Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Opening van nieuwe brug toont verdeeldheid in Berlijn

Door onze redacteur HERMAN AMELINK berlijn, 10 nov. Echt feestelijk wilde het gisteren niet worden in Berlijn. Vijf jaar na de val van de Muur opende de burgemeester, Eberhard Diepgen, 's morgens de Oberbaumbrtlcke over de Spree, tussen de wijken Kreuzberg en Friedrichshain. Maar wat het eerste lustrum van de hervonden Berlijnse eenheid had moeten onderstrepen, werd onbedoeld tot symbool van de nog dagelijks voelbare tegenstellingen in de Duitse hoofdstad. De publieke belangstelling viel tegen en demonstranten gooiden eieren en verfbommetjes naar de burgemeester, die zich achter de schilden van de politie moest terugtrekken. De bewoners van Friedrichshain vrezen dat de nieuwe brug, waarover dagelijks vijftigduizend voertuigen zullen passeren, de leefbaarheid van hun wijk zal aantasten. De oppositie had liever gezien dat ruimer baan was gegeven aan het openbaar vervoer. De politie deelde harde klappen uit, een gemeenteraadslid van de Groenen werd tegen de grond geslagen. Vreedzamer ging het 's avonds toe bij de Bomholmer Brtlcke, een brug over het spoor tussen de Westberlijnse wijk Wedding en de Oostduitse Prenzlauer Berg. Vijf jaar geleden kwamen hier duizenden Oostberlijners naar het westelijk stadsdeel, enkele uren nadat de woorden van Günter

Schabowski de weg naar de KurfUrstendamm — het symbool van de westelijke welvaart — hadden vrijgemaakt. De gemeenteraden van de twee wijken richtten de afgelopen dagen een oproep aan de bewoners om mee te doen aan de vorming van een keten van licht tussen de twee wijken. Enkele honderden gaven gehoor aan de oproep. Ook Heinz Paul Stegemann (69) en zijn vrouw waren er weer bij. Vijf jaar geleden behoorden ze tot de eersten die even na half elf over de brug kwamen. Het persoonsbewijs met het stempel, gedateerd 9 november 1989, heeft hij bij zich. Ver hoefden ze ook vandaag niet te lopen, want ze wonen nog altijd in hetzelfde huis, vierhonderd meter van de brug. Alleen was de huur toen 85 Ostmark en nu 485 D-mark. Stegemann doet zijn relaas of het gisteren gebeurde: „Ik kreeg een stempel en kon er zo maar over. Vlak over de brug kreeg ik van iemand twee mark in handen gedrukt om een glas bier te kopen. Dat heb ik gedaan. Je kunt je de vreugde en de opluchting nu al bijna niet meer voorstellen. In de DDR heb ik veertien-eneen-half

jaar gespaard voor een Wartburg en nu rijd ik rond in een Renault Clio. We zijn met vakantie naar Tunesië geweest. We zijn nu gepensioneerd, we hebben het misschien niet zo goed als we hadden gehoopt, maar als we ons vergelijken met de werklozen in deze stad, dan mogen we niet klagen." Zijn vrouw is bitter over het verleden. Door de Muur kon ze, ondanks herhaalde verzoeken, in 1963 haar stervende moeder in West-Berlijn niet meer bezoeken. „Ik zei tegen de autoriteiten: ik laat mijn dochter in Oost-Berlijn achter; jullie denken toch niet dat ik zo'n ontaarde moeder ben, dat ik mijn kind in de steek laat. Maar het hielp niet en toen heb ik de deur van dat kantoor heel hard achter me dichtgeslagen. De wachtposten hier op de Borgholmer Brtlcke waren, volgens mij, de ergste. Vooral de vrouwen. Enkele van mijn vriendinnen uit het Westen moesten zich helemaal uitkleden voor ze door mochten. Die kwamen dan huilend bij ons binnen en zeiden: ik heb het voor jou gedaan, maar ik kom nooit weer." Dan spreekt burgemeester

Dennert van Prenzlauer Berg aan zijn kant van de brug de woorden die van hem verwacht worden. Er is warme, zoete thee voor iedereen. De twee gemeentes hebben voor waxinelichtjes gezorgd. Het saxofoon-ensemble Wedding stukken uit de Dreigroschen Oper van Kurt Weil en onder de tonen van Mack the Knife wandelen de aanwezigen met kaars, waxinelichtje of lampion naar de andere kant. Een echte keten van licht wordt het niet, maar vier, vijf televisiestations zorgen ervoor dat de boodschap toch verspreid wordt. Cameramensen houden daarvoor desnoods even het verkeer tegen, ondanks de oproep van burgemeester Dennert de rijweg vrij te houden. Dat van feestgedruis in Berlijn gisteren weinig te merken was, had ook te maken met die andere negende november, de Kristallnacht van 1938, toen de nazi's de Berlijnse synagoges in brand staken en de winkels van joden plunderden. Tijdens een korte kerkdienst in de Gedachtniskirche aan de Kurfürtsendamm vroeg dominee Knut Soppa de aanwezigen bij de vreugde over de val van de Muur niet te vergeten wat er in

1938 was gebeurd. „Deze datum is een schande voor ons volk die we nooit mogen vergeten. Het is niet alleen van belang dat dit nooit meer gebeurt, maar vooral ook dat Duitsers nooit meer bij folteringen, martelen en moord betrokken zullen zijn." Eerder op de dag sprak ook SPD-leider Rudolf Scharping bij de Brandenburger Tor over de schaamte en schande. De leider van de joodse gemeenschap in Duitsland, Ignatz Bubis, stelde gisteren voor om bijvoorbeeld 27 januari of 27 april tot gedenkdag van de Holocaust te maken, aangezien de negende november nu een dubbele lading heeft. Op 27 januari 1995 zal het precies vijftig jaar geleden zijn dat het concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd. Op 27 april 1945 werd Dachau als laatste concentratiekamp door de geallieerden bereikt. Feestelijk werd het gisteren wel bij de BBC. Ter gelegenheid van het eerste lustrum van de val van de Muur had de Worldservice, die sinds 1945 een eigen kantoor en een eigen golflengte in Berlijn heeft, zijn luisteraars uitgenodigd voor een open dag. Dat werd zo'n succes dat vele belangstellenden moesten worden weggestuurd. Vrees dat met de geallieerde troepen binnenkort ook de BBC uit de Duitse hoofdstad verdwijnt, hoeft er vooralsnog niet zijn, aldus Eva Horstmann. „We hebben nog geld en een zendvergunning tot 1999."