Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Muziek

Piccolo vervolgt zijn weg na snijdende klap, alsof er niets gebeurd is

Concert door Nederlands Blazers Ensemble, Nieuw Sinfonietta Amsterdam, Georgisch Strijkkwartet, Kathedrale Koorschool Sint Bavo en alten van het Groot Omroepkoor o.l.v. Lev Markiz. Gija Kantcheli: oratorium Leben ohne Weihnacht. Gehoord: 20/10 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Herh.: 23/10 Oude Kerk, Amsterdam. Uitzending Radio 4 VPRO 29/10: 14.00-16.00u. Door ERNST VERMEULEN De componist als profeet is van Estland tot Georgië een bekend fenomeen. Het begrip eeuwige waarheid telt dan meer, dan een term als post-modern. Kan het Russischer dan titels als Wedergeboorte en Zijn of Niet Zijn als onderdelen van een opera Muziek voor de Levenden ? Tien jaar na deze compositie schreef de Georgiër Gija Kantcheli een niet minder groots en evocatief opgezet oratorium Leven zonder Kerstnacht (1990-1992), ook al met een kinderkoor als vertolker van het pure. Treurnis, dood en afscheid zijn de belangrijkste componenten in de latere werken van deze componist, wiens muziek steeds trager en eenvoudiger wordt. Kantcheli: „Daar kan ik niets aan doen". 'Kerstnacht' verwijst niet naar Kerstmis, maar moet hier symbolisch worden opgevat als het leven zonder geestelijke waarden, zowel het leven onder het Sovjet-regime (een bureaucratische dictatuur) als dat van thans (bloedige chaos). Leben ohne Weihnacht valt uiteen in vier gebeden: Nachtgebete voor strijkkwartet en tape, Tagesgebete in de vorm van een klarinetconcert

met vier jongenssopranen, Abendgebete als fluitconcert met acht alten en Morgengebete als kamerorkest-concert met stem en orgel op tape. De meest kleurige combinaties overtuigen, de andere delen zijn uiteraard fletser en daardoor ook monotoner. Dat Kantcheli het primaat van de melodie onomstreden laat gelden is op zichzelf uitstekend, maar voor een hele avond lang is dat te weinig, structuur ontbreekt, want dat een dubbelslagfiguur in deel een en deel vier terugkeert is te mager. Dat de componist balanceert op de rand van het banale — suikerzoet klokkenspel, fondant-kleurige flageoletten, een bijzonder banale pianopartij — is tot daar aan toe, bedenkelijker is dat zijn voorbeelden (Alban Berg's Vioolconcert, Sjostakovitsj Vijfde Symfonie, Penderecki's Stabat Mater) eenvoudigweg meer logica bieden. Mooie melodieën en instrumentale sfeertekening is te weinig. Uit Kantcheli's muziek spreekt verlangen naar een paradijselijke staat, gelardeerd met apocalyptische uitbarstingen alsof de componist zichzelf toespreekt: word wakker dromer, het paradijs is een utopie. Sterk is, als een piccolo-solo onderbroken wordt door slechts één snijdende klap en de piccolo, alsof er niets gebeurd is, zijn weg vervolgt. En dat Kantcheli uitstekend kan instrumenteren staat vast. Vooral op dit punt kwamen we donderdagavond — in uiterst verzorgde vertolking — in Muziekcentrum Vredenburg niets tekort. Maar het was een teken aan de wand dat vele bezoekers na de pauze wegbleven.