Het boze hoofd van opa; Expositie van door kinderen gemaakte foto's

Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. T/m 22 jan. Di t/m zo 11-17u.

Wat zou het meest gefotografeerde onderwerp ter wereld zijn? Zonsondergangen? Bomen? Het strand? Nee, kinderen, denk ik. Dat komt door hun ouders. Ouders kunnen niet genoeg krijgen van die opgewekte smoeltjes, die guitige kinderoogjes, die lachende mondjes. Maar die kinderen krijgen er op een dag wél genoeg van. “Lach eens,” “ga eens naast je zusje zitten.” Als ze een jaar of twaalf zijn, doen veel kinderen niet meer mee en hun ouders moeten dan weer bomen fotograferen. Eindelijk rust, maar later heb je er wel spijt van, dat je van jezelf na je twaalfde helemaal geen foto's hebt. En vaak ontdek je dan nog iets: dat precies de dingen waarvan je graag een foto zou willen hebben, op geen enkele foto staan! Plotseling ontdek je dat je geen foto hebt van je kamer toen je tien was en dat je ook geen foto hebt van je vriendinnetje Janny, die in groep zes naar Hengelo is verhuisd. En wat zou het leuk geweest zijn als je een stuk of tien foto's had van de weg die je elke dag naar school liep. Maar dáár hebben je ouders natuurlijk niet aan gedacht.

Eigenlijk zit er dus maar een ding op: kinderen moeten veel meer zelf gaan fotograferen. Dan kunnen ze foto's maken van de dingen die zij belangrijk vinden. Het is doodmakkelijk en met een automatisch fototoestel maakt een kind meestal betere foto's dan een volwassene. Kinderen fotograferen gewoon wat ze leuk vinden, ze hebben nog niet zo'n last van het idee dat ze mooie foto's moeten maken - en dat idee maakt foto's van volwassenen vaak zo vervelend. Verder zijn kinderfoto's vanaf een lager standpunt gemaakt, kinderen zijn nu eenmaal kleiner. En vanaf 1 meter 20 ziet de wereld er veel interessanter uit dan vanaf 1 meter 80. Je zit er meer tussenin, en je kunt nog eens ergens onderdoor kijken.

Het enige raadsel is dus waarom kinderen niet veel vaker fotograferen. Ja, het is duur. Maar een fototoestel kun je lenen en een filmpje kun je op je verjaardag vragen (zeg er wel bij: inclusief ontwikkelen en afdrukken). Beloof je ouders dat ze van elke foto ook een afdruk krijgen.

En neem je ouders in de kerstvakantie mee naar het Foto Instituut in Rotterdam. Daar zijn nu in drie zaaltjes interessante foto's te zien. In een van die zaaltjes hangen foto's van de fotograaf Marije van der Hoeven. Zij heeft een boekje geschreven waaruit kinderen kunnen leren hoe ze leuke foto's kunnen maken. Het boekje heet Klik, ik heb je. Ze laat goed zien dat je van gewone dingen bijzondere foto's kunt maken: van huizen, hutten, auto's, dieren, het doet er eigenlijk niet toe. In het zaaltje hangen een stuk of twintig van de foto's die ook in dat boek staan. Het zijn mooie foto's, vaak van kinderen, maar ze zijn niet door een kind gemaakt.

In een ander zaaltje hangen foto's van Jacques-Henri Lartigue. Hij was in 1910 een Franse jongen van vijftien jaar, en hij maakte toen honderden foto's van zichzelf, zijn ouders, zijn neven en zijn nichten. Hij had rijke ouders en hij woonde op een kasteel. De hele dag waren Jacques-Henri en zijn vrienden bezig met allerlei spelletjes: in zelfgemaakte karretjes van een heuvel af scheuren bijvoorbeeld, of watergevechten houden, of enorme vliegers oplaten. Ze deden ook veel dierexperimenten: een hond laten vliegen, of een konijn in een karretje een achtbaan laten afroetsjen. Je wordt wel een beetje jaloers op zo'n leuk leventje.

In een ander zaaltje hangen foto's die door schoolkinderen zijn gemaakt. Die kinderen was gevraagd foto's te maken die over honderd jaar net zo interessant zijn als de foto's van Lartigue nu. Alle negatieven worden heel goed bewaard, totdat het zover is. Maar je kunt ze nu ook al zien. Het zijn mooie foto's, al zijn ze niet zo vrolijk als die van Lartigue. Er hangt bijvoorbeeld een foto van een vrouw die de deur uitloopt. Niks bijzonders, maar het verhaaltje van het meisje dat de foto maakte, is wel treurig: 'Mijn oom is dood. Mijn moeder is naar Suriname gegaan. Daar heb ik een foto van gemaakt. Dat was niet leuk. Ze komt op 7 november terug.'

Dan is er een foto van een oude man achter een computer. Het kind dat de foto maakte schreef: 'Mijn opa is een chagrijn. Hij heeft altijd wel wat te mopperen. Als er iets met zijn computer mis is, zegt hij dat iemand anders dat gedaan heeft, maar hij heeft het zelf gedaan.' Je gelooft dat kind meteen als je die foto ziet. Dat kleine tafeltje met die grote computer erop, dat boze hoofd van die opa - geen kindervriend, lijkt me.

De vrolijkste foto is van een jongen die zijn broer vanaf een hoog punt (uit zijn raam, of vanaf een balkon) heeft gefotografeerd. Dat broertje staat ver weg in de diepte, en kijkt omhoog. De jongen die de foto maakte wijst naar zijn broer, en hij heeft zijn wijzende hand ook op de foto gezet. Hij schrijft erbij: 'Ik heb met mijn vinger naar hem gewezen, zodat het lijkt alsof ik een reus ben.' En verdomd, als je even naar die foto kijkt, dan zie je opeens hoe een reus een kind ziet.