SIAD BARRE (1910/12-1994); Vader des vaderlands sterft als balling

De vader des vaderlands van Somalië. Zo wilde Siad Barre, de voormalige president van het Westafrikaanse land die gisteren in ballingschap in Nigeria waarschijnlijk na een hartaanval overleed, de geschiedenis ingaan. De huidige situatie in het land doet echter vermoeden dat weinig Somaliërs Barre, die het land van 1969 tot tot 1991 bestuurde, zo zullen eren. In Somalië is immers nauwelijks meer sprake van een 'vaderland' omdat het land is uiteengevallen in een aantal elkaar te vuur en te zwaard bestrijdende milities. Velen in Somalië houden Barre persoonlijk verantwoordelijk voor de Somalische tragedie.

Barre werd in 1910 of 1912 geboren uit een familie van nomaden. Hij was lid van de clan der Marehan, een groep waartoe ongeveer twee procent van de Somalische bevolking behoort. Na enige jaren als herder de kost verdiend te hebben ging hij in 1941 werken voor de politie van het door Italië bestuurde gedeelte van Somalië. In korte tijd wist hij zich op te werken tot inspecteur-generaal, de hoogste rang die een Somaliër in de koloniale politie kon bereiken. Op uitnodiging van de regering in Rome studeerde hij enige tijd aan een militaire academie in Italië.

Toen Somalië in 1960 zijn onafhankelijkheid won werd Barre benoemd tot plaatsvervangend opperbevelhebber van het nieuwe Somalische nationale leger. In 1965 maakte hij promotie tot opperbevelhebber van de strijdmacht. Na de moord op de toenmalige Somalische president Shermarke in 1969 kwam hij aan het hoofd te staan van een coalitie van groepen in het leger en de politie die de macht in Somalië overnam. Barre ontbond het parlement, schortte de grondwet op en benoemde zichzelf al spoedig tot 'voorzitter van de opperste raad van de revolutie'.

Bij zijn aantreden beloofde Barre om een einde te maken aan het tribalisme dat ook toen al endemisch was in Somalië. Hij installeerde in het kader van de leer van het 'wetenschappelijke socialisme' die hij zei aan te hangen, buurt- en arbeiderscomités. Deze moesten een voortrekkersrol vervullen bij de strijd tegen de clanstrijd en een Somalische nationale identiteit bevorderen. Onder Barre werd het Somalisch de taal waarin de regering met haar onderdanen communiceerde en waarin onderwijs werd gegeven.

Toch kwam er weinig terecht van Barres voornemen om het Somalische volk tot een eenheid te smeden. Dat was ten dele te wijten aan de buitenlandse politiek van de president. Na enige jaren heimelijk guerrillagroepen in de Ethiopische provincie Ogaden te hebben gesteund die aansluiting van die provincie bij Somalië nastreefden, liet Barre het in juli 1977 tot een oorlog tussen zijn land en Ethiopië komen. Barre hoopte dat het Westen hem militair in die strijd wilde bijstaan en brak daarom met zijn bondgenoot tot dan toe, de Sovjet-Unie.

Dat bleek echter een misrekening te zijn. In maart 1978 had het Ethiopische leger met behulp van Cubaanse en Sovjet-eenheden het Somalische leger uit de Ogaden verjaagd. De militaire nederlaag was niet alleen psychologisch een zware slag voor Barre. In het kielzog van de Somalische troepen kwamen naar schatting een miljoen vluchtelingen vanuit de Ogaden waardoor een groot beslag werd gelegd op de schaarse hulpbronnen van Somalië. Die schaarste leidde tot grote onvrede onder de bevolking en wakkerde conflicten tussen de diverse clans aan.

In Somalië kwam er steeds meer kritiek op Barre. De president werd ervan beschuldigd leden van zijn eigen Marehan-clan te bevoordelen en steeds meer te leunen op een kleine groep van vertrouwelingen. In 1981 werd in Londen de Somalische Nationale Beweging (SNM) opgericht die vanuit het noorden een guerrilla-oorlog tegen Barre begon te voeren. De reactie van de president was meedogenloos. De noordelijke stad Hargeisa werd in enkele maanden tijd door het regeringsleger tot puin gebombardeerd. Daarbij zouden ten minste 15.000 mensen om het leven zijn gekomen.

Langzamerhand brokkelde de machtsbasis van Barre verder af. Steeds meer clanmilities namen de wapens op tegen de president. Deze trachtte het tij nog te keren door de oppositie aan te bieden zitting te nemen in de regering, maar deze wees dat aanbod af. Volgens hulpverleningsorganisatie controleerde Barre in 1989 slechts nog de gebieden rond Mogadishu, Hargeisa en Berbera. 'De burgemeester van Mogadishu', zo werd hij in de laatste fase van de strijd spottend door zijn onderdanen genoemd.

In augustus 1990 sloten de drie voornaamste guerrillabewegingen een pact om Barre samen te verdrijven. In januari 1991 viel Mogadishu; Barre vluchtte na een kort verblijf in Kenia naar Nigeria.

Even leek het alsof een nieuwe dageraad in Somalië was aangebroken, maar al spoedig zakte het land weg in een poel van chaos en anarchie. Een poging van de Verenigde Naties om het land weer op de been te helpen is inmiddels mislukt en zal binnenkort worden beëindigd.

Het voortduren van de chaos in Somalië na het bewind van Siad Barre heeft overigens nu al met name onder buitenlandse Somalië-experts tot een nuancering van het oordeel over diens bewind geleid. Diepste oorzaak van de anarchie in Somalië zou zijn dat het land met zijn nomadische maatschappij niet geschikt is voor een sterk, gecentraliseerd staatsapparaat en het best als confederatie bestuurd zou kunnen worden. De problemen in het land zouden dus niet zozeer te wijten zijn aan Barre als wel aan de door het koloniale bewind ingebrachte staatsstructuur. Een dergelijke mildheid is in Somalië zelf vooralsnog niet aanwezig. Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk of het verzoek van Barre om in Somalische grond begraven te worden, zal worden ingewilligd.