'Eerlijk gezegd ben ik bang voor mijn vrije tijd'

In het nieuwe jaar staan veel mensen voor ingrijpende veranderingen in hun leven. Trouwen, scheiden, kinderen krijgen. Een nieuwe baan, een eerste baan, van school of juist met pensioen. Een serie persoonlijke gesprekken.

“Ik heb mijn huis aangehouden. Misschien dat ik het een nieuw verfje geef. Ik neem zeker nieuwe gordijnen. En ik zou ook blij zijn met een klein autootje.” Henk is 41 jaar en woensdag loopt na vierentwintig maanden zijn gevangenisstraf ten einde. “Waar ik een beetje bang voor ben, is dat ik met mijn vrije tijd niet overweg kan.”

“In mijn huis heeft tijdens mijn detentie een kameraad gewoond. Nu huurt hij een kamer bij me. Ik geloof dat hij daar niet weg wil, maar ik denk dat het voor hem en mij beter is wanneer hij wel weggaat. Want misschien wil ik toch wel weer een vriendin.

“Ik ben twee keer getrouwd geweest - met dezelfde vrouw. De eerste keer waren we drie jaar getrouwd, toen werd ik van de weg gehaald voor een zwaar delict. Er dreigde acht jaar en tbs. Justitie heeft mijn vrouw geadviseerd te scheiden. Uiteindelijk heb ik alleen achteneenhalve maand gekregen, mijn voorarrest. Na mijn ontslag hebben we het weer geprobeerd, maar uiteindelijk zijn we toch uit elkaar gegaan. Nu hebben we een goede verstandhouding. We hebben twee kinderen, van negentien en dertien.

“Vanaf mijn zevende heb ik in tehuizen gezeten, op scholen voor moeilijk opvoedbare kinderen, in jeugdgevangenissen, huizen van bewaring en gevangenissen. Mijn geluk en mijn nadeel was dat ik klein ben, maar heel sterk. Kwam je in een tehuis, dan was er altijd iemand die dacht dat hij de baas was omdat hij de grootste was. Dan was het vechten. Kijk, zolang ik een baan heb, heb ik geen problemen. Ik heb zestien jaar lang als een paard gewerkt. Werken, thuis een pilsje, slapen, dat ging goed. Als ik maar iets te doen heb. Eerlijk gezegd ben ik bang voor mijn vrije tijd. Ik moet me niet vervelen. Dan ga ik naar het café en kom ik verkeerde vrienden tegen. Dit keer ben ik tijdens mijn detentie direct naar de Anonieme Alcoholisten gegaan. Vroeger had ik meer bier dan eten in de koelkast. Een kistje bier was geen probleem voor me. Nuchter krijg je geen ruzie met me, dan kan ik redelijk praten. Maar met drank op... De politie noemde me een beest. Ik ben blij dat ik nu niet meer drink.

“Ik hoop dat ik gauw vrijwilligerswerk kan doen. Als chauffeur kinderen naar school rijden of zo. Er zijn ook gedetineerden die scholen afgaan om de kinderen te vertellen over hun leven en hoe het is om gedetineerd te zijn. Dat je met je verleden nog iets kan doen. Zoiets spreekt me wel aan. Ik zou die kinderen vertellen dat de mensen met wie ik vocht, niet groot genoeg voor me konden zijn. Als je dan zo'n grote kerel had gepakt, sprak iedereen met ontzag over je. Maar het is een kinderlijke trots. Ik heb nu de leeftijd bereikt dat ik denk: Wat heb ik allemaal gedaan. Geweld is het ergste delict dat er is. Ik heb er mijn hele leven alleen maar ellende van gekregen. Goed, je vrienden keken tegen je op. Maar wat hou je er aan over? Dat ik in een café een papiertje onder mijn pils vond met daarop: 'Dit pilsje is van ons, maar als je het op hebt, wil je dan weggaan'.

“Ik heb eigenlijk altijd schaamte gehad. Als ik dronken ben, voel ik me minderwaardig. Als ik een pilsje op had in een café en ik hoorde mensen lachen, dacht ik meteen dat ze om mij lachten. Je blijft toch ergens het kind uit het tehuis waar andere kinderen niet mee mochten spelen. Ik heb veertien broers en zussen en ik ben op geen enkel huwelijk van hen uitgenodigd. Dat is eigenlijk ook een vernedering. En allemaal door de drank. Van mijn eenenveertig jaar heb ik een kleine zeventien weggegooid. Ik heb altijd voor geweld gezeten en ik heb van al dat geweld nooit iets geleerd. Misschien kan ik die kinderen dat bijbrengen. Wie weet vind ik ook een school waar ik als conciërge werk kan doen dat niet al te zwaar is. Nu kan ik geen zware arbeid meer verrichten. Vroeger deed ik staalstralen en spuiten, maar ik heb hernia gekregen. En ik heb iets aan mijn nieren.

“Met werk verdiende ik drieduizend gulden netto per maand. Toen ik mijn laatste straf kreeg, zat ik in de WAO en kreeg ik 2.400 gulden. Laatst ben ik bij het GAK geweest en daar vertelden ze dat ik niet eens meer een WW-uitkering krijg. Ik had iets moeten melden en daar ben ik tien dagen te laat mee geweest. Nu kom ik in de bijstand en krijg ik 1.230 gulden. Dat kunnen ze toch niet maken!

“Ik ben tijdens mijn detentie maar één keer op rapport gezet. Ze zetten me op een cel met degene die me had verlinkt. Ik heb hem gezegd: “Jouw straf komt nog”. Daarvan is rapport opgemaakt wegens bedreiging. Gelukkig heb ik me leren beheersen, maar soms is het moeilijk. Ik ben blij dat ik niet meer drink en dat ik mezelf goed in de hand heb. Maar ik weet niet wat ik zou doen als ik hem tegenkwam.

“Ik heb vaak gezegd dat het mijn laatste detentie zou zijn. Deze tijd is heel leerzaam geweest. Vroeger was ik misschien CD-lid geworden, maar ik heb in deze periode bijvoorbeeld geleerd met buitenlanders om te gaan. Daar heb ik nu een paar goede vrienden onder. Ik heb tijdens het laatste traject van mijn detentie ook een hoop mensen ontmoet op wie ik terug kan vallen. Neem die maatschappelijk werker die hier zit. Als ik wegga vraagt hij: “Henk, moet je misschien nog wat brood van hier meenemen?” Dat zijn kleine dingen, maar voor die mensen hoop ik van de drank af te blijven. Want het is mijn laatste kans.”