Beren in het wild zie je niet, wilde boeren wel

“Kijk daar gaat Godschalk. Bij hem in huis woont een Pithecantropus Erectus-echtpaar. Fantastisch hè.” Dat hoor je in het voorbijgaan op straat, maar zelf zie je dat echtpaar nooit. Je komt niet in alle kamers en je weet niet welke zij gebruiken. Je merkt hun aanwezigheid aan de wc. Daar liggen wel eens vreemde drollen in, want van doortrekken hebben Pithecantropi natuurlijk nooit gehoord. En regelmatig zijn er mooie stukken vlees uit je koelkast gepikt en je melk verdwijnt spoorloos. Een UNESCO-comité vergoed dat allemaal, maar legt je ook de verplichting op een groot deel van je huis alleen op kousevoeten te betreden en verder nergens voor te gebruiken, anders zou je de rust van de Pithecantropi verstoren en dan is er grote kans dat zij niet paren en dan sterven ze alsnog uit. Misschien is het wel in het belang van de wetenschap. Maar niemand weet of ze nog wel de leeftijd hebben om voort te kunnen planten.

Dat is zo ongeveer de situatie waarin de bewoners van een aantal dorpen in de Pyreneeën verkeren. Er leven in hun gebied waarschijnlijk zeven beren en die moeten voor uitsterven behoed worden. Niemand heeft die beren ooit gezien, maar wetenschappers vinden in de bossen wel drollen die op hun aanwezigheid duiden. De dorpsbewoners merken dat de beren bestaan doordat met regelmaat schapen half opgegeten in de bergen worden aangetroffen. De administratie van het nationale park, waar boeren en beren samenleven, vergoedt de schade, maar niet de schrik.

Vroeger werd er na zo'n aanval een klopjacht georganiseerd en was er vreugde in de streek wanneer de beer geschoten was. Nu is dat verboden en wordt het doden van een beer met een zware boete bestraft. De bewoners mogen bijna niets meer in hun gebied. De jacht op alle wild is verboden, bosbouw kan haast niet meer, want wegen door het gebied mogen niet meer worden aangelegd. Dat zou allemaal te veel lawaai maken voor de beren, die in alle rust met elkaar moeten kunnen paren om het voortbestaan van de soort te garanderen. Maar waarom wordt er niet een kleiner deel met hoge hekken afgeschermd, zodat de boeren er geen last van hebben? Daar zouden de beren last van hebben want men weet niet precies waar ze zitten. Je moet ze in hun waarde laten en ze hebben nu eenmaal behoefte aan een schaap op zijn tijd. Voor de Franse politiek en Europese publieke opinie zijn die zeven onzichtbare beren belangrijker dan de vijfduizend bewoners van het gebied. En dat terwijl de wetenschappers van het park denken dat de beesten het niet zullen halen en dat de Pyreneese beer zal uitsterven. Intussen sterven ook de boeren uit. Bij Thomas Moore aten indertijd de schapen de mensen. Hier eten beren boeren. De meeste vrienden van de beren kennen alleen de beer uit bed, van pluche, eventueel voorzien van een mechaniekje met wat vriendelijke geluiden. Echte beren hebben ze alleen op plaatjes gezien. Maar echte boeren kennen ze meestal ook alleen maar van plaatjes. Ik heb nog nooit beren in het wild gezien, maar ik ken wel wilde boeren. Misschien is het wel verstandig om die in een nationaal park te zetten.