Zoet water

Henk Donkers: De witte olie. Water, vrede en duurzame ontwikkeling in het Midden-Oosten

175 blz., Jan van Arkel 1994, ƒ 25

“De enige reden die ik kan bedenken voor een oorlog met Israel, is water”, zei koning Hoessein van Jordanië in 1990. Vier jaar later, oktober '94, ondertekende hij een vredesverdrag met zijn buurland waarin de verdeling van het beschikbare water als belangrijke paragraaf was opgenomen. Dat laatste feit heeft Henk Donkers niet kunnen meenemen in zijn boek, daarvoor verscheen het te vroeg, maar verder is De witte olie een actueel geschrift, dat een helder licht werpt op zoet water als oorzaak van internationale conflicten, toegespitst op het Midden-Oosten, waar verschillende landen uit dezelfde bronnen putten.

Zoet water begint een schaars artikel te worden doordat enerzijds de ondergrondse voorraden en rivieren opdrogen en anderzijds de wereldbevolking een explosieve groei te zien geeft. Bovendien groeit de bevolking het snelst in landen met weinig water. Daar komt bij dat vooral in de landbouw, grootverbruiker van water, veel kostbaar vocht verloren gaat bij irrigatiewerken. Bijna tweederde verdwijnt door lekkages, verdamping e.d. zodat de vloeistof niet ten goede komt aan de gewassen. Mondiaal is sprake van een dreigende of al heersende watercrisis: ruim een miljard mensen, voornamelijk woonachtig in Afrika, Azië en Latijns Amerika, zijn verstoken van hygiënisch betrouwbaar water; tal van besmettelijke ziekten in de Derde wereld, de cholera voorop, hangen samen met consumptie uit besmette putten en waterlopen.

“Als de olie op is, staan de auto's stil. Als er geen water meer is, houdt het leven op”, luidt een van de motto's in het boek. Tegen die achtergrond schetst Donkers (geograaf en wetenschapsjournalist) de waterproblemen in het Midden-Oosten, waar hij veelvuldig zijn licht opstak. Men wordt niet vrolijk van zijn verslag. Op de bezette westelijke Jordaanoever klagen Palestijnen steen en been over 'waterroof' door Israeli's, volgens sommigen zelfs een voorname voedingsbodem voor de intifada. Palestijnse boeren zijn soms gedwongen hun gewassen met ongezuiverd riooolwater te verbouwen. Nog in 1992 werd Israel door het Internationaal Watertribunaal in Amsterdam veroordeeld, omdat het zou weigeren 35 Arabische dorpen in Galilea aan te sluiten op de waterleiding. De uitspraak van de jury had weliswaar geen enkele rechtskracht, maar wel een publicitair effect.

Ook elders in de regio vormt water de inzet van conflicten, zoals blijkt uit de jarenlange twist tussen Turkije, Syrië en Irak over Eufraat en Tigris. Een verdrag om het rivierwater rechtvaardig te verdelen, zou uitkomst kunnen bieden, maar Turkije, waar beide stromen ontspringen, heeft er als machtigste partij weinig trek in. Nieuw is het allemaal niet. Abraham en zijn neef Lot kregen in oudtestamentische tijden al ruzie over het spaarzame water om hun vee te drenken, waarop Abraham zijn neef liet kiezen waar hij wilde wonen: een vreedzame oplossing.

Inmiddels ziet Donkers het grootste potentieel voor nieuwe waterconflicten niet in het Midden-Oosten, maar in de centraalaziatische republieken, die tot 1991 deel uitmaakten van de Sovjet-Unie. Ze liggen alle in het stroomgebied van rivieren die in het Aralmeer uitmonden. De geweldige uitbreiding van de irrigatie, vooral ten behoeve van de katoenteelt, deed het meer dramatisch ineenschrompelen: sinds 1960 is het qua oppervlak 40% kleiner geworden en qua inhoud zelfs 60%.

Bij dat alles blijft verspilling van zoet water, zeker in de landbouw, een wijdverbreid kwaad, dat zich slechts door een 'witte revolutie' laat keren. Ook Donkers besteedt er aandacht aan. “Dé manier om verspilling te voorkomen en het watergebruik effeciënter te maken, is iedereen de kostprijs te laten betalen, ook de boeren”, citeert hij prof. Dan Zaslavsky uit Israel. Water pricing lijkt dus het sleutelwoord, zoals ook andere deskundigen benadrukken: waar het gaat om huishoudelijk, agrarisch en industrieel gebruik verdient water erkenning als een economisch goed, dat niet vrijelijk beschikbaar is, maar in beginsel een prijs heeft, net als elektriciteit, gas en olie. Maar de verwezenlijking van deze gedachte zal vooral in islamitische landen een hele toer worden, want daar ziet men water als een geschenk van Allah, waarvoor geen geld mag worden gevraagd.