Don Diego Poeder, een baby met gebrek aan killers-instinct

Don Diego Poeder werd bokser omdat hij zwakke knieën had. In het voetspoor van Regilio Tuur trok de Rotterdammer naar New York. 'Binnen drie jaar is hij wereldkampioen', voorspelt zijn trainer.

NEW YORK, 27 DEC. Slechts gekleed in een dunne boxer-short loopt Don Diego Poeder op slippers door Gleason's Gym in Brooklyn. Groot, zwaar, gespierd en zeer indrukwekkend. De Gym beslaat de hele eerste verdieping van een oud pakhuis en ligt ingeklemd tussen de opritten van de Brooklyn Bridge en de Manhattan Bridge. Poeder heeft zojuist de dokter gezien en gaat zich nu omkleden om aan een warming-up te beginnen. Omdat hij nog maar een paar dagen te gaan heeft voor zijn vijfde profpartij, mag hij het wat kalmer aan doen.

“Die man is bijna té kalm”, zegt de arts, die een hartslag van 48 heeft gemeten en een bloeddruk van 114/60. Poeder lacht zijn vriendelijke lachje. Hij is 22 jaar oud en de meest veelbelovende bokser van Nederland. “Binnen drie jaar is hij wereldkampioen”, zegt zijn trainer, de Panamees Hector Roca.

Poeder bokst pas zes jaar en heeft als amateur niet al te veel partijen gebokst. Hij haalde vrij gemakkelijk zilver in het zwaargewicht op het Europees kampioenschap van 1993. “Veel boksers hadden soms al vijftig partijen achter de rug terwijl ik op 23 stond”, zegt Poeder. Hij wilde niet wachten op de Olympische Spelen van 1996 of op meer successen in zijn amateurcarrière. Daarom besloot hij, in het voetspoor van Regilio Tuur, profbokser te worden in de Verenigde Staten.

“Op 18 januari kwam ik hier”, zegt Poeder, “op uitnodiging van Peter Blommaert, een vriend van Tuur. Tuur regelde een hotel en toen kon ik kort daarna beginnen. Ik heb bewust gekozen om profbokser te worden. Het is helemaal mijn eigen beslissing geweest en het is logisch om dan naar Amerika te gaan. Het land heeft een lange traditie van profboksers en is er veel meer op ingesteld dan Nederland. Hier is er ook geld voor.”

In Nederland kan Poeder wat dat betreft ook minder 'breed' trainen en het zoeken van tegenstanders voor zijn gewichtsklasse, cruiserweight, een gewichtsklasse onder het zwaargewicht, is in de VS ook veel gemakkelijker. Anderzijds heeft Poeder in Nederland wel de bekendheid en in Amerika nog niet. “In Rotterdam kan ik al hoofdpartij zijn, maar in bijvoorbeeld Los Angeles is dat onmogelijk”, aldus Poeder, die alle vier zijn profpartijen heeft gewonnen.

Don Diego Rivelino Alfredo Poeder werd in april 1972 in Rotterdam geboren. Zijn mooie namen (“Dat wordt altijd gevraagd”) dankt hij aan zijn moeder, die 'Don Diego' uit de tv-serie 'Zorro' leende en de andere twee namen van Braziliaanse voetballers. Eerst deed Poeder aan kickboksen, maar zwakke knieën noopten hem een andere sport te kiezen. Het werd boksen en wel in het Thai-bokspaleis Silent Dragon in Rotterdam. Daarna ging Poeder naar Hoboken in Rotterdam-Noord, maar serieus werd het pas echt in Boxing 82 in Zuid. Poeder moest door de week nog gewoon naar school, maar de trainer organiseerde af en toe een groepsweekendje boksen in het buitenland. In 1992 won Poeder het Nederlands kampioenschap. Poeder: “Ik zei tegen iedereen dat ik de opvolger was van Vanderlijde omdat die toen net gestopt was, maar dan werd er altijd een beetje gelachen.”

Hij kwam in de Nederlandse A-selectie en dat betekende serieuzer trainen en grotere toernooien. Omdat Poeder in 1991 de D-Mavo had gehaald, besloot hij maar meteen in dienst te gaan, zodat hij daar vanaf was. “Dus toen ik het EK bokste zat ik nog onder de wapenen”, zegt Poeder. Triomfantelijk wijst hij erop dat Vanderlijde bij zijn eerste EK niet verder kwam dan brons. Over de rivaliteit met Vanderlijde is al veel gezegd, maar Poeder lijkt dat station nu al gepasseerd. “Ik ben prof dus ik kan eigenlijk alleen nog maar met hem sparren”, zegt hij schouderophalend.

Poeder woont in een niet al te beste buurt, Red Hook, in de Newyorkse wijk Brooklyn. Raymond Joval, de Nederlandse kampioen middengewicht, woont naast hem. “Soms koken we met z'n tweeën of we gaan samen uit”, zegt Poeder. “We trekken regelmatig met elkaar op. Ik ben gek op films en die zie je hier altijd eerder dan in Nederland.” De laatste film die hij heeft gezien is Drop Zone met Wesley Snipes, volgens Poeder eersteklas amusement. Hij is wel naar bokswedstrijden wezen kijken in New York City, maar blijft verder veel op zichzelf. Veel mensen in Red Hook vragen wat hij doet omdat ze hem elke dag zien hardlopen. Maar Poeder geeft alleen vage antwoorden. “Ik kom hier puur om te boksen”, zegt hij. Poeder gaat regelmatig heen en weer naar Nederland om te boksen, voor vakantie of, zoals afgelopen juni, om z'n amandelen eruit te laten halen.

De Nederlanders lopen bijna dagelijks rond in Gleason's Gym, de oudste nog bestaande boksschool in de VS. “Wij zitten hier al sinds 1937”, zegt Bruce Silverglade, de eigenaar. “Er hebben hier in totaal 109 wereldkampioenen getraind. Phil Terranova, Jake LaMotta, Mohammed Ali, noem maar op.” De trainers die er rondlopen zijn onafhankelijk en de managers ook. Silverglade is niet alleen zakelijk directeur maar ook matchmaker. “Ik breng ze vaak bij elkaar”, zegt Silverglade, die zegt dat de school ongeveer zevenhonderd boksende leden heeft.

Net als Tuur zit Poeder in de stal van Stan Hoffman, een Newyorkse manager die op dit moment acht boksers onder zich heeft. “Binnenkort tekent nummer negen, daar loopt-ie”, zegt Hoffman en wijst op een zwaargewicht die op de 'zak' aan het trainen is. Hoffman heeft een groot vertrouwen in Poeder, die een vierjarig contract heeft. Het vierjaarscontract is standaard in de staat New York. Sommige andere staten schrijven drie of vijf jaar voor. Hoffman, kalend met een klein paardestaartje, schat dat Poeder over tweeëneenhalf of drie jaar wereldkampioen kan zijn. “Ik neem alleen boksers onder contract die wereldkampioen kunnen worden”, zegt een olijke Hoffman, die zelf als amateur wel heeft gebokst, maar zegt dat dat weinig voorstelde. Hij is ook stand-up comedian geweest. “Als iemand mij een vraag stelt, probeer ik altijd eerst een leuk antwoord te bedenken”, zegt hij.

Hoffman stapt opeens op Roca af, de trainer van Poeder, en zegt: “Heb jij tegen Don Diego gezegd dat hij in de touwen moet gaan hangen?” Aan de andere kant van de Gym heeft Poeder een korte rustpauze genomen na het rammen tegen de speedbag. Hij hangt wat uit te blazen aan de rand van een ring. Roca heft de handen ten hemel en bromt een verwensing in het Spaans. Hij kijkt naar de overkant en Poeder lijkt het te voelen. Hij richt zich in elk geval op en gaat weer aan de slag.

De 54-jarige Roca traint niet alleen Poeder maar ook Regilio Tuur en Raymond Joval. Het zijn volgens Roca de drie beste boksers van Nederland. “Poeder is een nog jonge bokser, een typische amateur die net prof is geworden”, zegt Roca. “Hij is een heel aardige jongen maar hij heeft geen killer-instinct. Als het gevecht wat harder wordt, is hij niet gemeen genoeg. Hij houdt in.” Dat lijkt in tegenspraak met de talloze knock-outs waar Poeder zijn gevechten mee heeft gewonnen. Niet alleen toen hij amateur was, maar ook nu als prof. Poeder won drie van de vier partijen door k.o.'s en één op punten.

Roca reageert onbewogen. “Hij heeft de kracht en hij is een goede vechter maar hij heeft nog te veel ontzag”, aldus de Panamees die al 26 jaar boksers traint. “Poeder is een jongen die met alleen een moeder is opgegroeid, dat kun je merken. Zo iemand blijft eigenlijk altijd een baby.” Als de trainer zijn handschoenen aantrekt en Poeder stotend door de ring danst blijkt zijn kracht. Roca mag hem dan een baby noemen en hij mag dan af en toe geïmponeerd zijn door de tegenstander, als de stoten doorkomen zijn ze dodelijk.

Poeder is een bewonderaar van Mike Tyson, de voormalige wereldkampioen die nu in de gevangenis zit omdat hij is veroordeeld wegens verkrachting. “Ik bewonder hem alleen binnen de ring”, zegt Poeder met een knipoog. Iemand als George Foreman, die onlangs op gevorderde leeftijd het wereldkampioenschap won tegen Michael Moorer, spreekt hem minder aan omdat het voor Poeder iemand van een andere generatie is. Hij heeft het gevecht wel gezien en zelfs verslagen als commentator voor FilmNet. Poeder: “Het is en blijft natuurlijk wel een knappe prestatie.”

Als amateur leek Poeder altijd voor de knock-out te gaan maar hij zegt dat dat nu soms niet hoeft. Poeder: “De coach - meestal is dat Roca of Michael Bentt - zegt van ronde tot ronde wat we doen. Een knock-out hoeft niet altijd zo gauw mogelijk.” Bijna op verontschuldigende toon, voegt hij eraan toe: “Maar als-ie komt, dan komt-ie.” Als Roca dit hoort, draait hij met zijn ogen. “Hij moet niet luisteren naar wat de coach zegt, maar zelf gaan. Hij ziet wat de tegenstander doet, hij moet de fouten afstraffen.”

Roca vindt dat Poeder lui is. “Hij liep niet eens hard toen hij hier begon”, zegt Roca. “Je moet hem altijd vertellen dat hij de warming-up moet gaan doen anders staat hij gewoon wat te kletsen. Tuur en Joval werken hard en praten niet, die hoef je niks te vertellen.” Het lijkt wel of Roca loopt te mopperen op zijn jonge talent.

Heeft hij wel genoeg vertrouwen in Poeder? Roca volgt zijn eigen gedachten. “Hij moet zijn stijl veranderen en gemener worden”, gaat hij verder. “De Europese stijl van boksen is niet goed voor een professional. Europeanen staan veel te veel rechtop. Als ze een beetje ineengedoken vechten verliezen ze punten maar wij leren ze dat juist weer om zich beter te kunnen verdedigen. Wij leren ze ook meer zijdelings bewegen.”

Ondanks Roca's kritiek is volgens hem de verbetering na een klein jaar en pas vier gevechten al duidelijk zichtbaar bij Poeder. De wedstrijd die voor Poeder een paar dagen later op het programma staat, in de Taj Mahal in Atlantic City, New Jersey, gaat niet door. De tegenstander wordt door de wedstrijdleiding niet goedgekeurd. Poeder heeft nu vier gevechten met glans gewonnen. Als er geen blessures optreden kan hij het komende jaar volgens Hoffman met een frequentie van eens in de zes à acht weken boksen.

Wat gebeurt er als Poeder een keer verliest? “Verliezen”, zegt Hoffman oprecht verbaasd, “daar denken wij helemaal niet aan. Wat er gebeurt als dat een keer zou voorkomen zien we dan wel weer.”

    • Lucas Ligtenberg