Dit is een artikel uit het NRC-archief

Muziek

Swingende Brahms en moeilijke Schönberg op bijzondere avond

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Claus Peter Flor, m.m.v. Michael Erxleben, viool, en Emanuel Ax, piano. Programma: Schönberg: Vioolconcert, op. 36. Brahms: Tweede Pianoconcert, op. 83. Gehoord: 26-10 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 27-10, 28-10, 30-10 aldaar.

Vermoedelijk voor de eerste keer in de geschiedenis van het Concertgebouworkest werd een abonnementsconcert gisteren besloten met een toegift door de solist én de solocellist. Nadat de uit Polen afkomstige Amerikaanse pianist Emanuel Ax een gloedvolle vertolking had gegeven van het Tweede Pianoconcert van Brahms, speelde hij met solocellist Godfried Hoogeveen het Allegretto quasi Menuetto uit Brahms' Sonate voor piano en cello nr. 1 in e, op. 38, een spontane ingeving die door het publiek met een uitbundig applaus werd gehonoreerd. Al tijdens het derde deel van het Tweede Pianoconcert van Brahms, het Andante waarin de eerste cellist een belangrijke solo heeft, viel op dat Ax en Hoogeveen uit hetzelfde muzikale hout gesneden zijn. Beide musici spelen regelrecht vanuit het hart, met een natuurlijk instrumentaal élan en een stralende toonvorming. Zo werd de toegift een hoogtepunt in een toch al bijzondere avond, waarop het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Claus Peter Flor twee diametraal tegenover elkaar staande concerten begeleidde: het weerbarstige Vioolconcert uit 1936 van Schönberg en het doorwrochte maar meeslepende Tweede Pianoconcert van Brahms. Voor de première van zijn Vioolconcert benaderde Schönberg in eerste instantie Jascha Heifetz, de koning der vioolvirtuozen, maar deze wees het stuk als onspeelbaar van de hand. 'Ik ben blij dat ik een onspeelbaar stuk aan het vioolrepertoire heb toegevoegd', reageerde Schönberg koeltjes: 'De pink moet een beetje langer worden, en ik kan wachten.' Op 6 december 1940 zou Louis Krasner als eerste de moeilijkheden overwinnen van Schönbergs Vioolconcert, waarover violisten beweren dat er zes vingers nodig zijn om de partituur te kunnen spelen.

Dat het werk ook met vijf vingers nagenoeg perfect kan worden uitgevoerd, bewees de Duitse violist Michael Erxleben, die met de cerebrale noten van Schönberg bij het Concertgebouworkest debuteerde. Daarmee maakte Erxleben het zichzelf bepaald niet gemakkelijk, maar hij kwam met behulp het conscientieus en stimulerend begeleidende orkest als overwinnaar uit de strijd. De meest opvallende elementen van het verzorgde vioolspel van

Erxleben zijn een oerdegelijke techniek, een gepolijste toon en een integere muzikale benadering. Expressiviteit is echter niet zijn sterkste troef, en ook aan zijn fraaie toonvorming kleeft iets eenzijdigs. Vandaar dat Erxlebens vertolking van Schönbergs Vioolconcert meer indrukwekkend dan opwekkend was. In alle opzichten een verademing was daarna de geïnspireerde uitvoering van het Tweede Pianoconcert van Brahms, waarmee ook Emanuel Ax voor het eerst met het Concertgebouworkest optrad.

Ax is een pianist van het gulle gebaar, voor wie de muzikale intuïtie zwaarder weegt dan de intellectuele analyse. Met zijn spontaniteit en enthousiasme bereikt Ax echter meer dan veel academici, die de partituur met een loep ontleden in wetten en regels. In een organische dialoog met het orkest creëerde Ax een zangerige, bijna swingende Brahms, die zich bewoog tussen vurige pathetiek, serene melancholie en de tederste lyriek.