Slot Zeist exposeert schilderijen, etsen en memorabilia van Marius Bauer; Een blijvende fascinatie voor exotische taferelen

Tentoonstelling: Marius Bauer, t/m 26/2 in Slot Zeist, Zinzendorflaan 1, Zeist. Geopend: di t/m vr 11 - 17.00 uur; za. en zo. 13 - 17.00 uur. Catalogus: 25 gulden

In het najaar van 1888 werd Marius Bauer door kunsthandelaar E.J. van Wisselingh in staat gesteld een reis naar Constantinopel te maken. De hoofdstad van het Ottomaanse rijk maakte een verpletterende indruk op de 21-jarige kunstenaar. Bauer voelde zich onmiddellijk aangetrokken tot de schilderachtige bedrijvigheid van de markten, straatjes en moskeeën en kwam ogen tekort om al zijn indrukken in schetsen om te zetten. De fascinatie voor 'het Oosten' zou niet meer overgaan; de rest van zijn leven vond hij de onderwerpen voor zijn etsen, schilderijen en aquarellen in de Levant, Noord Afrika, het Midden Oosten en India.

Het oeuvre van Marius Bauer (1867-1932) is een aaneenschakeling van exotische taferelen. Pas in het laatste zaaltje van de Bauer-tentoonstelling in Slot Zeist duiken een paar vroege werken met Hollandse onderwerpen op: een Haags straatje en een stilleven met perziken. Terwijl veel tijdgenoten in navolging van de Haagse School slootkanten met eenden en herfstige tafereeltjes met houtsprokkelende boeren schilderden, had Bauer meer oog voor kameeldrijvers en olifanten. En waar stadsschilders als Breitner en Israëls hun oog lieten vallen op schaftende arbeiders, winkelende joffers of flanerende seigneurs, ontleende Bauer zijn inspiratie aan de bedrijvigheid rond bazaars, moskeeën, paleizen en tempels.

Hoewel hij zich in onderwerpkeuze nadrukkelijk van zijn collega's onderscheidde, was Bauer in andere opzichten wel degelijk een kind van zijn tijd. Hij onderhield nauwe vriendschapsbanden met schilderende en schrijvende leeftijdgenoten, met name uit de kringen van de tachtigers. Willem Kloos wijdde een gedicht aan hem en met Albert Verwey en Frederik van Eeden werkte hij samen aan tableaux-vivants die in de Haagse kunstenaarssociëteit Pulchri Studio werden opgevoerd. Daarnaast was Bauer als cartoonist verbonden aan De Kroniek, een sociaal-democratisch tijdschrift dat goeddeels door tachtigers werd volgeschreven. Geheel in de geest van de tijd hield ook Bauer er socialistische denkbeelden op na, maar zijn engagement reikte niet al te diep. De bedelaars die hij op vreemde bodem veelvuldig tegenkwam, zag hij als schilderachtige figuranten; níet als vertegenwoordigers van het uitgebuite proletariaat.

In 1896 maakte Bauer een reis naar Moskou om er de kroning van tsaar Nicolaas II bij te wonen. Vanuit Rusland zond hij brieven en tekeningen naar De Kroniek. Hoewel hij niet blind was voor de armoede waarin de meeste Moskovieten leefden, overheerste in zijn bijdragen het enthousiasme voor de pracht en praal van de kroningsplechtigheid. Bauers reisbrieven leidden in Nederland tot een felle polemiek over de monarchie tussen P.L. Tak en Alphons Diepenbrock.

Herinneringen aan de Russische reis worden in Slot Zeist in uiteenlopende vormen getoond. Er zijn aquarellen en etsen van het Kremlin en de kroningsplechtigheid. Maar ook een perskaart en het insigne dat door de Russische autoriteiten aan 'verslaggever' Bauer werden verstrekt liggen uitgestald. Dergelijke persoonlijke memorabilia dragen bij tot de levendigheid van de tentoonstelling. De verklarende teksten zijn helaas uiterst summier. Of worden de bezoekers zo gedwongen de catalogus aan te schaffen?

De expositie toont veel werken uit particulier bezit die nooit eerder te zien waren. Dat geldt in zekere zin ook voor enkele schilderijen uit de collectie van het Stedelijk Museum, een instelling die het werk van Bauer en zijn tijdgenoten bitter weinig gelegeheid geeft om aan het depot te ontsnappen. Eerlijkheidshalve moet daaraan worden toegevoegd dat Bauer in zijn schilderijen zelden het niveau van zijn etsen haalde. Soms lukt het hem de Oosterse hitte, het stof en de droogte voelbaar te maken. Een werk als 'Aan de Ganges' maakt daarentegen zijn beperkingen als schilder pijnlijk duidelijk. Hij hanteerde ongeveer dezelfde brede penseelstreek als zijn vriend Isaac Israëls, maar miste diens trefzekerheid. Veelzeggend is dat enkele vroege werkjes tot de beste schilderijen van de tentoonstelling behoren. Bauer geldt in de eerste plaats als een begenadigd graficus, wiens etsen aan Rembrandt doen denken. Een Indiaas straattafereel met olifanten heeft de frisse onbevangenheid van een momentopname: de olifanten dreigen elk moment het papier af te sjokken.

Persoonlijke bezittingen van Bauer geven deze tentoonstelling een extra dimensie. De tekeningetjes die hij in de kantlijn van zijn boeken krabbelde, de foto's die hij tijdens een vakantie in Nederlands Indië maakte en het schaalmodel van de Haagse schouwburg dat hij voor de kinderen van zijn zuster in elkaar knutselde brengen de kunstenaar dichter bij de toeschouwer. Het mooiste voorwerp is misschien wel de hutkoffer van Bauer. Hoe intensief die gebruikt moet zijn, valt af te lezen aan de krassen, deuken en kale plekken in het leer. Op de verbleekte etiketten prijken nog altijd de namen van de niet meer bestaande, hotels waar hij te gast moet zijn geweest.