Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Rijksmuseum: geld voor privatisering

Door KITTY KILIAN amsterdam, 23 nov. Het Rijksmuseum in Amsterdam wil een structurele verhoging van zijn jaarlijkse budget. Zo niet, dan dreigt het museum niet akkoord te gaan met de verzelfstandiging, die inmiddels is gesteld op 1 april 1995. „We sparen onze eisen op tot de definitieve onderhandelingen met OCW, aan de vooravond van de verzelfstandiging", zegt E. van Huis, financieel directeur van het Rijksmuseum. Om welke bedragen het gaat wil hij niet zeggen. Onlangs heeft het Rijksmuseum een commissie ingesteld die gaat onderzoeken hoe het museum er bij de verzelfstandiging financieel voor moet staan. In de commissie hebben zowel medewerkers van het Rijksmuseum zitting als externe leden, onder wie vertegenwoordigers van het ministerie van OCW. Voorzitter van de commissie is J. Hekkelman, lid

van de raad van bestuur van de Bank van Nederlandse Gemeenten. Het Rijksmuseum heeft een jaarlijks budget van 21 miljoen gulden uit subsidies, dat sinds 1985 niet meer is verhoogd. Van Huis: „Door tal van sluipende bezuinigingen, waaronder het wegvallen van de prijscompensatie, hebben wij nu een kwart minder

vrij te besteden dan toen." De 21 miljoen gulden gaan op aan personeelskosten. Voor de bekostiging van de activiteiten, waaronder de tentoonstellingen, zou het museum daarom nu voor meer dan vijftig procent afhankelijk zijn van sponsorgelden, die per jaar twee miljoen gulden bedragen. „Een zorgelijke ontwikkeling", aldus Van Huis. Het museum krijgt jaarlijks 6,2

miljoen gulden binnen uit entreegelden. Daarvan draagt het 4,2 miljoen gulden af aan het ministerie van Financiën. Een verzoek eerder dit jaar om die entreegelden straks als verzelfstandigd museum zelf te mogen houden, leverde tot op heden niets op. Onlangs bleek dat een in de zomer van 1995 geplande tentoonstelling, getiteld Het Bataafs Museum, geen doorgang kon vinden omdat er geen sponsor te vin-' den was. Deze tentoonstelling ter gelegenheid van de uitroeping van de Bataafse Republiek in 1795 zou als thema de kunst en de politiek van rond 1800 hebben. Behalve twee schilderijen van de Franse schilder David zou vooral Nederlandse schilderkunst uit die periode worden getoond. C. van 't Veen, projectleider bij OCW voor de verzelfstandiging van de rijksmusea, was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar.