De A van Boeijen; Frank Boeijen, zanger van het gedragen lied

Muzikaal zijn de liedjes van Frank Boeijen niet erg bijzonder, zijn teksten bevatten vaak kreupele beelden en overspannen wendingen en hij zingt met een gorgelende r en een zwaar geaspireerde t. Toch weet de zanger met zijn stem en zijn overgave hevige emoties op te roepen. “Ik vind het prachtig, maar bewijs dat maar eens.”

Frank Boeijen: De ontmoeting. (Ariola 74321-234252). Annette van der Mooren en Hans Walraven: Frank Boeijen. Een lied van verlangen.Uitg. Forum. 232 blz. Prijs ƒ 32,50. De theatertournee van Frank Boeijen begint op 7 januari in Theater de Willem in Papendrecht en duurt tot 27 mei.

'Een Nederlandse zanger goed vinden, dat brengt risico's met zich mee'. Dat schreef Bas Heijne hier een paar maanden geleden, in een pleidooi voor het Nederlandse lied. Niet het Nederlandse lied van de Dikke Lul Band en ook niet dat van 'het kindvrouwtje Willeke of het campvrouwtje Imca Marina', maar gewoon het goed gemaakte, serieuze Nederlandse lied van bijvoorbeeld Liesbeth List. Heijne zag haar als een van de slachtoffers van de schroom en de gêne die ons blijkbaar overvalt als het gaat om het ironieloos zingen in onze moerstaal. Als men er al naar luistert, dan loopt men daar niet mee te koop. Hij haalde het geval aan van een kennis die hem onlangs verteld had 'Zeg me dat het niet zo is' van Frank Boeijen zo'n mooi nummer te vinden. Maar die bekentenis werd met de nodige schroom gebracht en ging meteen vergezeld van de mededeling dat hij geen enkele plaat of cd van Boeijen in huis had. Hij zou eens voor een liefhebber kunnen worden versleten.

Bij het lezen van Heijne's stuk voelde ik me lichtelijk betrapt, want ik ben er ook zo een: een zwak voor Boeijen en wel uitgerekend sinds 'Zeg me dat het niet zo is', maar niets van hem in huis, en geneigd me voor dit zwak te excuseren.

Ik weet nog goed wanneer ik 'Zeg me' voor het eerst hoorde. Ik zat met een half oog tv te kijken, naar een inzamelingsactie voor Roemenië, dat toen net de kerstrevolutie van 1989 achter de rug had. Er traden 'artiesten' op, gratis, want het was voor het goede doel, en een van hen was Frank Boeijen. Hij zong 'Zeg me'. Ik meen me te herinneren dat hij het zonder begeleiding zong, staande achter een microfoon, maar eerlijk gezegd ben ik daar nu toch niet meer zeker van. Misschien begeleidde hij zichzelf wel op de piano. Misschien zaten er toch wel strijkers in de orkestbak. En het is zelfs mogelijk dat hij alles 'playbackte'. Maar in ieder geval ervoer ik het als 'live' en als een gebeurtenis: om die stem, om die overgave, om die moed om helemaal alleen voor een volle zaal en een hele rij camera's het onderste uit de ziel te halen, om die strijkers (die er misschien niet waren, maar die ik er in gedachten wel bij hoorde), om de gelegenheid die nogal op mijn sentiment werkte (arm Roemeens volk na jaren van juk bevrijd) en ook wel enigszins om de tekst die, voorzover ik er op letten kon, heftig en hevig was.

Ik weet nog dat ik moeite deed het lied op zijn Roemeens te interpreteren, al kwam ik er niet helemaal uit. Het ging over een 'lievelingsrestaurant' en over iemand die mee moest ('ik heb gebeld, ze weten ervan', 'trek je jas aan, anders wordt het te laat'), maar ik zag nog niet goed wat dat met het slachthuisje van de Securitate in Timisoara of met Ceaucescu of met Boekarest in de sneeuw te maken kon hebben. Maar dat deed er ook niet zoveel toe. Het mooiste was het van heel diep komende waar is in de vaak herhaalde refreinregel 'Zeg me dat het niet waar is' en de overtuigend gezongen hartekreet 'Kom eens hier, ik hou je vast, ik laat je nooit meer gaan'. En heel mooi was ook dat de dramatiek bedwongen werd en dat de zanger wist wat hij deed: het was allemaal pathetisch en op het randje, maar na twee forse uithalen keerde hij aan het slot weer terug naar de schrijnende ingetogenheid van het begin.

Ex-geliefden

Pas veel later begreep ik dat Boeijen hier, in deze winter aan het eind van de Koude Oorlog, niet een speciaal Roemenië-nummer had gezongen, maar gewoon zijn laatste single, afkomstig van zijn cd 'Een zomer aan het eind van de twintigste eeuw', uitgebracht in oktober 1989. De aanleiding voor het nummer was niet Roemenië, maar een andere dramatische gebeurtenis: de wetenschap dat een vriendin van hem niet lang meer te leven had. 'Zeg me' gaat over het verlangen om nog één keer te doen alsof het niet zo is, om nog één keer de stad in te gaan, te eten, te drinken, te lachen en te vergeten, tegen beter weten in, zoals de slotregels duidelijk maken: 'We doen net alsof ze gewoon verder leeft, zelfs als het niet zo is'.

Wie wel houdt van de pathetiek van 'Zeg me' hoeft op Boeijens nieuwste cd, De ontmoeting, niet lang te wachten tot hij aan zijn trekken komt. Binnen één minuut, om precies te zijn: na 53 seconden, is het al raak. Het eerste lied, tevens titelsong, begint aarzelend, parlando, en lijkt aanvankelijk wel het vervolg op 'Zeg me'. Daar moest de laatste avond nog beginnen, hier is de avond voorbij: 'Kom laten we gaan / De fles is leeg / Ik breng je naar huis'. Uit de volgende regels blijkt dat het hier gaat om twee ex-geliefden die elkaar na lange tijd weer eens hebben gezien. Er is gepraat en er is gelachen, er is nagedacht over hoe het zou zijn gegaan als ze bij elkaar waren gebleven, maar daarvoor is het nu te laat, zoals de zanger zelf ook wel weet. 'Nu is het te laat', zo houdt hij zichzelf na tien regels voor - een goed moment dus om het lied maar weer te beëindigen, maar juist dan begint het over te stromen in een mooi refrein van onvervuld verlangen.

Ik kan wel citeren wat Boeijen dan zingt, maar de kracht zit hem natuurlijk niet in de woorden zelf, maar in de overgave waarmee ze gezongen worden (ik zou haast zeggen: uit volle borst): 'Maar jouw gezicht / en je mond / het is zo vertrouwd / het is ondraaglijk / die afstand / ik zou zo graag / met jou / o liefste'. En wij voelen wel aan dat de zanger die ondraaglijke afstand op alle mogelijke manieren zou willen overbruggen, om het weer zoals vroeger te laten zijn, maar ook voorzien we al dat het er niet meer in zit. De zin 'ik zou zo graag met jou' wordt niet afgemaakt, en dat zegt genoeg.

Het nummer is dan nog geen anderhalve minuut oud, dus er is nog tijd genoeg voor een tweede ronde. Weer wordt de zinloosheid van het verlangen bezongen, en nog een keer probeert de zanger dapper afscheid te nemen ('ik laat je gaan'), maar opnieuw valt hij zichzelf in de rede met zijn hunkerende refrein en dat blijft hij dan maar tot het eind van het lied herhalen: met steeds heviger strijkersgestrijk, steeds gepassioneerder, maar ook steeds machtelozer. Ik vind het prachtig, maar bewijs dat maar eens. Ik zou kunnen wijzen op de strijd die in de zanger woedt en die binnen het lied wordt uitgevochten, op het evenwicht tussen aan- en terugtrekken, op het beheerste sentiment, en zelfs zou ik kunnen beweren dat vorm en inhoud (muziek en onderwerp) hier mooi op elkaar aansluiten - maar dit 'bewijst' allemaal niets. Want net zo gemakkelijk kan er, net als bij 'Zeg me', van alles tegen 'De ontmoeting' worden ingebracht.

Lathen we gaan

Muzikaal is het geloof ik niet erg bijzonder. Het klinkt als degelijk vakwerk in de traditie van het gevoelige, gedragen lied: geen popmuziek, geen chanson, maar iets ertussenin. Het is geen nummer om op te dansen, eerder een om bij stil te staan of te zitten (open haard, auto) en mee te zingen, met gespreide armen en gekwelde blik. De opbouw is klassiek: rustig begin, aanzwellend vervolg, overstroming (2 x) en dan de overstroming uitzingen tot het slotakkoord. De tekst is niet, of eigenlijk helemaal niet bijzonder. Er staan her en der wat rare woorden en wendingen in, met een zekere nadruk op vage bombast. En ook op de uitspraak van Boeijen valt wel wat aan te merken: hij heeft, naast een mooie zachte g, bijvoorbeeld een lelijk gorgelende r ('ik brrreng je naarrruis') en een zwaar geaspireerde t, alsof hij hem met de thanden op elkaar uitspreekt, zoals een Groninger en zoals trouwens ook Raymond van het Groenewoud: 'kom lathen we gaan', 'nu is heth the laath'.

Maar hoe meer ik er tegenin weet te brengen, hoe pikanter ik het vind dat ik er toch keer op keer door ontroerd raak. En dus wijst alles erop dat ik houd van de stem van Frank Boeijen: die is het die mij weerloos maakt, ook als hij vage onzin zingt met veel t's en r'en erin. Dit lijkt mij een kwestie van persoonlijke smaak, die niet beter gedemonstreerd kan worden dan aan het samen met Stef Bos gezongen lied 'Twee mannen zo stil'. Het is een larmoyant, sentimenteel nummer waarin Bos en Boeijen om en om en samen de meest hoogdravende teksten zingen. Die van Boeijen storen mij nauwelijks, zelfs niet als hij vol overgave roept om een zakdoek en beweert: 'Een stuwmeer van tranen / verdringt de tijd'. Maar vreemd genoeg kan ik die van Stef Bos maar niet verdragen, op dezelfde manier als ik Herman van Veen niet verdraag. Het moet iets met de stem te maken hebben, maar wat? Teveel door de neus gezongen en te weinig door de hese keel en de schorre long? Om te bewijzen hoe strikt particulier dit allemaal is, zeg ik er maar even bij dat nu juist Boeijen door kenners vaak vergeleken wordt met Van Veen. Hij is ten tijde van zijn debuut, rond 1980, wel 'de nieuwe Herman van Veen' genoemd en zelfs las ik ergens dat hij 'twee keer zo goed als Herman van Veen' zou zingen: een voor mij onbegrijpelijk compliment.

Met poëzie heeft het allemaal niets te maken, al vrees ik dat Boeijen zelf daar anders over denkt. Zijn teksten zijn vaag, althans wanneer ze over het leven en de liefde gaan, en zo hoort het ook. Tekst is voor muziek wat rijm en strofering voor echte poëzie is: als het goed is merk je het niet, maar doet het in stilte zijn werk. Er kunnen genoeg kreupele beelden en overspannen wendingen in deze elf liedjes aangewezen worden, maar wat doet het er toe. 'Mijn geest was onder invloed van slangegif' lezen we in het tekstboekje, maar Boeijen zíngt het prachtig. 'Zacht als een weekdier / zacht als een spons / waren je lippen op mijn mond': niet fraai gezegd, maar toch is het een van de mooiste passages in het zwoele lied 'Jungle'. De twee nummers met politieke strekking ('Niet van hier' en 'Nu de wereld in de war is') hebben wel een verrassende clou, maar die zijn nu juist muzikaal weer niet zo interessant.

Stevige baby

Wie nog steeds wil denken dat Boeijen eigenlijk een dichter of literator is, moet het voorwoord maar eens lezen dat hij schreef in zijn eigen, net verschenen biografie Een lied van verlangen, of anders wel de daarin opgenomen dagboekfragmenten: zweverig, pretentieus, quasi-literair proza. Het proza van de biografen zelf ('communicatiewetenschapper' Annette van der Mooren en popjournalist Hans Walraven) is saai en voorspelbaar. Zonder veel diepgang en zonder kritiek wordt het leven van 'Frank', zoals hij genoemd wordt, gevolgd: van de 'goedlachse, stevige baby van tien pond' met 'een eigen willetje' in 1957 via Franks moeilijke puberteit naar de worstelingen en successen van de Frank Boeijen Groep, de grote scheuring in 1991 ('fans huilen bij elkaar uit') en Franks solo-carrière daarna.

De zanger verschijnt hier als een onrustige romanticus en een gedreven muzikant, steeds op zoek naar 'nieuwe wegen', ook in zijn privé-leven. Het zal allemaal wel kloppen. Een lied van verlangen is een boek voor de fans, die er ook nog heel wat niet eerder gepubliceerde foto's (met stupide onderschriften) in zullen aantreffen. Het mooiste citaat is van Franks oude onderwijzer Ton van Erp die een aardig portret geeft van een geboren zanger: 'In de klas zong hij altijd uit volle borst, heel hard. Hij liep dan rood aan. Als hij met dat blonde koppie omhoog ging, zag je dat hij van die opgezwollen aderen had. Je merkte gewoon dat hij het fantastisch vond.'

Aan de biografie is nog tot in een laat stadium geschreven, zodat er ook in te lezen valt hoe De ontmoeting tot stand is gekomen. Boeijen vertrok half mei in zijn eentje naar de studio, met vier nummers. De overige zeven werden in de daaropvolgende maanden geschreven, tussen de opnamen door. Ik vond het verrassend om te zien dat mijn vier favoriete nummers toch die vier waren die hij in mei al min of meer af had: 'Man zonder tranen', 'Is dit waar het om gaat', 'Jungle' en 'De ontmoeting'. De beste nummers worden altijd in een vloek en een zucht geschreven, zegt Boeijen ergens in de biografie, maar blijkbaar is dat toch niet altijd zo. De zeven laatste nummers zijn of kort en (te) simpel of juist lang, verhalend en (te) spanningsloos. Al zitten er ook in 'Aphrodite', 'Land van de engelen' en 'Open de poorten' mooie delen. Zes of zeven geslaagde nummers, op een totaal van elf: dat is een goede score.

Wat ze gemeen hebben is een stem. En nu kan ik wel zeggen dat die stem zo veelzijdig is, dat hij kan praten, zingen, fluisteren, klagen en roepen vanuit het diepst van de ziel, dat hij nu weer eens hees en weemoedig is, dan weer loom, dan weer schaamteloos, maar dat zullen de deskundigen ook wel van Herman van Veen zeggen, of van Stef Bos, of van Benny Nijman. Te bewijzen valt er niets. Maar één ding weet ik zeker: dat er niemand is die zo mooi de lange a kan zingen. De aa van 'Zeg me dat het niet waar is', van 'Het is ondraaglijk' en 'Ik zou zo graag', van 'Is dit waar het om draait'. Laat wat gevoel zien liefste Máák eens wat ruzie liefste Láát eens je tong zien En zeg aa Zijn t en zijn r mogen dan misschien niet deugen, maar met zijn aa is niks mis. Het is de aa van 'naakt' en 'kwetsbaar'. Dat is wat Boeijen durft te zijn en waarom ik hem zo bewonder.