Nieuw dak overheerst verbouwde Kuip

Gebouw: Stadion Feijenoord. Architecten: Architecten Combinatie Feijenoord bestaande uit Zwarts & Jansma en Van den Broek en Bakema. Opdrachtgever: Stadion Feijenoord N.V. Kosten: ƒ 115.000.000. Ontwerp: 1993. Uitvoering: 1993-1994.

Rotterdam is trots op het verbouwde Feijenoord-stadion. Feijenoord-supporters mogen er graag op wijzen dat waar Ajax nog jaren voor nodig heeft - een nieuw stadion - hun club in slechts acht maanden gedaan heeft gekregen. Helemaal waar is dit natuurlijk niet - het gaat bij De Kuip om verbouwing en renovatie - maar helemaal ongelijk hebben de Feijenoorders ook niet. Met het nieuwe dak, het losstaande Maasgebouw en de 'business-units' en andere ruimtes ziet het Feijenoordstadion er inderdaad als nieuw uit. Het is dan ook geen kinderachtige verbouwing geweest: terwijl Feijenoord in de Kuip zijn wedstrijden bleef spelen, werd het stadion vertimmerd voor 115 miljoen gulden, de prijs van ongeveer 3 Kunsthallen van Rem Koolhaas.

De grote vraag waarvoor de architecten (een combinatie van Zwarts & Jansma en Van den Broek en Bakema) stonden, was: hoe moet dit stadion worden verbouwd zonder het monumentale karakter ervan aan te tasten? Het stadion, een door Brinkman en Van der Vlugt ontworpen hoogtepunt van het vooroorlogse Nieuwe Bouwen, staat op de stedelijke monumentenlijst en zal binnenkort waarschijnlijk op de Rijksmonumentenlijst prijken. En Rijksmonumenten mogen, zo weten we, niet van uiterlijk veranderen.

De architecten hebben gekozen voor een verbouwing die bijna voldoet aan de belangrijkste eis die men stelt aan het restaureren van schilderijen: de ingrepen moeten ongedaan kunnen worden gemaakt zonder het oorspronkelijke kunstwerk aan te tasten. Ze hebben slechts één 'chirurgische ingreep' gepleegd, zoals ze het zelf noemen. De Maastribune werd gedeeltelijk gesloopt en vervangen door een ingebouwd blok dat onder meer ruimte biedt aan persruimte en veertig 'business units', rechthoekige kamers met balkons die door bedrijven en rijken kunnen worden gehuurd om de verrichtingen van Feijenoord gade te slaan. Maar de twee andere belangrijkste onderdelen van de verbouwing - het Maasgebouw en het dak - staan geheel los van het oude, beroemde stadion en voldoen zo helemaal aan de reversibiliteitseis.

Het Maasgebouw is met de 'business units' verbonden door schuinlopende luchtbruggen die doen denken aan een ander Rotterdams hoofdwerk van Brinkman en Van der Vlugt, de Van-Nelle-fabriek. Het Maasgebouw zelf is een gladde, glazen doos die goed past bij de Nieuwe Zakelijkheid van Brinkman en Van der Vlugt. Keurig volgens de regels van Le Corbusier is de doos op pootjes gezet, zodat het geen sta-in-de-weg vormt voor vaandeldragende supporters.

Ook binnen regeert de zakelijkheid. De hoge entreehal met de elkaar kruisende (rol)trappen belooft even iets spectaculairs, maar wie eenmaal boven is aangekomen, moet vaststellen dat de kantoren, bars, restaurants en het toekomstige Feijenoordmuseum zijn ondergebracht in degelijke, rechthoekige ruimtes waar niets bijzonders aan te ontdekken valt. Wel zorgen de geel-bruine doeken die voor de plafonds zijn gehangen en het houten parket voor een warmere sfeer dan de zakelijke buitenkant doet vermoeden.

Het belangrijkste onderdeel van de verbouwing is het dak. Vroeger zaten alleen de bezoekers op de hoofdtribune enigszins droog, maar de vernieuwde Kuip is voorzien van een dak, dat de ovalen vorm van het stadion helemaal volgt. Het nieuwe dak is zo geconstrueerd, dat binnen in het stadion geen steunen nodig zijn die het zicht op het veld ontnemen. Tegenover dit praktische voordeel staat dat het dak het stadion een radicaal ander aanzicht heeft gegeven. Doordat het dak schuin naar voren helt, is het alsof het eerste Europese stadion dat was opgebouwd uit twee doorlopende ringen, er een extra ring extra heeft bijgekregen. Constructieve terughoudendheid is niet gepaard gegaan met visuele terughoudendheid. Argument voor het schuin aflopende dak is dat het bij regen en wind meer bezoekers droog houdt dan een orthodox recht dak. Overtuigend is dit argument niet, want erg breed is het dak niet geworden. De bezoekers op de veldtribune worden ook bij windstilte en regen nat en bij de in Nederland toch niet ongebruikelijke combinatie van wind en regen zullen zelfs voetballiefhebbers op de eerste ring een parapluie of regenpak moeten meenemen.

Het aanzicht van de buitenkant van het stadion is eveneens aanzienlijk veranderd. Ook hier is alsof het stadion een extra etage heeft gekregen en de witte palen waarop het dak rust zijn zo dik dat ze, zeker wanneer ze ook nog met metalen kruizen met elkaar zijn verbonden, het beeld bepalen. De oorspronkelijke Kuip uit 1937 staat bekend om zijn minimale constructie, en het contrast van de oude uitkragende fijne metalen spanten en de nieuwe, dikke dakpalen had nauwelijks groter kunnen zijn. Ook hiervoor hebben de architecten een argument. Toen het stadion in de jaren dertig werd gebouwd, zo zeggen ze, was arbeid goedkoop en staal duur. Nu is het precies omgekeerd. Misschien is dit zo, maar toch wekt de verbouwing van het Feijenoordstadion eerst en vooral de indruk dat de bouwtechniek sinds de jaren dertig alleen maar achteruitgegaan is gegaan. De nieuwe palen en het dak hebben ervoor gezorgd dat de ooit zo elegante Kuip het karakter van een gewone bak heeft gekregen.