Groei tijdelijk personeel is trend in samenleving

DEN HAAG, 6 JAN. Een aantal al jaren bestaande trends in de economie, de samenleving en de technologie komen bij elkaar en veranderen het karakter van de arbeid zo fundamenteel dat gesproken moet worden van een totale herdefinitie van het begrip werk. Het is vooral dit mechanisme dat schuilgaat achter de explosie van het aantal uitzendkrachten in Nederland. In willekeurige volgorde gaat het hier om:

1. De individualisering van de samenleving. Bij individuele werknemers ontstaat een steeds grotere behoefte aan deeltijdwerk. Een specialist op een bepaald terrein wil niet meer aan één onderneming gebonden zijn, maar wil zijn arbeidskracht ter beschikking stellen van meerdere bedrijven. Dat leidt tot meer en bredere ervaring die zich weer betaalt door nog beter gehonoreerde tijdelijke betrekkingen. Deze specialisten, die goed zijn opgeleid, kunnen hun arbeid op eigen houtje als free lancer aanbieden, via een eigen BV, of via een vaste aanstelling bij een detacherings- of interim-managementbedrijf.

2. Bedrijven concentreren zich in toenemende mate op wat zij beschouwen als hun kernactiviteit en besteden alle andere produktie en dienstverlening uit. Het personeel dat over de vereiste kennis en capaciteiten beschikt om de kernactiviteit succesvol te maken behoort tot het elitecorps van het “kernpersoneel”. Deze werknemers zijn goed genoeg om hun diensten via een eigen BV of als free lancer aan meerdere bedrijven te verkopen, maar de onderneming in kwestie neemt daar geen genoegen mee. De betreffende kennis bepaalt immers het onderscheidende vermogen ten opzichte van de concurrentie. Dus wordt het kernpersoneel met gouden kettingen aan het bedrijf geklonken.

3. Om sneller in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden willen ondernemingen een zo flexibel mogelijk personeelsbestand. Bij fietsenfabrikant Batavus te Heerenveen bijvoorbeeld is de basis-personeelsbezetting maar 60 procent van de topbezetting. Bij grote vraag naar fietsen wordt een aantal “schillen” aangesproken om de arbeidscapaciteit successievelijk uit te breiden. Omdat de vraag naar fietsen in het najaar minder groot is dan in het voorjaar wordt door het basispersoneel in het najaar korter en in de maanden januari tot en met juni langer gewerkt. Werktijdverschuiving, noemt de topman van de holding waaronder Batavus valt (Atag) H. Manschot dat. De volgende schil berust op een contract dat is gesloten met het naburige wervoorzieningsschap (vroeger sociale werkplaats geheten) om de capaciteit met 15 procent te kunnen vergroten. Wordt het nog drukker, dan wordt de volgende schil van 15 procent aangesproken: pooling. Batavus heeft een contract met een uitzendbureau. Batavus garandeert het betreffende uitzendbureau dat het minimaal vijf à zes maanden werk zal verschaffen aan bepaalde werknemers. Voor de resterende maanden moet het uitzendbureau voor deze mensen dan maar ander werk zoeken, bijvoorbeeld bij een bedrijf dat een omgekeerd seizoenpatroon heeft. De laatste tien procent tot aan volledige capaciteitsbezetting wordt opgevuld met traditionele uitzendkrachten, die alleen in de echte piekperiode op afroep komen opdraven.

4. Het wegvallen van de grenzen heeft de concurrentie vanuit goedkope buitenlanden directer voelbaar gemaakt. Zo laat machinefabrikant Stork steeds meer schroeven, moeren en andere materialen vervaardigen in het goedkope Tsjechië. Batavus ontwerpt fietsen in Nederland en heeft een moderne lakstraat om de kleuren op het laatste moment volgens de jongste mode te kunnen aanbrengen. Alle onderdelen komen echter uit het Verre Oosten en worden daar op specificatie gemaakt door goedkope en hypermoderne toeleveranciers. Omdat de fietsen in Nederland worden geassembleerd heeft Batavus toch relatief veel goedkope handjes nodig. Voor de fabrikant van kopieerapparaten OCE geldt iets soortgelijks. Niet-kernpersoneel kan van diverse pluimage zijn: uitzendkrachten, gedetacheerde specialisten, oproepkrachten, free-lancers en mensen die op tijdelijk contract worden aangenomen.

5. De voortschrijdende technologie maakt het mogelijk on line in verbinding te staan met toeleveranciers in Nederland en verre buitenlanden, zodat die op elk gewenst moment van de dag en de nacht van specifieke instructies kunnen worden voorzien. De technologie maakt het ook mogelijk dat meer mensen thuiswerk verrichten dan in het verleden. Telematica-automatisering (telewerken) zal in de toekomst grotere vormen aannemen. Dat kan mooi samenvloeien met de trend van toenemende individualisering (punt 1).

Deze en andere trends leiden tot een steeds systematischer en structureler gebruik van flexibele arbeidskrachten door tal van bedrijven. Machinefabrikant Stork bijvoorbeeld is een conglomeraat van bedrijven. Aan de top van de piramide staan volgens topman J. Hovers wat hij noemt de “zelfscheppende bedrijven”. De mensen die daar werken leveren vanzelfsprekend hoogwaardige prestaties.

In de laag daaronder bevinden zich de “generieke dienstverleners”, die diensten verlenen aan de kernbedrijven en het kernpersoneel aan de top, maar ook aan derden. De hier voorradige kennis is niet van zo'n strategisch belang dat hij exclusief aan Stork moet worden voorbehouden. Het is zelfs mogelijk dat deze generieke dienstverleners worden verzelfstandigd en dat Stork hun diensten voortaan inleent. “Een stuk van de uitvoerende capaciteit houden we zelf,” aldus Hovers. “Een ander deel wordt uitbesteed aan contractors”. Zowel het kernpersoneel als de generieke dienstverleners hebben vaste dienstverbanden.

In de laag daaronder - de basis van de piramide - bevindt zich een groeiende groep van flexibele werknemers: uitzendkrachten, contractanten, oproepkrachten, free-lancers, telewerkers. Voor de meesten van hen geldt de regel dat er alleen maar gewerkt wordt als er echt werk is en dat er dan ook alleen wordt verdiend. “Het aantal ingeleenden neemt sterk toe,” aldus Hovers. “Het gaat daarbij nu om ongeveer 20 procent van onze totale bezetting, maar dat kan best toenemen tot 30 procent”.

Ook aan de andere kant van de arbeidsmarkt, bij de bemiddelaars van flexibele arbeid, wordt de structurele groei van het aantal 'flexarbeiders' onderkend. Per dag werken nu zo'n 150.000 mensen als uitzendkracht (op jaarbasis gaat het om 650.000 verschillende uitzendkrachten), bijna 2,5 procent van het totale aantal werkenden in Nederland. Volgens de directie van de twee grootste uitzendbureaus van Europa, Manpower en Randstad, zal dit toenemen tot 4 procent rond de eeuwwisseling. In de Verenigde Staten trad onder invloed van soortgelijke economische- en maatschappelijke trends eenzelfde verdubbeling van het aantal uitzendkrachten op. De maatschappelijke- en inkomenspolitieke consequenties van de flexibilisering van de arbeid zullen groot, maar onontkoombaar zijn. De economie heeft zijn eigen wetten, die worden opgelegd aan politiek en maatschappij. Wie niet over de vereiste kennis en capaciteiten beschikt om toe te treden tot de elite van het goedbetaalde kernpersoneel of de generieke dienstverleners, is gedoemd te verdwijnen in de pool van flexibele werknemers, die eenvoudig, repeterend werk verrichten op wisselende tijden en met onzekere (lagere) inkomsten.