Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Nieuwjaar zonder spontane vreugdevuren

Traditioneel vertoont Den Haag in de nieuwjaarsnacht de trekken van een stad in oorlog. Om de schade te beperken voert de gemeente intensief campagne.

DEN HAAG, 29 DEC. “Het is kicken”, legt de vijftienjarige Chris de Ruiter uit als ze op het strand van Scheveningen houten pallets opstapelt. Samen met een aantal leeftijdgenoten besteedt Chris haar kerstvakantie aan het voorbereiden van een groot vreugdevuur dat op 31 december om twaalf uur 's nachts zal worden ontstoken. Het grootste vuur van Den Haag, en misschien van heel Nederland.

Het gebruik van pallets is officieel door de gemeente Den Haag verboden, en ook mogen vuren eigenlijk niet groter zijn dan vijf meter breed, vijf meter lang en drie meter hoog, maar daar lijken de jongeren zich weinig zorgen over te maken. Met zakelijk genoegen vertelt de vijftienjarige Lennart, die zijn achternaam niet prijsgeeft, dat “de oudere jongens” met gehuurde vrachtwagens af en aan rijden naar bedrijven in Amsterdam, Rotterdam en Breda om hout op te halen. “We willen vijfduizend pallets bij elkaar krijgen”, zegt Lennart. Om hem heen liggen al zesduizend kerstbomen, afgehaald bij een bomenveiling in Rijnsburg.

Traditioneel vertoont Den Haag tijdens de nieuwjaarsnacht de trekken van een stad in oorlog. In alle wijken worden vreugdevuren ontstoken, tramhuisjes vernield, ruzies beslecht en auto's in brand gestoken. Om de schade te beperken en vooral om het gevoel van veiligheid te vergroten, voert de gemeente sinds vorig jaar intensief campagne. Met succes, want vorig jaar bedroeg de schade slechts enkele tonnen in plaats van de enkele miljoenen guldens van tien jaar geleden.

Van burgemeester A. Havermans hebben alle 23.000 jongeren van twaalf tot zestien jaar dit jaar een persoonlijke brief gekregen (“aan alle jongens en meisjes van Den Haag”) waarin hij waarschuwt voor de gevaren van vuurwerk. “Ik schrijf deze brief omdat binnenkort in de stad weer Oud en Nieuw wordt gevierd. Dat is een gezellig feest maar ieder jaar komt het weer voor dat mensen gewond raken doordat onvoorzichtig met vuurwerk is omgegaan. (-) Misschien koop je nooit vuurwerk of steek je nooit vuurwerk af, maar zelfs dan moet je voorzichtig zijn”, aldus Havermans.

De politie van Scheveningen heeft een lespakket samengesteld waarmee wijkagenten de afgelopen weken de hoogste klassen van tientallen Haagse basisscholen hebben bezocht. Een aantrekkelijk onderdeel is een “blufkwis” over de jaarwisseling. Vraag: “Mag je pallets die bij bedrijven liggen meenemen voor een vreugdevuur?” 'Blufantwoord': “Ja, want die branden zo goed. Die dingen liggen er toch maar en de mensen zijn juist blij dat de pallets weggehaald worden.” Juiste antwoord: “Nee, dit kan niet, omdat het bedrijf de pallets nog gebruikt voor het vervoer van goederen.” Vraag: “Hoe lang kan je een rotje vasthouden?” Blufantwoord: “Net zolang tot het knalt. Een rotje doet toch geen pijn.” Juiste antwoord: “Een rotje moet je niet vasthouden, maar op de grond leggen en aansteken.”

Ook de volkse stripfiguur Haagse Harry uit het uitgaansblad Doen is ingeschakeld. Tekenaar Marnix Rueb verzon een verhaal over een rampzalige explosie in plat Haags. Na een enorme knal zegt Harry laconiek: “Kennik voâh niks weâh drie maande gaan legge nasmuile in Beivâhwèk!!” De poster van de strip wordt goed verkocht. Er zijn ook T-shirts en petjes van vuurgevaarlijke Harry te koop. Oorspronkelijk was het de bedoeling niet burgemeester Havermans maar de stripfiguur een brief aan alle jonge Hagenaars te laten schrijven. Dit stuitte op bezwaren van tekenaar Rueb, die erop wees dat zijn held analfabeet is. Overigens spreekt Haagse Harry de jongeren ook dagelijks toe via de lokale zender Radio West. En alle gemeentelijke voertuigen rijden dezer dagen met een grote waarschuwingssticker op.

De campagne is bedacht het Ambtelijk Coördinatie-orgaan Oud en Nieuw (ACON), waarin politie, brandweer, gemeente en bureau Halt samenwerken. Voorzitter H. Schouten: “Ik kan niet genoeg benadrukken hoe betrekkelijk ons beleid is. Wij kunnen niet garanderen dat het goed gaat. Er hoeft maar één ding te gebeuren, bijvoorbeeld een benzinetank van een auto die ontploft, en Den Haag heeft zijn oude slechte naam op het gebied van de jaarwisseling weer terug. Maar we hebben er in elk geval alles aan gedaan om ongelukken te voorkomen.”

De gemeente hoopt de vreugderoes in goede banen te leiden door het houden van 25 feesten verspreid over de stad, meestal discofeesten in tenten. Ook hebben negentien jongeren die vorig jaar werden veroordeeld nu een straatverbod gekregen. Verder wil de politie het aantal “spontane vreugdevuren” terugbrengen en alleen vooraf aangemelde vuren gedogen. Dat zijn er 53. De milieubelasting van deze vuren moet omlaag, het gebruik van pallets en autobanden is daarom verboden. “Die spontane vuren zijn een probleem”, zegt ACON-voorzitter Schouten. “Ik heb weleens meegemaakt dat de Gouverneurlaan één grote fakkeloptocht leek. Jongeren komen met een ontstellende zooi naar buiten. Als het allemaal oude bankstellen zijn, geeft het niet. Maar autobanden branden lang, ze roken afschuwelijk en het vuur wordt veel heter dan bij hout.”

De agressieve waarschuwingscampagne van een gemeente als Den Haag is geen overbodige luxe, zo wijzen cijfers van de stichting Consument en Veiligheid uit. Het aantal slachtoffers van vuurwerkongelukken in Nederland was vorig jaar achttienhonderd, weliswaar honderd minder dan het jaar daarvoor, maar nog altijd vier keer zoveel als tien jaar geleden. Negen van de tien slachtoffers zijn mannen, de helft van hen zijn tieners. Brandwonden komen het meeste voor, handen en vingers worden het vaakst getroffen.

Vorig jaar werd vijf miljoen kilo legaal vuurwerk verkocht voor in totaal veertig miljoen gulden. Ongeveer dertig procent, twaalf miljoen gulden, komt daar bovenop aan illegaal vuurwerk zoals strijkers, aldus Consument en Veiligheid. De verkoop van vuurwerk is volgens het Vuurwerkbesluit toegestaan op de laatste drie dagen van het jaar, alleen aan mensen ouder dan zestien jaar. Afsteken mag van 31 december 1O uur 's morgens tot 1 januari 2 uur 's nachts. De Haagse politie had tot en met gisteren 3.600 kilo vuurwerk in beslag genomen, het meeste illegaal vuurwerk waaronder veel zogeheten lawinepijlen, die in Zwitserland worden gebruikt om sneeuwlawines mee op te wekken.

In Scheveningen komt het vreugdevuur op het strand enkele tientallen meters verwijderd te liggen van de plaats waar jarenlang de bewoners van de Woeste Hoogte, een roemruchte Scheveningse volkswijk, hun vreugdevuur hebben gehouden, namelijk een grasveldje binnen de keerlus van tramlijn elf. De vlammen reiken doorgaans twintig meter hoog, en komen boven de omringende flats uit. Dit jaar echter heeft de politie het verzamelde brandbare materiaal vroegtijdig verwijderd, en uit frustratie hierover hebben de verzamelaars twee weken geleden een flink gedeelte ervan nog snel even opgestookt. “De bewoners van die dure flat aan de overkant zijn gaan klagen”, verklaart een bewoner van de Woeste Hoogte, die steunend op een kruk in zijn deuropening staat. “Zij betalen zestienhonderd of zeventienhonderd gulden huur en wij vierhonderd maar we zitten allebei even ver van de zee af.”

Bewoners van de betreffende flat Bella Mare bevestigen dat ze hebben geklaagd. Ook bewoners van de flat ernaast hebben geklaagd. “Er zijn mensen die regels accepteren omdat ze weten dat die nodig zijn, en er zijn mensen uit de Woeste Hoogte die regels aan hun laars lappen”, zegt bewoner A. Pijl, tevens bestuurslid van de wijkvereniging Scheveningen-dorp. “Dat is al jaren zo. En dat geeft onvrede en overlast. Ik heb geen moeite met één keer per jaar een flink vuur. Ik ben ook kind geweest. Maar we moeten ons wel aan de afspraken houden.”

De bewoner van de Woeste Hoogte: “Ik vind alles best. Alleen dat feest. Er komt hier een feest in een tent. Dat vind ik niet goed. Straks lopen de ouderen met een dronken kop de zee in en dan lopen mijn kinderen er achteraan.”