Lid Eerste Kamer bepleit staatswinkels voor drugs

DEN HAAG, 10 JAN. De overheid moet speciale winkels openen waar onder streng toezicht verdovende middelen worden verkocht. Daarmee kan het monopolie worden doorbroken dat drugshandelaren nu hebben.

Dit zei het Eerste-Kamerlid J. Glastra van Loon (D66) vanmorgen voor de KRO-radio. “De enige mogelijkheid om een monopolie te doorbreken is de handel ook door anderen te laten bedrijven”, zei de D66-senator. “Ik zou het niet vrij willen geven, voorlopig zeker niet zoals alcohol en tabak.” Als de overheid de distributie en verkoop helemaal zelf uitvoert “ben je het meest zeker dat er niet mee wordt gesjoemeld”, aldus Glastra van Loon.

Volgens het Eerste-Kamerlid is gebleken dat de 'oorlog tegen drugs' meer averechtse dan gewenste effecten heeft gesorteerd. “Het maakt dat er een monopolie ontstaat voor criminelen die daar gigantische bedragen aan verdienen. Deze oorlog kun je niet winnen, je maakt het probleem er alleen maar nijpender door.” Glastra van Loon erkende echter dat er met name in het buitenland weinig draagvlak is voor zijn visie.

De beide D66-ministers Borst (volksgezondheid) en Sorgdrager (justitie) hebben vlak na het aantreden van het kabinet-Kok al laten weten een nieuw debat te willen over de omgang met verdovende middelen. Sorgdrager wees er eind vorig jaar op dat het drugsbeleid in Nederland niet te ver kan afwijken van het beleid in andere landen. Voorstanders van een radicale verandering van het Nederlandse drugsbeleid moeten “waken voor overmatig optimisme”, zei Sorgdrager toen.

Dat geldt zeker voor de vrije verstrekking van heroïne aan verslaafden. Minister Borst zei in oktober niet onwelwillend te staan tegenover 'medische experimenten' met het verstrekken van heroïne aan sommige verslaafden, mits de Gezondheidsraad vindt dat dat verantwoord is. Ook een meerderheid in de Tweede Kamer, waaronder de regeringsfracties PvdA, VVD en D66, was tot nu toe voorstander van een 'klein experiment'.

In het recente verleden spraken met name de gemeenten Rotterdam, Heerlen, Maastricht, Arnhem en Groningen zich uit voor experimenten met de vrije verstrekking van harddrugs aan verslaafden. Behalve een aantal korpschefs van de politie bepleitte ook de Haagse rechtbankpresident Van Delden vorig jaar hiervoor, teneinde “totaal verslaafde gebruikers” uit een “hopeloos strafrechtelijk circuit” te halen.

Ondanks de veranderende visies op het drugsbeleid lijkt de inrichting van speciale staatswinkels echter nog weer een flinke stap verder. In het voorjaar presenteren Borst en Sorgdrager een nota over het drugsbeleid. Eerst willen zij een aantal adviezen hierover afwachten, waaronder dat van de Gezondheidsraad.