Wachten op de winter; Het geduld van de laatste schaatsenmaker

Wat doet een schaatsenmaker als het in de Hollandse winter maar niet wil vriezen? Exporteren, nieuwe produkten verzinnen, en droge grappen maken in afwachting van koude tijden.

Friese Schaatsenmakers, door Wiebe Blauw, uitg: Van Wijnen, Franeker. De ontwikkeling van de Friese schaats is goed te zien in de IJszaal van het Fries Scheepvaartmuseum. Kleinzand 14, Sneek. Inl 05150-14057.

Dit is een verhaal over wachten. Wouter Zandstra kan het. Tjitze Nijdam had er meer moeite mee. Het gaat over wachten op dichtgevroren sloten en plassen met spiegelglad, inktzwart ijs. Wachten op dagen en weken van ouderwetse ijspret met sleetjes en schaatsen, op molen- en merentochten, koek en zopie en snert. Als er ook nog een Elfstedentocht gereden kan worden is dat mooi meegenomen, maar dan is de winter al oud, en hoort iedereeen eigenlijk al nieuwe schaatsen aan de voeten te hebben.

Wouter Zandstra loopt door de gigantische fabriekshallen in Joure waar zijn voorraad schaatsen op vorst ligt te wachten. Er is een uitleverhal, een hal met buffervoorraden, en een hal met onderdelen en restpartijen. “Aantallen noem ik liever niet. Dat klinkt meteen zo overdreven. Als mensen me vragen hoeveel schaatsen hier staan, dan zeg ik altijd: genoeg.” En genoeg dat is “heel veel!” Met een droog gevoel voor humor wapent Zandstra zich tegen de onzekere kanten van zijn beroep. “Als het over drie jaar nog niet heeft gevroren, begin ik een museum.”

Op zijn bureau ligt een berg babyschaatsjes met dubbele ijzers, in vrolijke kleuren gemoffeld. “Dat is een nieuwigheidje voor volgend jaar. Toch veel leuker dan dat saaie staal, niet?” Met een breed gebaar zwiept hij alle schaatsjes in een plastic zak. “Sinds 1987 hebben we eigenlijk geen echte ijsweekeindes meer gehad, dus statistisch gezien maken we dit jaar een kans. Helaas heeft de natuur een slecht geheugen. In deze handel moet je daarom vijf, zes, misschien wel zeven ijsloze winters kunnen overleven. Dat is moeilijk. Niet alleen in financieel opzicht. Je moet het ook mentaal kunnen incasseren. En niet helemaal van de schaatsenverkoop afhankelijk zijn.”

Nederland heeft een rijke traditie op het gebied van schaatsenmaken, maar die is de laatste jaren in hoog tempo verloren gegaan. Dat enigszins treurige beeld rijst op uit het onlangs verschenen boek Friese Schaatsenmakers, waarin zo'n 180 producenten getraceerd zijn. Meestal waren zij smid of timmerman, en maakten schaatsen als bijprodukt. Toen in de jaren zestig de consumenten massaal de voorkeur aan leren schaatsen boven hout gaven, kregen zij het moeilijk. Sommigen - als Tjitze Nijdam - waagden alsnog de overstap, maar konden met hun prijzen niet opboksen tegen de vaak veel goedkopere importschaatsen.

Dat de Friezen zo lang aan hout vasthielden, had alles te maken met het conservatisme van de schaatser. Wie eenmaal goed rijdt, schakelt niet graag over op ander materiaal, dus de meeste uitvindingen op schaatsgebied stierven een roemloze dood. Ook de verbeterde noor die Tjitze Nijdam van de NSA-schaatsfabriek te Akkrum ontwierp vond geen afzetmarkt. “Alles wat anders was, werkte niet,” oordeelt hij achteraf. Als zestienjarige kwam Tjitze bij vader Jan in het bedrijf die schaatsen en klompen maakte in het bedrijf. “Die begintijd was het mooist. Het is een hele kunst om uit de hand van een blok hout je eigen model schaatsen te snijden. Je maakte zo'n tien paar per dag. Ik pik mijn schaatsen er nu nog zo uit, als ik ze op het ijs langs zie rijden.”

Met zijn hand strijkt hij langs de schaatsen op het modellenbord dat hij in de werkplaats achter zijn huis heeft hangen. Het is het enige van de NSA wat hij niet heeft weggegooid, afgebroken of verkocht. In 1958 nam Tjitze Nijdam het bedrijf over, in 1964 begon hij met een smederijafdeling waar hoge noren gemaakt werden. “We werkten met 23 man personeel, het waren de jaren van produktie, produktie, produktie; vreselijk, achteraf gezien. Alles ging machinaal, dus je kon tot op het uur voorspellen wanneer een partij klaar was. Bleef het een open winter dan vrat je je op van de zenuwen. Als het niet vroor was je jaarbalans precies hetzelfde als die van het jaar ervoor. Toen kwamen die rampzalige winters van '70-'75, waarin er helemaal geen ijs was. Wat een armoe: in ons gezin kwam er geen karbonaadje op tafel in die jaren. Ik monteerde maar door, en de voorraad maar wachten op winter. Ophouden kon ook niet; het spul was immers geen cent waard. Tot die prachtige winter van 1976. Dag en nacht hebben we gewerkt. In tien dagen waren we door onze hele voorraad heen. Daarna ben ik er onmiddelijk uitgestapt, en heb een samenwerkingsovereenkomst met Zandstra gesloten.”

Spreiding van het risico, dat is een belangrijke sleutel voor de overlevingstrategie van Wouter Zandstra, de enige zelfstandige Friese schaatsenmaker die er nu nog is. Door sommigen wordt hij echter niet als een maker, maar puur als handelaar gezien. Dat blijft hem verbazen. “Ik máák toch zeker schaatsen, ze worden hier in ons bedrijf in elkaar gezet. Bovendien ontwerpen we ook nieuwe modellen. Nostalgie is mooi, maar waarom zou je een produkt niet kritisch bekijken en verbeteringen aanbrengen? Kinderen leren alleen maar goed schaatsen op Friese doorlopers, niet op hockeyschaatsen of noren. Maar ze willen nu eenmaal niet op hout, krijgen met hun koude vingertjes de veters niet vast.”

Om dit psychologische probleem te ondervangen werd door Zandstra de Easy Glider ontwikkeld, een vrolijkgekleurde, brede nylonschaats met eenvoudige kindersluitingen. “Dat die de houten kinderschaats gaat verdringen, staat voor mij al vast. Alleen de consument weet het nog niet,” stelt Zandstra beslist. Zo is ook het leren tijdperk in zijn ogen voorbij. Aan de schoenen verandert op het ogenblik geweldig veel, ze worden bijvoorbeeld geïsoleerd: nooit meer het gevoel van afgevroren tenen. Tegen zwikken helpen hoog om de enkel sluitende plastic schoenen, met eenvoudige haaksluitingen of kleefband.

Nieuw is ook de Skischaats. Die lijkt op een houten noor zonder schoen. Op de punt zit een skibinding waarin een langlaufschoen vastgeklikt kan worden. Doordat de hak los is, kun je een langere slag maken. Bovendien wordt het beruchte klunen een feest, want de schaats doe je dan gewoon even af. “Of het aanslaat, valt nog te bezien,” meent Zandstra, “Hiervoor moet je natuurijs hebben, en dat is er maar een paar dagen of een paar uur per jaar. De meeste van deze schaatsen exporteren we naar Canada, waar het vaak vriest én een langlauftraditie bestaat.”

Nog spannender voor de toekomst van Zandstra's bedrijf is wat er met het skeelen gaat gebeuren. Skeelen is schaatsen op wieltjes; hier nog vooral gedaan door blitse jongens die in gescheurde spijkerbroeken door de stad crossen. In Amerika gaan hele families op zondagochtend in plaats van fietsen of wandelen gezamenlijk skeelen. “Of we dat in Nederland ook zullen zien? Wij zijn er helemaal klaar voor; binnen een paar dagen kan ik ze in grote aantallen op de markt brengen. Maar het blijft afwachten,” zucht Zandstra. Hij heeft zijn zenuwen gelukkig in bedwang. Geleerd van het wachten op de winter. De voorkeur van de consument is immers even onvoorspelbaar en grillig als het weer.

Kader: Het proces van ijsmaken

IJsmaken duurt twee dagen en is precisiewerk. De bodem van de Friese indoorbaan bestaat uit ruw beton met daarin buizen waar gekoelde, vloeibare ammoniak doorheen stroomt. Vier compressoren koelen de bodemplaat tot onder het vriespunt. De baan wordt verzadigd met leidingwater rond het vriespunt, waarna de temperatuur teruggaat naar 6 of 7 graden onder nul. Als de plasjes op de baan bevriezen, wordt er een nieuw laagje water over geneveld. Dit wordt zo'n twintig keer herhaald. Per laag komt er een millimeter ijs bij. De uiteindelijke dikte is twintig centimeter, in de bochten iets meer omdat de rijders daar meer ploegen dan op het rechte eind. Bij het dweilen wordt de oude toplaag wordt afgeschraapt met een ijsmachine. Vervolgens wordt onthard en warm water (70ß8) op de baan gesproeid. Het ontharden is nodig omdat er anders een remmende kalk in de toplaag komt.

Voor vrij schaatsen is het Thialf geopend van ma t/m vr 9u30-12u, zo 10-12u30, en alle middagen van 14-16u30. Di t/m za ook van 20u-22u30. Van 5 t/m 8 jan is de baan in verband met de EK Schaatsen gesloten; kaarten hiervoor zijn niet meer verkrijgbaar. Inl 05130-36524.