Troje Trilogie onheilspellend en wonderbaarlijk licht

Voorstelling: De Troje Trilogie, regie en bewerking Koos Terpstra. Decor: Manda Bakker; spel: Oda Spelbos, Catherine ten Bruggencate e.a. Gezien 25/11 Theater aan de Rijn, Arnhem. Te zien t/m 30/11 aldaar. Tournee t/m 3/2.

Niemand luistert naar iemand, in De Troje Trilogie van Koos Terpstra; ouders niet naar hun kinderen en kinderen niet naar ouders; geliefden niet naar elkaar en gehuwden spreken tegen elkaar of ze vreemden zijn. En het allerergste is dat de goden niet naar de mensen luisteren maar dat de mensen wel moeten gehoorzamen aan de wil der goden. Intussen woedt de Grieks-Trojaanse oorlog. Want Helena, de mooiste vrouw van de wereld, is door de Trojanen geschaakt. Is dat reden tot oorlog met duizenden doden? Brandende vragen.

Koos Terpstra's Trojaanse trilogie gaat over de onmacht van de ene mens om te luisteren en over de diepste begeerte van de ander ergens in die gruwelijke oorlogswereld een luisterend oor te vinden. Bijna vier uur praten Andromache, Cassandra, Hermione, Hektor en Neoptolemos op elkaar in. Soms schreeuwen ze, dan weer begeleidt een tedere streling over de wang iemands woorden. Als de woede om andermans stugge hardhorendheid de overhand krijgt, wordt er fiks gemept. Maar begrip? Geen millimeter komen ze nader tot elkaar. In elk deel van de trilogie gaat er wel iets aan gruzelementen tegen de vloer: een zakje snoep, een vaas, een offerglas met reukwater. In de wereld van het misverstand overheerst de agressie.

Griekse helden, Trojaanse troebelen, onmogelijk gecompliceerde verhoudingen: toch hoeft geen toeschouwer zich erdoor te laten afschrikken. Zeker is dat Andromache de vrouw is die het meest heeft geleden onder de oorlog. Ze verliest haar vader, zeven broers, haar beide kinderen. Noodlot volgt op noodlot. Ze wordt, als in spiegelbeeld met Helena, ontvoerd en moet de slavin van de Griek Neoptolemos zijn. Ze krijgt van hem een kind. Dan verschijnt ineens Hermione, de bruid van Neoptolemos ten tonele. Zij, de nederige slavin, moet het veld ruimen. Intussen is haar kind ('Met dat lieve teddybeertje in zijn rode kinderkofferje') door haar eigen minnaar vermoord. Au, het doet ontzaglijk veel pijn wat we te zien en te horen krijgen.

Tegen Hektor zegt Andromache: “Zeg dat je van me houdt. Zeg het zo dat ik het geloof.” Eerder had ze al gezegd: “De enige reden om te leven is door anderen te vertrouwen.” Er wordt noch van haar gehouden noch kan ze iemand vertrouwen - zo moet ze wel te gronde gaan. Maar nee, niet. Ze is op demonische, ondoorgrondelijke, fascinerende, zelfs zachtmoedige wijze ijzersterk, deze Andromache, gespeeld door Oda Spelbos. Met haar rode, in het theaterlicht opvlammende haar en haar onophoudelijk wisselende mimiek is ze de verpersoonlijking van de schreeuw om aandacht.

Koos Terpstra plaatst haar lotgevallen in retrospectief: het eerste deel opent met haar teloorgang, namelijk de vernedering door de hels-jaloerse Hermione (Catherine ten Bruggencate). Vervolgens zien we haar scène na scène toegroeien naar de glitter van de tijd van voor de oorlog: zij als Trojaanse vorstin. Dan vindt haar gemaal Hektor de dood, en eindigt het stuk, dat juist op dat moment met dezelfde hevige harteklop gerust weer kan beginnen. De zieneres Cassandra heeft de laatste woorden en ze preludeert op het inmiddels aloude motief: niemand heeft naar mijn voorspellingen geluisterd. Dan was Hektor nooit op beestachtige wijze vermoord en dan was Andromache gelukkig en dan... en dan...

Maar we hebben het over een tragedie. Gelukkig schreef Koos Terpstra die tragedie en regisseerde hij haar zelf. Want De Troje Trilogie is een onheilspellende, aangrijpende voorstelling, en tegelijkertijd is ze op wonderbaarlijke manier licht. De spelers schakelen moeiteloos over van ingeleefd spel naar Brechtiaanse vervreemding, met de ironie als toegevoegde waarde. Net op de momenten dat de emotionele impact mijn keel teveel dichtsnoerde, kwam er de bevrijding door als het ware uit de losse hand te acteren. Petra Laseur als de moeder van Hektor was hartveroverend met luchtige terzijdes. Maar pas op. Als ze weeklaagt op het toneel over de dood van haar zoon, dan is dat meteen de volmaakte weeklacht. Catherine ten Bruggencate was in het eerste deel als Hermione die Andromache vernedert huiveringwekkend. Vooral als ze, na een reeks van aantijgingen, opeens heel poeslief doet. Dan is ze als actrice levensgevaarlijk. En zo cirkelt deze fascinerende voorstelling rondom vrouwenfiguren die elkaars karakter, elkaars diepste ongrijpbaarste ziel, willen peilen en vinden. Daarin falen ze, hoe dicht ze vaak ook naast elkaar staan. Dat falen, dat niet kunnen luisteren en het toch willen, is, uiteindelijk, de meeslepende tragiek van De Troje Trilogie.

    • Kester Freriks