MaManifest moederliefde

De Zingende Zaag 24/25. 128 blz. ƒ 35. Postbus 1077, 2001 BB Haarlem

Het woord engagement is weer helemaal terug in de literaire discussie. Het ene tijdschrift na het andere stelt zichzelf de vraag waar het staat, en of schrijvers een grotere verantwoordelijkheid hebben dan te zorgen voor mooie boeken. “Hét zangzaad voor luie lezers” noemt George Moormann zulke buitenliteraire 'mediageile prietpraat' - maar hij stelde zijn tijdschrift De Zingende Zaag als een koekoeksnest open voor dertig 'manifesten van de jaren negentig'; beginselverklaringen van dertig auteurs. Vanavond houdt de SLAA in De Balie een lezingenserie over literaire manifesten, 'De parade van manifesten'. Ook Moormann werd uitgenodigd - “Wat een betutteling. Een manifest, de koekoek onder de vogels, laat zich niet op bestelling schrijven.”

Het koekoeksnest-nummer ziet er in Thomas Widdershovens vormgeving weer schitterend uit, met uitklappagina's en speelse typografie.

Een nieuwe Marinetti, Breton of Tzara is, voorzover blijkt uit deze verzameling manifesten, nog niet opgestaan. Wel lieten sommige uitgenodigden zich door het onderwerp verleiden tot het scheppen van iets móóis. Zoals H.H.ter Balkt in 'Plakkaat aan de paal': “Weerberichten onze psalmen, autodaken de hemelen; het psalter van garagedeuren dreunt. Het laatste manifest op de allerlaatste muur op aarde zal gillen: Stilte! Zwijgen!”

Rob H.Bekker: “Ik hield van de poëtica van de Zestigers maar van de gedichten van de Vijftigers. (-) De avant-garde van nu wil terug in de tijd.”

Carla Boogaards schreef een 'MaManifest' over moederliefde, “Omdat ik mijzelf nooit / als moeder heb beschouwd / maar als min, baboe of een zeer kwaaie oudere zuster / met een taai, vet hart / druipend van liefde en schuld”.

Is aan het einde van de twintigste eeuw een avant-garde nog mogelijk en gewenst, vroeg De Zingende Zaag aan de dertig schrijvers, en stelde een antwoord voor in de vorm van een lijstje met vijf vóórs en vijf tegens. Voor het eerst buiten Hollands Maandblad duiken hier Henkes & Bindervoet weer eens op, geknipt als ze zijn voor ronkend programmatisch proza: “Geen slap geouwehoer als van die op hun luieren rustende maximalen en op hun latten kuierende degeneratiegenoten van anno niks (-) Regenjassen dichten niet. Alleen halfgoden, muzenzonen en onze eigen vieze voeten.”

De meningen lopen in het koekoeksnestnummer zo ver uiteen als maar mogelijk is: van 'Het wordt weer tijd voor grote manifesten' (Léon Hanssen) tot 'de vorm van het manifest is onlosmakelijk verbonden aan een denken dat zijn tijd voorgoed gehad heeft. Als het manifest vandaag nog voortleeft, dan enkel in zijn weinig aantrekkelijke postmoderne bastaardkinderen' (Erik Spinoy).

Op vrijdag 9 december wordt er in Perdu (Kerkstraat 391, Amsterdam) een Zaag-avond gehouden met discussies over de behoefte aan manifesten.