Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Human interest

Elfriede Jelineks toneelstuk over seks en kapitalisme Heksensabbat in het wegrestaurant

door André Spoor

De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek beschouwt haar nieuwste toneelstuk als een sekskomedie met een boodschap. Maar hoe grappig is Raststatte, en wat is eigenlijk de boodschap?

Elfriede Jelinek is de begaafdste schrijfster van Oostenrijk, zo niet van het hele Duitse taalgebied. De muziek in haar taalgebruik, haar inventiviteit en humor, haar woede tegen de burgerlijke consumptiemaatschappij, haar radicale feminisme hebben gedichten, prozateksten en toneelstukken voortgebracht die lezers, kijkers nooit onberoerd lieten. Dat kon ook moeilijk, want vaak kwamen zij aan als klappen in hun gezicht, als pijnlijke trappen tegen hun schenen. Dit was kennelijk ook de bedoeling van Jelineks nieuwste stuk Raststatte oder Sie machens alle, dat twaalf dagen geleden in het Weense Burgtheater in regie van Claus Peymann in première ging. Alleen ditmaal was het effect anders. Vooral verveling bewerkte de 'sekskomedie' (die van te voren al als scandaleus door een deel van de pers was afgeschilderd), met haar moeizame tekst, platte plot, verwarde symboliek en levenloze protagonisten. Dit wil niet zeggen dat Raststatte zo maar uit de lucht komt vallen. Het stuk past in Jelineks oeuvre, in veel opzichten is het de theatrale versie van haar briljante roman Lust, die zij zelf als een 'feministische pornoroman' heeft beschreven. Daarin probeerde zij een vrouw in haar eigen taal (en niet in een verlekkerd geil mannenjargon) te laten vertellen hoe zij haar leven als seksueel gebruiksvoorwerp van haar fabrieksdirecteur-echtgenoot ervaart en hoe zij poogt los te breken uit het patroon van sadisme en masochisme, van gewelddadige onderdrukking en medeplichtigheid, door gruwelijke moorddadigheid. Door het hele werk van Elfriede Jelinek, die van 1974 tot 1991 lid van de Oostenrijkse communistische partij was, loopt deze rode draad: het kapitalisme leidt tot onderdrukking en misbruik, waarin de meester-knechtverhouding altijd in het nadeel van de vrouw werkt. In haar laatste twee toneelstukken Wolken-Heim en Totenauberg rekende

Jelinek af met het nationalistische, chauvinistische, bloed-en-bodem pathos, waarmee in haar ogen de kapitalistische mannenwereld haar bloedige hoogtepunt op Duits grondgebied bereikte. Maar het laatstgenoemde stuk, dat in 1992 in Wenen zijn première beleefde, en dat over de 'mannelijke aanmatiging van het reine denken' ging, was opvallend terughoudend voor een Jelinek-stuk. Het verhaal over Martin Heidegger en zijn joodse studente (en een tijd lang geliefde) Hannah Arendt had een ondertoon van vertwijfeling, die leek ingegeven door het ineenstorten van het socialistische utopisme, waarin de schrijfster ondanks alles had willen blijven geloven. Arme slokkers Raststatte presenteert zij nu als het derde deel van een trilogie, waarin genoemde stukken de eerste afleveringen waren. De tekst werd in 1992 geschreven en het is haar eerste 'post-socialistische' tekst, aldus haar eigen woorden in een interview met het maandblad Bühne. Daarin zegt ze verder: 'In Raststatte toon ik gewoon de overwinnaars van de geschiedenis. Met de overwinning van het kapitalisme hebben diegenen gewonnen die zich nooit voor iets anders dan hun eigen welzijn — vreten, zuipen, neuken

— hebben geïnteresseerd.' Haar stuk wil gaan over de verschrikkingen van vrijheid zonder moreel fundament, over de genietende klasse, die geen interne tegenstellingen meer kent, maar er alleen op uit is arme slokkers uit minder volgevreten delen van de wereld buiten de deur te houden. Elfriede Jelinek gaat het altijd in eerste instantie om de taal. Die ontmaskert de werkelijkheid, daarin vindt het drama van het leven bij haar plaats. De personages in haar romans en ook de 'karakters' in haar stukken hebben dan ook geen eigenschappen, zij ontwikkelen zich niet, zij spreken alleen maar. Vaak in origineel, boeiend proza, dat zich evenwel beter leent tot lezen dan aanhoren. Helaas heeft de schrijfster haar geniale woordkunst vaak slecht in bedwang en overspoelt in haar toneelstukken een overmaat aan zwaar geladen tekst elke handeling en emotie. Ook in Raststatte, dat speelt in een wegrestaurant met seksclubaccomodatie, dwingt zij de acteurs een proza te spreken, dat grotendeels over de hoofden van het publiek heen vliegt en dat pas bij lezing hier en daar overtuigingskracht, kille humor en inventiviteit vertoont. In het theater moet men zich tevreden stellen met de plot: twee vrouwen uit de buitenwijken komen naar een

seks-wegrestaurant om twee als eland en beer verklede mannen te ontmoeten, die zich via een contactadvertentie bereid hebben verklaard de naar lust hongerende dames in de wc wilde, dierlijke seks te laten beleven. Dat deze laatste daaraan toe zijn wordt begrijpelijk als ook hun mannen op het toneel verschijnen: zelfgenoegzame Mercedes-rijders, voor wie sport het ware leven is en die denken hun vrouwen seksueel totaal in hun macht te hebben omdat hun penissen aan hun bankrekeningen vastgeklonken zitten. Precies omgekeerd aan Da Pontes libretto voor Mozarts opera Cosl fan tutte, waarnaar het stuk en de regie in Wenen meermalen verwijzen, ontdekken de platte echtgenoten wat hun vrouwen van plan zijn en zij gaan zelf in geleende dierenpakken de dameswe in om daar hun miserabele prestaties te leveren. Kale fetisjist Jelinek en Peymann garneren deze treurnis met wat zij zich kennelijk als het decor van een seksclub voorstellen. Potsierlijk uitgedoste swingers hollen over het podium, strippers tonen hun borsten, een kale fetisjist springt rond in een luier, een ober, de diabolische bovenmeester van deze heksensabbat, besprenkelt een zojuist

geserveerde pasta met een stevige plas uit een fikse piemel die hij geroutineerd uit zijn gulp haalt, bedrijvers van groepsseks bespreken de kwaliteiten van hun geslachtsdelen. Jelinek heeft het stuk haar 'midsummernight's sex comedy' genoemd en daaruit zou men kunnen concluderen dat het allemaal grappig bedoeld is. Ook Peymann, die vroeger niet veel met de stukken van Jelinek op had en voor wie Raststatte het eerste stuk van haar hand is dat hij heeft geregisseerd, sprak in een interview van een 'verrukkelijke komedie'. Het premièrepubliek, dat geen spier vertrok bij al die verrukkelijkheid, noemde hij een stelletje 'oude spoken'. Niet grappig bedoeld is zeker de laatste acte, waarin de oorspronkelijke heren van de contactadvertentie in eland- en beervermomming respectievelijk als vegetariër en carnivoor op een parkeerplaats zitten te smikkelen, maar ineens ongewenste buitenlanders zijn geworden die door de op seks beluste meute worden doodgeslagen: hun dier-zijn wordt als bedreigend ervaren, het herinnert aan het eigen wezen. De kapitalistische seks-consumenten verscheuren de goedmoedige 'totem-dieren' en zitten daarna behaaglijk te kluiven op de ledematen van het ongebraden wild. Uit hun midden op het podium achtergebleven huiden kruipen dan opeens twee machinale godjes: Japanse filosofiestudenten, die voor op het toneel van hun iaptopjes' Jelineks laatste boodschap voorlezen. Deze boodschap is in een taal vervat, die klinkt als de Heidegger uit Totenauberg. 'Es brechen Risse auf, in dene n das Unerklarliche sich zurückmeldet' , zegt Japannertje 1 bijvoorbeeld. ' Wir zwangen uns der Natur auf, bis nur unsere Gestange, unsere Gestanke iibrigbleiben ' antwoordt Japannertje 2 snedig. De mens heeft zijn plaats in de natuur verspeeld, is de boodschap: hij is niet meer dan een lege cocon, zijn wezen is verloren gegaan, hij is onherstelbaar en kan alleen maar alles vernietigen dat buiten hemzelf bestaat. Het is een naargeestig, depressief einde van een stuk dat als een wrange komedie begon. Op zichzelf geen reden om deze produktie van Jelineks Raststatte af te wijzen. Deze wordt echter overvloedig geleverd door de onbenulligheid van de personages, de banaliteit en het op twee gedachten hinken van de handeling en vooral door de verveling, waartoe het stuk het publiek anderhalf uur lang veroordeelt. Raststatte van Elfriede Jelinek is t/m 29 nov. te zien in het Weense Burgtheater; daarna reprises in dec.

Kirsten Dene en Maria Happel in Raststatte