Jonge drugskoerier verdient 25 gulden met kwartier werk

GRONINGEN, 5 JAN. Ze verdienen 25 gulden met een klusje van nog geen 15 minuten. Oudere jongens rijden rond op scooters en hebben een zaktelefoon. Buurtopbouwwerker R. Middelberg kent een drugskoerier van twaalf jaar die zelf aan de drugs is geraakt.

De politie van Groningen maakte deze week bekend dat in De Hoogte en de Indische Buurt in de stad Groningen enkele kinderen tussen tien en achttien jaar in dienst van drugsdealers heroïne en cocaïne rondbrengen. Het gaat om “incidentele gevallen”, zegt de politie. Middelberg kent een stuk of zeven jonge drugskoeriers. “Ik weet niet of dit het topje van de ijsberg is of dat ik ze toevallig allemaal ken.”

Het is ijzig koud in de Soerabajastraat in de Indische Buurt. Een jongen van jaar of zestien in een trainingsjack en met een helm half op zijn hoofd, staat bij een gele scooter. Hij ijsbeert wat, slaat zich met zijn armen warm en kijkt schichtig om zich heen. Even verderop staat nog een scooter. Dan komt uit het portiek een tweede jongen en beiden rijden snel weg. Nog geen kwartier later zijn ze terug. De tweede jongen loopt het portiek weer binnen. Wat ze aan het doen zijn? De jongen in het trainingsjack wendt zich af. “Niks”, mompelt hij. Drugs? De jongen drukt op zijn claxon. Zijn vriend komt aangesneld en de twee rijden vliegensvlug weg.

In de Indische Buurt is de werkloosheid hoog, er wonen veel mensen met lage inkomens. “Door een pakketje weg te brengen kunnen ze snel een brommertje verdienen”, vertelt opbouwwerker Middelberg. Vooral kinderen van de school voor beroepsonderwijs in de buurt zijn daar volgens hem vatbaar voor.

D66-gemeenteraadslid A. Westerdijk woont in de Indische Buurt. Volgens haar spijbelen kinderen er relatief veel. “Doordat hun ouders werkloos zijn, hebben veel kinderen geen regelmaat in hun leven. Ze leven veel op straat, dealers kunnen die kinderen eenvoudig benaderen”. Dat gebeurt vooral in de namiddag en de vroege avonduren.

Dat kinderen sinds dit jaar worden gebruikt als drugskoerier of als drugsrunner, waarbij ze gebruikers naar dealers brengen, is voor een belangrijk deel het gevolg van het opjaagbeleid van de politie, vermoedt opbouwwerker Middelburg. In de zomermaanden liep het met de drugsoverlast uit de hand. Bewoners werden bedreigd en geïntimideerd. Junks groepeerden zich rondom drugspanden, woningen van waaruit wordt gehandeld. Onder invloed van burgemeester H. Ouwerkerk koos de politie voor een harde aanpak. De politie deed invallen, drugspanden werden gesloten, tussen half oktober en eind december werden vier belangrijke dealers aangehouden, 120 verslaafden kregen een proces-verbaal.

De aanpak hielp. De buurt kon weer ademhalen. Maar de handel vanuit drugspanden verplaatste zich naar de straat, erkent de politie. Om zelf zo weinig mogelijk risico te lopen schuwden handelaren het niet om kinderen te benaderen voor het wegbrengen van pakketjes. Middelberg: “Het gebruik van die kinderen heeft voor de dealers geen consequenties. Die kinderen weten soms niet eens wat ze doen.”

Volgens buurtwerker Middelberg zijn ouders van wie bekend is geworden dat hun kinderen drugs hebben rondgebracht, diep geschokt. De ouders die hij kent, willen er alleen met hulpverleners over praten. “Van één gezin weet ik dat ze geld bij elkaar hebben geschraapt om hun zoon een tijd naar Amerika te sturen. Zodat hij even bij die drugs weg is.”

De wat oudere jongens, die op brommertjes rondrijden, weten volgens Middelberg heel goed met wat voor handel ze bezig zijn. De jongens hielden zich tot voor kort bij het buurtcentrum op. “Ik had het idee dat ze in de telefooncel gebeld konden worden. Maar er zijn er ook die een zaktelefoon hebben.” De laatste weken is het rustiger, door de aanpak van de politie en misschien ook door de vrieskou.

Politie, scholen en de jeugdhulpverlening maakten ouders er vlak voor de kerst in een brief op attent wat er in de wijk gebeurde. De politie houdt een onderzoek in de buurt, maar het is lastig te bewijzen dat dealers kinderen inschakelen. De politie wil jonge kinderen niet fouilleren, aanhouden of verhoren, zegt politiewoordvoerder P. Boomsma. “Dat gaat ons te ver. In samenwerking met de jeugdhulpverlening proberen we te achterhalen hoe het precies in zijn werk gaat. Het is zaak dat ouders en hulpverleners het vroegtijdig signaleren, zodat zij en wij er op in kunnen spelen”, aldus Boomsma.