Justitie mag over onderzoek naar advocaat zwijgen

MAASTRICHT, 6 JAN. Justitie hoeft de Roermondse advocaat G. Winters niet te zeggen of er een strafrechtelijk onderzoek tegen hem loopt in het kader van een grootscheeps onderzoek naar het witwassen van drugsgelden in Brabant en Limburg. De president van de rechtbank in Maastricht heeft de advocaat gisteren niet-ontvankelijk verklaard in de eis dat hij binnen één etmaal uitsluitsel over zijn mogelijke rol zou krijgen.

Winters probeert sinds november te achterhalen of hij verdacht wordt van medeplichtigheid bij het witwassen van drugsgelden, die afkomstig zouden zijn van een cliënt uit Eindhoven. Eerder heeft hij van de procureur-generaal in Den Bosch, R. Gonsalves, geëist dat die een einde zou maken aan bewuste lekken bij het IRT. Een vriend had in juni van een politiefunctionaris gehoord dat er een onderzoek tegen Winters liep. Winters heeft tegenover de rijksrecherche verklaard dat een relatie met behulp van een computerprogramma heeft ontdekt dat er inderdaad twee onderzoeken tegen hem liepen.

Eind november deed het IRT-team Zuid-Nederland samen met buitenlandse collega's invallen op een groot aantal plaatsen in Nederland, Duitsland en België. In naam ging het om onregelmatigheden die door curatoren ontdekt waren in de faillissementen van aannemersbedrijf Diederen uit Geleen en het kledingdistributiebedrijf BC Venture in Kerkrade. Er werden zeven personen, allen goede bekenden van Winters, enkele dagen vastgehouden. Uit vragen die in de verhoren aan de zeven arrestanten werden gesteld, maakt Winters op dat justitie in werkelijkheid jacht maakt op hem en het geld van zijn cliënt L. van Pelt.

Van Pelt is enkele jaren geleden in Frankrijk tot 18 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens drugshandel, maar keerde terug naar Nederland nadat hij in hoger beroep was vrijgesproken. Vervolgens werd de vrijspraak vernietigd door de Franse Hoge Raad en werd Van Pelt alsnog veroordeeld tot 18 jaar. Intussen had Winters hem geholpen in het reine te komen met de Nederlandse fiscus en met het beleggen van het vermogen, dat Van Pelt dankzij een 'fiscaal compromis', zoals Winters het noemt, naar Nederland had kunnen halen. Volgens Winters heeft zijn cliënt het geld verdiend met de handel in onroerend goed in Spanje.

De beleggingen liepen via de Nijmeegse beleggingsmaatschappij BBM Project, die door Winters is opgericht en doorverkocht aan drie bevriende vrouwen. BBM, Van Pelt en Winters speelden een belangrijke rol in de faillissementen van Diederen en BC Venture. Bij Diederen, waar Winters commissaris was, is volgens de curator door Winters een 'schandalige constructie' bedacht om te proberen het bedrijf te redden en te verdelen onder de aandeelhouders: Diederen, BBM en Van Pelt. De curator heeft aangifte gedaan van bedrieglijke bankbreuk en een vermoeden van valsheid in geschrifte. Winters ontkent dat er onregelmatigheden kleven aan zijn pogingen het bedrijf te redden.