Regio's Rusland zien in Moskou dezelfde vijand

“De tanks die naar Tsjetsjenië worden gestuurd stemmen ons nadenkend: gebeurt morgen hier wat nu daar gebeurt? Wat gebeurt er als we de verkeerde kant op zuchten, de verkeerde kant uit kijken of op de verkeerde stoel gaan zitten? De Russen wakkeren de Kaukasische solidariteit aan. Ze stimuleren Ingoesjetië om net als Tsjetsjenië uit de Russische Federatie te stappen.”

Dat zei Roeslan Ausjev, de president van Ingoesjetië, de buurrepubliek van Tsjetsjenië, in een recent gesprek met het blad Moscow News. De Tsjetsjeense crisis begint ook de andere autonome republieken in Rusland grote zorgen te baren: zij vrezen dat Moskou in de oorlog in de Kaukasus aanleiding zal zien hun de duimschroeven aan te zetten en hun soevereiniteit te beperken.

In de buurrepublieken van Tsjetsjenië, vooral Noord-Ossetië, Dagestan en Ingoesjetië, is al sinds het begin van de crisis sprake van grote ongerustheid - en van extreme scepsis ten aanzien van de middelen die Moskou in de strijd gebruikt. Geen enkele republiek heeft het openlijk voor de Tsjetsjeense separatisten opgenomen - hun verlangen, zich los te maken van de Russische Federatie wordt ook nergens gedeeld. Maar aan de andere kant is de ongerustheid groot, neemt de vrees toe dat het conflict naar de rest van de regio kan overslaan, en is de kritiek op Moskou niet mals. De president van Noord-Ossetië, Achsarbek Galazov, ontzegde Moskou vorige week “het morele recht” in Tsjetsjenië tussenbeide te komen. President Kirsan Iljoemzjinov van Kalmukkië, dat ten noordoosten van de Kaukasus ligt, verklaarde zich “categorisch” tegen het gebruik van geweld in Tsjetsjenië omdat een oorlog “tot een escalatie van de spanning door de hele noordelijke Kaukasus” leidt en Kalmukkië “te dichtbij” ligt om van die spanning gevrijwaard te blijven.

De meest uitgesproken criticus van het Russische optreden is de in eigen land zeer populaire president van Ingoesjetië, Roeslan Ausjev. De Tsjetsjenen en de Ingoesjeten zijn etnisch nauw aan elkaar verwant en Ingoesjetië en Tsjetsjenië hebben minderheden van elkaars landen op het eigen grondgebied. In zijn gesprek met Moscow News zei Ausjev dat hij wel “zou willen uitschreeuwen” dat Moskou niets heeft geleerd van de ervaringen in Afghanistan. Moskou, zei hij, maakt zich weer schuldig aan dezelfde manipulatie als vroeger: “Zoals ze [in Afghanistan] de Poesjtoenen en de Tadzjieken tegen elkaar opzetten, zo zetten ze nu de Tsjetsjenen en de Ingoesjeten tegen elkaar op. Zelfs hun methoden veranderen niet. Ze proberen de ene kant om te kopen en troepen op de andere af te sturen, en dan omgekeerd, enzovoorts.” Later zei Ausjev dat “als andere republieken zich losmaken van de Federatie, Ingoesjetië dat ook zal doen.”

Niet alleen de Kaukasische republieken - Rusland telt, als Tsjetsjenië wordt meegerekend, 89 territoriale eenheden, waaronder 21 autonome republieken - zijn bang voor de consequenties van de oorlog, die elders in Rusland zijn het ook. In Tsjeboksary, de aan de Wolga gelegen hoofdstad van de republiek Tsjoevasjië, hebben de presidenten van zeven republieken - Tsjoevasjië, Mordovië, Basjkortostan, Tatarstan, de Mari-republiek, Oedmoertië en Karelië - deze week van Moskou geëist “de krankzinnige broederstrijd” in Tsjetsjenië te beëindigen. Ze veroordeelden “categorisch” het gebruik van geweld. Met Jakoetië eisen deze zeven republieken een speciale status binnen de Russische Federatie - een status die tot dusverre alleen Tatarstan heeft gekregen.

Het Tsjetsjeense voorbeeld heeft de leiders van vooral de 20 andere autonome republieken aan het denken gezet. De crisis kan het sein voor Moskou zijn om “ongemakkelijke republieksleiders aan de kant te zetten en marionetten in hun plaats te benoemen”, zo zei Sergej Aroetjoenov, een specialist op het gebied van inter-etnische relaties in Rusland. “Als ze eenmaal het avonturistische pad zijn opgegaan, is de verleiding groot het te blijven bewandelen”. Tatarstan maakt zich zorgen dat de met veel moeite binnengehaalde vrijheden weer kunnen worden afgepakt. Tegen de Komsomolskaja Pravda zei de president van Tatarstan, Mintimer Sjajmiev, dat de crisis de integriteit van heel Rusland bedreigt en dat de militaire middelen waarmee Tsjetsjenië wordt gedwongen binnen de Russische Federatie te blijven neerkomen “op een afwijzing van democratische principes”.

De republieksleiders zien een recente toename van aanvallen in de Russische staatsmedia als een inleiding op een politiek offensief van Moskou tegen hun soevereiniteit. Het Russische regeringsblad Rossijskaja Gazeta heeft de leiders van Basjkortostan beschuldigd van “wijdverbreide corruptie”. Het artikel bevatte persoonlijke aanvallen op de Basjkierse president. “Soevereiniteit voor een territoriale entiteit wakkert de corruptie in de leiding daarvan aan. We hebben dat gezien aan het Tsjetsjeense voorbeeld. Soevereiniteit is een paradijs voor de leiding, maar kan neerkomen op de hel voor de gewone mensen.” En dat zijn woorden die in alle soevereine republieken als onheilspellend worden ervaren.