Ossenisse: 'het Dallas van Zeeuws-Vlaanderen'

Het geheim van Ossenisse. Deel 1: Het Dallas van Zeeuws-Vlaanderen, zondag, Ned.3, 17.00-17.48u. Deel 2: De oudstochtonen, zondag, Ned.3, 21.14-22.05u.

“Dat mag ik niet zeggen. Dat is geheim, hè” zegt een oude vrouwenstem als haar naar de reden van de tweestrijd in Ossenisse wordt gevraagd. De bewoners van het dorp zijn in twee partijen verdeeld: zij die het dorpshuis bezoeken en zij die in het café komen. De twee kampen staan misschien al eeuwen tegenover elkaar. Is er nog wel iemand die weet waarom?

Ossenisse is een agrarisch, katholiek dorpje in Zeeuws-Vlaanderen vlak achter het veer Perkpolder. Het dorpje bestaat uit ongeveer drie straten, telt nog geen tweehonderd inwoners en is op geen enkele manier direct verbonden met de omliggende dorpen. Ooit had het dorp meer dan duizend inwoners, er waren winkels, een smid en dertien kroegjes. Vrouwen dronken na de mis koffie in de winkeltjes en de mannen gingen naar het café. In 1967 werd van hogerhand bepaald dat het dorp plaats moest maken voor een zeehaven en industrieën. Er werden geen nieuwe bouwvergunningen afgegeven en alle jonge mensen trokken weg. Van de havenplannen is nooit iets terecht gekomen en langzamerhand kwamen er nieuwe bewoners, op zoek naar de rust van het Zeeuwse platteland. Een van die nieuwe bewoners is de Vlaming Bert Buyle. Volgens hem is het in Ossenisse bij tijd en wijle net zo bruisend als in de serie Dallas. Buyle is voorzitter van de dorpsraad, organiseert kaart-, bingo- en dansavonden in het parochiehuis en wordt wel 'de burgemeester van het dorp' genoemd. De boeren en abeiders komen niet in het parochiehuis. Zij zijn te vinden in het café en zien Frans Pots uit Twente, die onder protest van het kerkbestuur een café in de tuin van de voormalige pastorie bouwde, als hun burgemeester.

De documentaire Het geheim van Ossenisse van Hans van Heijnen, die de VPRO morgen in twee delen uitzendt, begint met de tune van Dallas en toont het dorp in al zijn rust: dijken met windmolens, modderige wegen, vergezichten en ondergelopen akkers waar geen mens te zien is, behalve dan die ene boer die zijn akker omploegt. Heijnen dringt binnen in het leven van de bewoners en via hun verhalen komen we te weten wat er omgaat in het dorp. Achter de façade van rust broeit er nogal wat: de rivaliteit tussen twee groepen bewoners, de roddel en achterklap en en de onverdraagzaamheid tegen niet-oorspronkelijke bewoners. Het is jammer dat dit ongeveer het enige is wat we te horen krijgen. Zo lijkt het alsof het hele dorpsleven draait om de tweestrijd. Je kunt je niet voorstellen dat deze mensen ook nog een gewoon bestaan leiden, naar hun werk en naar school gaan. Zouden ze, als ze elkaar op straat tegenkomen, bijvoorbeeld wel groeten? De beelden zijn mooi (alhoewel het wel erg vaak nacht is in de film) maar het leven lijkt er niet erg aangenaam.

Het tweede deel van de documentaire, de oudstochtonen, is een stuk aardiger. Heijnen portretteerde op een aandoenlijke manier de drie oudste bewoners van Ossenisse. Kosteres Lieske Kint mocht niet met haar geliefde - zoon van een rijke boer - trouwen omdat zij slechts de dochter van een timmerman was en wijdt nu haar leven aan de kerk. Frans de Bruyn wilde overal altijd de beste in zijn en had daarom geen tijd voor verkering. En Fons van den Berghen eet als een echte zuinige Zeeuw zijn boterhammen met reuzel van een krant bij een spaarzaam lichtje. Alsof de tijd heeft stilgestaan.