Kritiek Albright op rapport over VN-operaties

NEW YORK, 6 JAN. De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Madeleine Albright, heeft gisteren kritiek uitgeoefend op een rapport van de secretaris-generaal, Boutros Boutros-Ghali, met daarin voorstellen om de effectiviteit van vredesoperaties van de VN te verhogen.

Volgens Albright gaat het rapport “te ver” omdat het “te veel macht geeft aan de secretaris-generaal”. Met name het voorstel van Boutros om een snelle interventiemacht te creëren stuit bij Albright op kritiek. “We zijn bang dat als zo'n macht er kwam, ze nooit echt de goede omvang zou hebben en ook dat zij de hele tijd gebruikt zou worden.”

Diplomaten bij de Verenigde Naties waren zeer verbaasd over de opmerkingen van Albright die zij maakte op een persconferentie na een discussie achter gesloten deuren in de Veiligheidsraad over het rapport. Tijdens die discussie zou Albright zich in zeer positieve bewoordingen over het stuk hebben uitgelaten. Waarnemers in New York zien een verband tussen de opmerkingen van Albright en de machtswisseling, na de verkiezingen van november, in het Amerikaanse Congres. De Republikeinse partij, die momenteel de meerderheid in de volksvertegenwoordiging heeft, staat zeer kritisch ten opzichte van vredesoperaties van de volkerenorganisatie. Woensdag diende Bob Dole, de leider van de Republikeinen in de Senaat, een wetsvoorstel in om het gebruik van Amerikaanse troepen en geld voor VN-vredesoperaties te beperken.

In zijn rapport uit Boutros twijfel over het nut van sancties door de VN. Sancties zijn een “bot instrument”, aldus de secretaris-generaal, dat soms de meest kwetsbare groepen van de burgerbevolking treft en niet de politieke leiders tegen wie zij waren gericht. Op een persconferentie zei de secretaris-generaal gisteren dat hij bij zijn opmerkingen niet aan “specifieke landen” had gedacht en dat deze deel uitmaakten van een “louter conceptuele en theoretische exercitie”. Volgens waarnemers in New York zijn de opmerkingen van de secretaris-generaal echter ingegeven door de gevolgen voor de burgerbevolking van de sancties tegen Irak, die in augustus 1990 werden ingesteld. In zijn rapport stelt Boutros voor om een instelling op te richten die het effect van strafmaatregelen zou meten voordat deze worden opgelegd.

Volgens Boutros moeten de VN niet de illusie hebben dat zij vrede kunnen opleggen. “Het opleggen van vrede ligt momenteel buiten het bereik van de Verenigde Naties. Niets is gevaarlijker voor een vredesoperatie dan haar te vragen geweld te gebruiken als haar samenstelling, wapens, logistieke ondersteuning en stationering haar de mogelijkheid daartoe onthouden.” Volgens Boutros is het ook onjuist om vredesoperaties aan soldaten van één land toe te vertrouwen (zoals dat onder andere in Haïti gebeurde) omdat dit een negatief effect op de geloofwaardigheid van de volkerenorganisatie zou kunnen hebben. (AP, AFP, Reuter)