Succesvolle vrouwenvakscholen verkopen zich zelf

Om langdurig werklozen aan de slag te helpen, worden op regionaal en landelijk niveau talloze initiatieven ontplooid. Zo leiden de Vrouwenvakscholen (VVS) jaarlijks 1.900 vrouwen op van wie 80 procent daadwerkelijk een baan vindt. “Een goed produkt blijkt zichzelf te verkopen”, zei minister Melkert over de VVS bij hun tienjarig bestaan. Vijfde deel in een serie.

HOORN, 6 DEC. Nu zouden mannen de lessen niet meer verstoren, maar in het begin was het een voordeel met vrouwen onder elkaar te zijn. Bernadet Pouw (38), cursiste aan de Vrouwenvakschool in Hoorn, legt uit waarom. “In technische beroepen hebben mannen altijd een voorsprong gehad - ze zijn gewoon technischer aangelegd. Wij begonnen nu als een groep vrouwen aan wat vroeger een typisch mannenvak leek: milieutechniek. In de opleiding hoef je nog niet te concurreren. Dat komt straks wel als ik ga solliciteren. Maar dan ben ik er ook klaar voor en vind ik het leuk me te meten aan een man.”

Bernadette Pouw volgt een cursus aan de Anna Polakschool, een van de negentien Vrouwenvakscholen in Nederland. De scholen richten zich op langdurig werkloze vrouwen, allochtone vrouwen en werkende vrouwen die hogerop willen. Allen willen zij (her)intreden op de arbeidsmarkt. De vrouwenvakschool begeleidt hen vanaf hun inschrijving tot de eerste baan. Het doorstroompercentage van de opgeleide vrouwen is zo hoog dat zelfs minister Melkert (sociale zaken) een voorbeeld wil nemen aan deze methode om langdurig werklozen aan een baan te helpen.

Ondanks de hoge werkloosheid onder vrouwen in het algemeen, is de arbeidsdeelname van vrouwen de afgelopen jaren sterk gestegen. Jaarlijks komen er zo'n 77.000 vrouwen op de arbeidsmarkt, tegenover 44.000 mannen. Melkert zei bij het 10-jarig bestaan van de Vrouwenvakscholen (VVS) dat vrouwen niet alleen geschikt zijn voor banen in de zorgsector maar ook geschoold dienen te worden in andere (technische) vakken, bijvoorbeeld in de transportsector. Melkert zal binnenkort, samen met de minister van economische zaken en de staatssecretaris van onderwijs, het actieplan Vrouwen en technniek presenteren.

Per jaar leiden de VVS zo'n 1.900 vrouwen op, van wie 80 procent ook daadwerkelijk een baan vindt. “Ik hou wel van leren maar een baan is het werkelijke doel”, zegt Juana Peters (30). Zij is Peruaanse van oorsprong maar woont al bijna haar hele leven in Nederland. Peters heeft twee kleine kinderen en ziet niet op tegen een drukke baan. “Als je de opleiding doorstaat lukt die baan straks ook wel. Ik ben nu al meer dan drie dagen bezig met milieutechniek dus ik reken ook op een drie- of vierdaagse werkweek. Dat wil zeggen: organiseren, kinderen naar school, oppas regelen, alles op elkaar afstemmen. In het begin gaf dat behoorlijk veel stress maar nu is het hele gezin er aan gewend.”

Volgens beleidsmedewerker Techniek Dian van Unen is dit de ideale manier om werkloze vrouwen alvast te laten wennen aan het opnieuw aan het werk gaan. Tijdens de opleiding komen alle problemen boven die de werkgever straks bespaard blijven. Van Unen houdt zich ook bezig met het vinden van banen voor de opgeleide vrouwen. Advertenties en oproepen uit diverse vakbladen worden geanalyseerd en er worden bedrijven in de buurt aangeschreven en opgezocht om een profiel van de opleiding tegeven. Ook gaan klassen op excursie naar de bedrijven toe. Het mooiste voorbeeld van de positieve werking die zo'n benadering heeft was een werkbezoek aan het hardware-bedrijf Getronics, een 'vreselijk wilde sector en een totaal mannenbedrijf', waar een klas electronici-in-opleiding toch werd ontvangen. Van Unen: “Alle vrouwen vroegen de personeelschef de oren van het lijf. Hij ging daar geweldig goed op in en ik merkte dat hij het ook interessant vond. Er werden zulke slimme vragen gesteld dat alle vooroordelen over vrouwen in de techniek in één keer voor hem waren verdwenen. Twee dagen na het werkbezoek werd ik opgebeld door de personeelsfunctionaris dat hij bereid was twee vrouwen in dienst te nemen.”

De cursussen op de Vrouwenvakschool duren gemiddeld 15 maanden. De Anna Polakschool vraagt per cursus ongeveer 200 gulden aan de deelnemers. De de rest wordt gefinancierd door het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening (RBA) en de werkgeversorganisaties. De vrouwen moeten ingeschreven staan bij het Arbeidsbureau en ontvangen tijdens de cursus nog hun uitkering in de hoop dat na de cursus de uitkering vervalt. Acht van de tien vrouwen vinden een betaalde baan en hebben dus geen uitkering meer nodig.

De VVS hebben 43 zelfstandige opleidingen maar werken ook samen met MTS-, MBO- en Centra Vakopleidingen in de omgeving voor de meer gespecialiseerde cursussen, zoals offsetdrukken, werktuigbouwkundig tekenen en integrale kwaliteitszorg. Naast de hogere en technische opleidingen is er ook nog veel vraag naar de traditionele cursussen voor receptionistes of administratief medewerker.

Afhankelijk van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt worden cursussen aangepast en nieuwe vakken geïntroduceerd. Een van die nieuwe vakken is Intercultureel uitvaartverzorgen. In Zoetermeer volgen zo'n vijftien vrouwen deze cursus. Sommigen van hen hadden voordat zij aan de opleiding begonnen nog nooit een lijk gezien maar 'draaien' nu al zo'n tien uitvaarten per week.

Bernadette Pouw verwacht dat zij als milieu-adviseur aan de slag zal komen bij een van de bedrijven waar ze stage heeft gelopen. Pouw: “Ik wil niet alleen bodemproeven doen maar ik wil vooral rapporteren over het onderzoek.” Zij deed de avond-Mavo aan de overkant van de Vrouwenvakschool en raakte op die manier geïnteresseerd. Nu komt zij drie keer per week op de motor naar Hoorn om zich te specialiseren als adviseuse. Zij weet alles van het Nationaal Milieuplan maar kan ook een doorsnede van de bodem analytisch bekijken of zelf uittekenen op het bord.

Haar klasgenoot Mary Smit knikt instemmend. Zij studeerde bodemkunde in Colombia en haar docenten spraken over Nederland als spraken zij over het paradijs. “De Nederlandse bodem is een wereldwonder voor ons. Alles onder de zeespiegel - dat maak je niet vaak mee.” Smit (35) kende Nederland alleen door driedimensionale foto's vanuit de lucht. Door de cursus milieutechniek hoopt ze hier als ingenieur toch nog aan de slag te komen. De Colombiaanse cursiste vond het zwaar het afgelopen jaar. “Ik volgde taalcursussen, ik moest mijn man en onze omgeving overtuigen van mijn kunnen, ik moet opvang regelen voor ons zoontje en ik moet 's avonds studeren. Ik hoop dat dit de moeilijkste tijd van mijn leven is geweest.”