Nol Hendriks vindt titel voor Roda JC een te mooie droom

HEERLEN, 7 JAN. “Als we in Sofia die ene strafschop niet hadden gemist, had Stoitsjkov hier gespeeld.” In de bestuurskamer van Roda JC leven zes jaar na de gedenkwaardige strafschoppennederlaag in het Europa-Cupduel tegen Sredets Sofia de gevoelens van spijt weer eens op.

Roda's geldschieter, textielbaron Arnold 'Nol' Hendriks, was zo goed als rond met de Bulgaarse sterspeler Stoitsjkov. Voor zeventigduizend verouderde spijkerbroeken - in Nederland vier ton waard, in Bulgarije twee miljoen - zou 's werelds beste spits van dit moment, bij de modale Nederlandse club terecht zijn gekomen. Ware het niet dat die ene penalty naast ging, Sredets in de volgende ronde Barcelona lootte, de topspeler zich daar in de kijker speelde en het bod van het Kerkraadse clubje met een hautaine glimlach werd overtroffen. En nu lopen er geen zeventigduizend Bulgaren, maar evenveel Russen rond in een spijkerbroek van Hendriks.

“We hadden hem toch nooit hier kunnen houden”, troost Hendriks zich voor de zoveelste keer. Maar de koopman in textiel, bankstellen en voetballers moet de gemiste slag van zijn leven nog steeds als een persoonlijke nederlaag ervaren. Winnen wil de 65-jarige altijd, of het nu om een goedkope partij theedoeken voor zijn zeven textielhallen gaat, om een lange-afstandsvlucht voor duiven - van zijn vijfhonderd wedstrijdduiven heeft hij er onlangs vierhonderd verkocht - óf om een prijs voor Roda, momenteel medekoploper in de eredivisie.

Dat laatste hoeft voor hem geen landstitel te zijn. “Dat is een te mooie droom. Ajax is een stuk sterker. Als wij maar bij de eerste drie of vier komen, vind ik dat ook een mooie prijs.” Met schrik denkt hij terug aan het vorige seizoen, toen Roda in de slotfase van de competitie één punt te kort kwam voor Europees voetbal.

Voor Roda zou de winst die met het doorverkopen van de Bulgaarse ster zou zijn behaald, de verwezenlijking van een andere droom een stuk hebben versneld. Voorzitter Theo Pickée en algemeen directeur mr. Servé Kuijer werpen een liefdevolle blik op het voorwerp van hun dromen, een ingelijste tekening van het nieuwe stadion met bedrijfsruimten. Daar zou de club vanaf het seizoen 1996-'97 zijn eerste wedstrijd moeten spelen.

Die droom van veertig miljoen, waar de Kerkraadse bestuurders zelfs een verhuizing naar Heerlen voor over hebben, moet nu met veel sappelen worden bereikt. Dat past trouwens beter bij het imago van de club. “Wij zijn een werkclub”, zegt Kuijer. “In de mijnen moesten de koempels het hebben van de teamgeest, dat willen de mensen ook in het voetbal zien. Zo herkennen ze zichzelf.” Hij wil Roda als een verantwoord bedrijf naar een hogere status leiden. De begroting is in enkele jaren tijd verdubbeld tot zes miljoen en zal verder moeten groeien naar tien miljoen. “Als je naar de ranglijst kijkt, zie je dat succes en omzet voor negentig procent parallel lopen.”

Met als grote uitzondering PSV. “Kijk eens naar ons elftal”, zegt Hendriks glunderend. “De laatste tijd hebben we zonder Babangida en Van Hoogdalem moeten spelen. Zonder hen loopt er voor 2,3 miljoen gulden op het veld. Dat is even veel als PSV voor Erik Meijer heeft betaald om hem op de bank te laten zitten. Ze hebben in Eindhoven de fout gemaakt dat ze hun team van voren af aan wilden opbouwen. Ik heb eens tegen Kees Ploegsma gezegd dat Johan de Kock met zijn snelheid een ideale speler voor PSV is. Nu hebben wij met De Kock en Atteveld het beste centrale duo van Nederland. Hoogstens Rijkaard en Blind kunnen daar aan tippen.”

De neus voor koopjes, waarmee Hendriks zich op de populaire laag van de textielmarkt heeft gestort, werpt ook zijn vruchten af voor Roda. Tot nu toe heeft hij als huisbankier 35 aankopen gefinancierd. Onder gunstige voorwaarden. Vroeger gold zelfs de afspraak dat bij doorverkoop de winst voor Roda en het verlies voor Hendriks was. Hoeveel hij op die manier heeft moeten bijpassen? “Niets, wij verkopen nooit een speler met verlies.”

Roda heeft aan de transfers van Hendriks zelfs negen miljoen verdiend, heeft Kuijer berekend. Niettemin staat de club bij zijn geldschieter flink in het krijt. Hoeveel? “Ik noem geen bedragen”, zegt Hendriks, “maar het is in ieder geval een stuk minder dan de acht miljoen die wordt genoemd.” Dat onbekende bedrag is een voortvloeisel van de afspraak dat Hendriks ook de tekorten van de club financiert.

Eén van de financieringsvoorwaarden was minder gunstig. De man die op zijn talentenjachten door Nederland en België (“Ze kennen me bij alle clubs”) zonder veel moeite de portemonnee trok als hij een speler zag die hem beviel, wilde zijn spelers ook op Kaalheide zien spelen. “Als de trainer het daar niet mee eens was, stalde ik zo'n speler een tijdje bij een andere club. Dan kon zo'n jongen zich daar ontwikkelen. Tot er een andere trainer kwam die er wel wat in zag”, vertelt Hendriks.

Zo draaide de club op liefdewerk. Totdat de FIOD tien jaar geleden een omvangrijke zwarte kas ontdekte. In 1988 werd het roer omgegooid onder leiding van Kuijer, die eerst voorzitter was en later directeur werd. Het ingevoerde beleid betekende het begin van Hendriks' einde als club-tycoon. De clubliefde van een rijke supporter, die zijn zakelijk instinct paart aan een fijne neus voor talent, is een te onzekere basis voor een club die straks met een begroting van tien miljoen wil werken, vindt directeur Kuijer.

“We hebben er veel plezier van dat de scouting en de financiering in één hand zijn. Zo kunnen we à la minute beslissingen nemen. Maar zo kunnen we niet doorgaan, er is een bredere basis nodig. Dat weet de heer Hendriks ook. Is het niet, Arnold?” Hendriks knikt. Het liefst zou hij van zijn bestuursfunctie verlost worden. “Ik hou niet van vergaderen.”

Toch moet hij daar sinds twee jaar als bestuurslid technische zaken elke week aan geloven. Dan overlegt hij met trainer Huub Stevens en diens assistent Eddy Achterberg over de stand van zaken. Hoe het team functioneert, waar de zwakke plekken zitten. Volgens Stevens is de tijd voorbij dat Hendriks in zijn eentje besloot wie er gekocht werd en mede bepaalde wie werd opgesteld. De trainer: “Als één van ons een speler op het oog heeft, gaan we samen kijken en beslissen we samen. Ik ben ontzettend blij met zo iemand, want hij heeft geld én verstand van voetbal. Maar op den duur kun je toch niet blijven teren op één man.”

Stevens wil niet ontkennen dat er tijdens de vergaderingen wel eens stevige verschillen van inzichten worden uitgevochten tussen hem en Hendriks: “Dat geeft niets, we worden er zelfs beter van, zolang het maar binnenskamers blijft en zolang we maar allebei hetzelfde willen: winnen.”