Groeiende subsidie Nederland voor EU door landbouw

DEN HAAG, 7 DEC. De snel oplopende miljarden die Nederland de komende jaren aan de Europese Unie moet afdragen, zijn voor een aanzienlijk deel het gevolg van veranderingen in de financiering van het Europese landbouwbeleid, waarmee de Nederlandse regering in 1992 heeft ingestemd.

Dit blijkt uit informatie van het ministerie van financiën.

Nederland krijgt sinds 1992 veel minder subsidies uit de Europese landbouwpot, met name voor de zuivelsector, omdat de steun niet langer is gekoppeld aan de produktie maar aan de hoeveelheid hectare landbouwgrond.

Dit is een gevolg van de hervorming van het landbouwbeleid door de toenmalige landbouwcommissaris McSharry. Frankrijk, dat zich indertijd het hardst tegen McSharry verzette, profiteert financieel het meest.

Bij de Tweede-Kamerfracties van VVD en CDA bestaat toenemend verzet tegen de stijgende afdrachten aan de Europese kas. Terwijl Nederland tot 1991 jaarlijks meer geld uit Brussel ontving dan het afdroeg, is vanaf dat jaar sprake van een omslag.

In 1995 is Nederland in procenten van het bruto nationale produkt de grootste netto-contribuant van de EU. Kamerleden van VVD en CDA zeiden eerder deze week hiermee grote moeite te hebben.

Nederland draagt verder aanzienlijk bij aan de zogenoemde structuurfondsen van de EU die steun verstrekken aan de zwakke regio's. De EU heeft eind 1992 besloten de structuurfondsen te verhogen. Van iedere gulden die Nederland aan de structuurfondsen afdraagt, komt slechts een kwartje terug en is driekwart bestemd voor andere lidstaten.

De goedkeuring van de McSharry-hervormingen van het landbouwbeleid had plaats op de Europese top in Lissabon in mei 1992. De hervormingen waren noodzakelijk om tot overeenstemming te komen met de Verenigde Staten over de liberalisatie van de agrarische sector in het kader van de GATT. De onderhandelingen tussen de EG en de VS over landbouwsubsidies zaten toen muurvast. Volgens zegslieden hebben premier Lubbers, Bukman (landbouw) en Van den Broek (buitenlandse zaken) indertijd in Lissabon veel weggegeven zonder zich te realiseren wat de financiële gevolgen van deze hervormingen voor Nederland zouden zijn.

Pag.20: Bijdrage Nederland aan EU stijgt tot 4,4 mld

In 1995 zal Nederland netto 4,4 miljard gulden aan de Europese Unie afdragen. Ruim de helft (2,4 miljard) is het gevolg van de afdrachten aan de structuurfondsen voor zwakke regio's, terwijl 1,1 miljard het gevolg is van de verandering in de financiering van de landbouwsubsidies en 0,9 miljard naar andere EU-activiteiten gaat. In 1999 zal de netto-afdracht van Nederland aan Brussel zijn opgelopen tot zes miljard gulden. Daarvan zal vijf miljard bestaan uit Nederlandse bijdragen ten gunste van steun aan regio's en boeren in andere EU-landen.

In 1988 ontving Nederland nog twee miljard gulden uit de landbouwpot. Tot en met 1992 was Nederland een netto-ontvanger van landbouwsubsidies, maar in 1995 draagt Nederland netto een miljard gulden bij aan het Europese landbouwbeleid. Dit bedrag loopt de volgende jaren verder op.

De oorzaak is gelegen in de verandering van de financiering van het Europese landbouwbeleid. In 1992 ging de Europese top in Lissabon akkoord met de voorstellen van toenmalig commissaris Ray McSharry om de landbouwsubsidies niet langer aan de produktie te koppelen, maar aan het inkomen van de boeren en, via een regeling voor braaklegging, aan de hoeveelheid hectares landbouwgrond. Voor Nederland pakt dit heel ongunstig uit, zo blijkt uit informatie van het ministerie van financiën.

Het ministerie van landbouw ontkent dit desgevraagd. Volgens een woordvoerder profiteren de akkerbouw en de rundveehouderij juist van de McSharry-financiering.

Uit gegevens van financiën blijkt evenwel dat Nederland een laag aandeel in de zogenoemde McSharry-uitgaven heeft. Deze beslaan in 1995 al de helft van het Europese landbouwbudget, oplopend tot 80 procent in latere jaren. In 1992 ontving Nederland nog zeven procent van de landbouwsubsidies uit Brussel, in 1995 is het Nederlandse aandeel gedaald tot 4,7 procent en de volgende jaren zal dit aandeel verder afnemen. De verschuiving is in Nederland groter dan in enig ander EU-land.

Vanwaar deze dramatische omslag? Het grootste deel van de Europese landbouwsubsidies (in 1995 bijna zestig procent) gaat in Nederland naar de zuivelsector. Maar het aandeel van de zuivel in het gemeenschappelijk landbouwbeleid neemt sterk af na de McSharry-hervormingen. Met andere woorden: minder EU-subsidies gaan naar een agrarische sector die in Nederland juist groeit. De Nederlandse veeteelt is zeer intensief. Het komt er op neer dat Nederland te veel koeien per hectare heeft nu de subsidies niet langer aan de produktie maar aan de hoeveelheid hectares wordt gekoppeld.

Paradoxaal genoeg blijkt Frankrijk, dat zich indertijd het krachtigst verzette tegen invoering van de McSharry-hervormingen, het grootste profijt van de nieuwe wijze van landbouwfinanciering te hebben. Frankrijk ontvangt nu een groter bedrag aan landbouwsubsidies dan vòòr 1992. Ook Duitsland, Spanje, Groot-Brittannië en in beperkte mate Portugal en Luxemburg profiteren van de McSharry-hervormingen, terwijl Italië, Griekenland, Denemarken, Ierland, België en Nederland inleveren.

Herziening van de Europese landbouwfinanciering lijkt de komende jaren, na alle ruzies over 'McSharry', uitgesloten. Daarom circuleert in Den Haag het voorstel dat re-nationalisatie van het landbouwbeleid wat Nederland betreft budgettair gunstig kan uitvallen. Volgend jaar zou Nederland zich op die manier al een miljard gulden kunnen besparen.