereld komt ook de halfpipe, een geliefd soort schans in de vorm van een in de lengte gehalveerde buis van enkele meters doorsnede, die van boven naar beneden is uitgegraven in de piste. Zigzaggend wervelen de boarders door de halfpipe, aan de rand schieten ze telkens een eindje de lucht in en draaien om, al dan niet met stunts.

“Skateboarden is veel moeilijker dan snowboarden,” zegt Kiebert. “Als je een foutje maakt in de sneeuw kun je het nog corrigeren. En als je valt, val je zacht.” Toch gaat er wel eens iets mis. Hij laat een fors litteken zien op zijn elleboog. “Toen bleef ik geloof ik ergens aan haken.”

Ook dames doen aan freestyle, al gaat het er wat minder hevig aan toe. Carolien van Kilsdonk is Nederlands kampioene freestyle en parttime werkzaam als aerobicslerares in Amsterdam. Dit jaar wordt ze tweeëndertig. “Ik ben dan ook vaak verreweg de àlleroudste wedstrijddeelneemster. De meesten zijn zestien.” Toch heeft ze toegezegd nog één keer mee te doen aan het NK, dat de Nederlandse Skivereniging organiseert van 21 tot 28 januari in Avoriaz, Frankrijk.

“Als ik tien jaar jonger was geweest had ik mijn carrière eraan gegeven,” zegt Van Kilsdonk, die in 1989 voor het eerst op een board stond en daarvoor jarenlang heeft geskied. “Snowboarden geeft een gevoel van vrijheid”, zegt ze met toenemend enthousiasme in haar stem. “Steeds maar hoger en hoger, tegen de wetten van de zwaartekracht in. Het werkt verslavend.”

Haar grootste uitdaging is het om ooit nog eens in de half-pipe een McTwist te maken. Dat is een salto voorover met een draai van 180 graden rond de lengte-as. “Mannen hebben daar geen moeite mee, die hebben toch meer lef. Een vrouw is het bij mijn weten nog nooit gelukt.”Het rebel-achtige imago dat rond de sport hangt, spreekt haar wel aan, “maar overal tegenaan trappen hoeft voor mij ook niet. Als de rest van de groep 's avonds lol trapt, zit ik meestal in een hoek met een boek.”

De tijd dat snowboarders werden geweerd van skipistes is definitief voorbij, maar een zekere aversie valt bij beide partijen nog wel te bespeuren. Van Kilsdonk heeft daarvoor een simpele verklaring: “Skiërs kijken vooral voor zich uit, naar beneden, want daar willen ze heen. Snowboarders kijken meer naar opzij - binnen en buiten de piste - om daar nog een schansje of een rotsje mee te kunnen pikken. Als ze elkaar onderweg onverwachts tegenkomen is er een probleem.”

Wat betreft het 'onverantwoordelijk gedrag' van snowboarders, waarover skiërs zich nog wel eens beklagen, zegt Van Kilsdonk: “Niet alle snowboarders zijn a-sociaal. De meesten zijn vrolijk van aard en vinden alles best. Terwijl skiers in mijn ervaring snel zeuren als het even tegenzit. Over het slechte weer, de sneeuw, enzovoorts.” Met het heersende vooroordeel over snowboarders werd Van Kilsdonk vorig jaar geconfronteerd in Verbier in Zwitserland. Ze reed op haar board over een flauwhellend weggetje, toen plotseling uit de bossen een ontspoorde skiër over haar heen scheurde. Een hersenschudding, gekneusde nekwervels en een kapot board was haar deel. In het restaurant waar ze op versterking wachtte, reageerden de aanwezige Nederlanders met: “Zie je wel, dat krijg je van dat snowboarden”.

De vorming van speciale snowboard-parken in de bergen, zoals bijvoorbeeld in het Zwitserse Laax, wordt alom toegejuicht, hoewel misschien niet door milieu-activisten. In zo'n park staan obstakels opgesteld, waarmee jibbers straffeloos hun gang kunnen gaan, zoals tafels, olievaten en ijzeren railingen. Een secondenlange slide over zo'n railing - dat is het mooiste - gaat Van Kilsdonk te ver. “Op mijn leeftijd moet je oppassen voor blessures.”

Gerard de Kort (48), tegelzetter uit Utrecht, blijkt met dit aspect weinig moeite te hebben. Hij is het levende bewijs tegen de wijdverbreide opvatting dat snowboarden alleen geschikt is voor tieners en twintigers. Mevrouw De Kort snowboardt ook, maar is er vandaag helaas niet bij. Op de borstelbaan De Wolfskamer in het Noord-Hollandse Huizen wedelt (slalomt) hij met grote snelheid de aanwezige jeugd voorbij. Ondertussen regent het en waait het - prima wintersportweer voor Nederlandse begrippen. De Kort traint voor de veteranenkampioenschappen (vanaf 35 jaar). Zijn specialisme is alpine. Voorheen windsurfde en skiede hij veel.

“Werelds is het”, zegt De Kort als de les op de kunstbaan is afgelopen en hij plaatsneemt achter een kop warme chocola. “Een run maken door maagdelijke sneeuw, dat is het einde. Een snowboarder komt op plekken waarvan een skiër niet eens het bestaan afweet.” Angst kent hij niet. “Als ik val maak ik een koprol en sta ik meteen daarna weer op. De jongens vinden dan ook dat ik er behoorlijk cool bijsta.” Natuurlijk houdt hij zich soms in, want “er moet na de wintersport ook weer gewerkt worden.”

Basics

Alvorens een board onder te binden, moet u uitmaken of u regular of goofy bent, dat wil zeggen of u met de linker-, dan wel de rechtervoet voor staat. Een simpele test: U staat rechtop, met de benen naast elkaar en iemand geeft u overwachts een duwtje in de rug. Zet u nu uw linkerbeen vooruit om evenwicht te bewaren, dan bent u regular, in het andere geval goofy.

De kant waarnaar uw tenen wijzen is de frontside. De andere kant wordt backside genoemd. Als regel geldt dat hoe meer snelheid u wilt maken, hoe kleiner de hoek moet zijn die uw voorste schoen maakt met het board (het achterste staat vrijwel haaks) en hoe dichter de voeten bij elkaar moeten staan (stance).

Nu maakt u de voorste schoen vast aan het snowboard en u stept (met de krant in de hand) naar de simpelste anker- of babylift. Plaats het uitstekende deel van het anker achter uw voorste been en zet de andere schoen los op het midden van het board.

Voordat u afdaalt maakt u uw tweede schoen vast - liefst niet zo strak als de voorste, zodat er enige speling is. U gaat iets door de knieën, maar niet te veel. Nu richt u uw bovenlijf naar de kant die u op wilt en leunt op het voorste been. U staat nu op het punt te gaan carven. In het boekje Snowboarden (ElmarSport 1989), mede-geschreven door Nederlands eerste alpine-pro Thedo Remmelink, wordt stap voor stap uitgelegd hoe carven in zijn werk gaat.

Stijlen

Globaal zijn er drie soorten snowboarders te onderscheiden: zij die vooral hard willen gaan (alpine/race), zij die vooral sprongen willen maken (freestyle/air) en zij die een allround board gebruiken (freeride) en meestal carven (grote bochten 'snijden').

Het verschil tussen deze stijlen hangt onder meer samen met de lengte van de boards, de breedte en de vorm van neus en staart. Er zijn tientallen verschillende types, maar als regel geldt dat alpineboards relatief smal en lang zijn (1m50 tot 1m80), freestyleboards breed en kort (1m35 tot 1m55) en freeride zit daar tussenin. Boards zijn er (zonder bindingen) vanaf ƒ 650 tot ƒ 1500.

Alpinerijders dragen bij voorkeur harde schoenen in stugge bindingen, freestylers soft-boots in lossere bindingen. Freeriders kunnen kiezen. Desnoods gebruiken ze hun oude skischoenen. Snowboardschoenen kosten ƒ 300 à ƒ 500.

Handschoenen moeten vooral aan de vingers extra grip en stevigheid bieden, en water- en sneeuwdicht zijn. In sommige snowboardhandschoenen zit een polsbescherming (ƒ 150 à F300).

Kleding moet waterdicht zijn maar niet luchtdicht, iets wijder dan normaal en liefst voorzien van extra beschermende delen voor knieën, ellebogen en stuitje. (Broeken vanaf ƒ 350, jacks vanaf ƒ 200).

Tricks

De gevorderde snowboarder zal meer willen dan alleen carven. Voordat hij meteen de half-pipe induikt, kan hij eerst wat eenvoudige kunstjes oefenen. Probeer eerst eens van de grond te komen zonder te vallen. Dan een draai, (frontside en backside), van 90 en 180 graden. Achterste voren rijden heet fakie. Doe dit alles ook in pow-pow (poedersneeuw). Durft u vervolgens schansjes te nemen, probeer dan in de lucht het board vast te pakken (grab) of de tail als eerste de grond te laten raken (backscratcher).

Eenmaal in de quarter- of half-pipe, is het mogelijk frontside en backside transitions te maken - op het hoogste punt. Schiet u boven de rand van de half-pipe uit dan bent u bezig met een air. Andere tricks: frontside 360, 540 en 720, mute, sad, method, alley-oop McTwist, Chicken Salad, stiffy etc. In het Amerikaanse blad Snowboarding staan instructies voor, en adembenemende foto's van deze tricks.