'Cascoverhuur' biedt meer vrijheid

AMSTERDAM, 6 JAN. Tussen de Da Costakade en de Bilderdijkstraat in Amsterdam-West staat het oude gebouw van lettergieterij Tetterode. Elegante baksteenmotieven van de Jugendstil sieren de voorkant, de achterkant is een streng voorbeeld van de Nieuwe Zakelijkheid. Eigenaar van die twee gevels is woningbouwvereniging Het Oosten. Alles wat ertussen zit, is sinds 1987 eigendom van de bewoners, de vroegere krakers van wat de 'Rode Tetter' heette.

Volgend jaar hoopt woningbouwvereniging het Oosten (zo'n 15.000 huizen in heel Amsterdam) al haar huurders de mogelijkheid te bieden de binnenkant van hun huis te kopen. Dit voorjaar wil directeur ir. F.Ph. Bijdendijk al een proef beginnen met duizend huizen. Als een huurder de binnenkant koopt, met geld dat hij van Het Oosten kan lenen, mag hij eraan veranderen wat hij wil. Na afloop van de huurovereenkomst taxeert een bureau de waarde en die betaalt de woningbouwvereniging terug. Zo kan een 'nette' bewoner de aflossing van de rente terugverdienen: die zal een hoog bedrag terugkrijgen.

In 1983 stapte Bijdendijk binnen bij de krakers van de Rode Tetter om te zien of het gebouw, als de gemeente het zou kopen, exploitabel kon worden gemaakt. Hij kwam in een wirwar van woningen, ateliers, bedrijfjes terecht, allemaal opgebouwd door mensen die dat zo wilden houden. De eerste, conventionele gedachte die bij Bijdendijk opkwam, was: 'Daar zal heel wat subsidie bij moeten.' “Ze wilden flexibel wonen. En dat is duur.” Maar toen viel hem in: 'Waar bemoei ik me eigenlijk mee?' “Die mensen wonen er al, en hebben alles zelf opgebouwd.”

Zo ontstond het idee om hen ook de verantwoordelijkheid voor de binnenkant te laten behouden en als woningbouwvereniging slechts de zorg over de buitenkant op zich te nemen. Het mes sneed daarbij aan twee kanten: de bewoners behielden zeggenschap over hun inrichting en de woonlasten konden laag blijven, in overeenstemming met de doelstelling van de woningbouwvereniging en met de portemonnee van de krakers. “Als ik niet investeer in de binnenkant van het huis, hoef ik er ook geen huur over te vragen”, aldus Bijdendijk.

Die opzet, gelukt bij het Tetterode-complex, heeft Bijdendijk sindsdien getracht over te brengen op zijn hele bezit. Hij zag namelijk dat niet alleen krakers hun eigen huis inrichten. Uit onderzoek bleek dat jaarlijks in tien procent van de woningen van Het Oosten, de bewoners ingrijpende veranderingen doorvoerden. De behoefte was er kennelijk en de capaciteit. Het enige wat ontbrak was de stimulans.

Het grootste probleem namelijk, dat Bijdendijk moest zien op te lossen, was de doorbreking van de zogeheten 'natrekkingsregel'. Een huurder die een voorziening in zijn woning aanbrengt, zoals een wasbak of een keuken naar eigen smaak, raakt die investering kwijt zodra hij de huur opzegt en vertrekt. Hij kan zijn wasbak uitslopen en meenemen of hem gratis achterlaten voor de woningbouwvereniging. Deze regel, die de eigenaar beschermt, verhindert de huurder al te veel in zijn woning te investeren. Daar is een juridische oplossing voor gevonden.

De andere belemmering was van financiële aard: hoe konden de per definitie weinig vermogende huurders van sociale woningbouw een, zij het kleine, koopsom opbrengen. Het antwoord is gevonden in de toestemming van Financiën de lening, aangeboden door Het Oosten, af te trekken van de belasting, als was de binnenkant een 'echte' eigen woning. “Zo betaalt de fiscus ook eens mee aan het vermogen van de kleine man.”