Dit is een artikel uit het NRC-archief

Geopolitiek

Rusland pleit voor einde olie-embargo tegen Irak

NEW YORK, 18 OKT. De Russische minister van buitenlandse zaken, Kozyrev, heeft er gisteren in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voor gepleit om het olie-embargo tegen Irak op termijn op te heffen.

Amerikaanse en Britse vertegenwoordigers verwierpen het idee; China en Frankrijk steunen het plan.

Kozyrev verbond twee voorwaarden aan de opheffing. In de eerste plaats zou Bagdad Koeweit moeten erkennen. Volgens Kozyrev zal Saddam Hussein op zeer korte termijn daartoe overgaan. De minister zei zijn opvatting te baseren op de gezamenlijke verklaring die Saddam en hijzelf tijdens Kozyrevs bezoek aan Bagdad vorige week hebben uitgegeven. Deze verklaring, waarin Saddam zijn bereidheid tot erkenning uitspreekt, “kreeg grote aandacht in de Iraakse pers en daarom is de noodzaak om Koeweit en zijn grenzen te erkennen goed bekend bij het Iraakse volk”, aldus Kozyrev.

De tweede voorwaarde voor de opheffing is, aldus Kozyrev, dat Bagdad “op een eerlijke wijze” met de VN samenwerkt bij het lange-termijntoezicht op de wapenindustrie van Bagdad. Kozyrev zei te hopen dat de testperiode van dat toezicht over een maand kan beginnen. Een beslissing over opheffing van het olie-embargo zou dan zes maanden na het begin van deze proefperiode, dus rond maart 1995, genomen kunnen worden.

De opmerkingen van Kozyrev leidden tot een scherpe reactie van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Christopher, zei zondag al dat de sancties waarschijnlijk niet opgeheven kunnen worden zolang Saddam Hussein aan de macht is. De Amerikaanse ambassadeur bij de Veiligheidsraad, Madeleine Albright, zei gisteren het vertrouwen van Kozyrev in de erkenning van Koeweit door Bagdad niet te kunnen delen. “Tot nu toe hebben we alleen maar loze woorden gehoord. Het gaat om daden.” Volgens Albright moet het Iraakse parlement formeel en op ondubbelzinnige wijze Koeweit erkennen. Het besluit waarin dat gebeurt zou door Saddam Hussein persoonlijk moeten worden getekend en worden gepubliceerd door de officiële courant van het parlement. In een toespraak tot de Raad zei de Iraakse vice-premier Tareq Aziz gisteren overigens dat de erkenning van Koeweit wordt “bekeken”.

Ook de Britse afgevaardigde bij de Raad, Sir David Hannay, uitte zich kritisch over opheffing van het embargo. Zij die zo'n opheffing voorstaan, aldus Hannay, moeten eerst maar eens de vraag beantwoorden hoe voorkomen kan worden dat Irak zich dan weer tegen zijn buurstaten of zijn eigen bevolking zal richten. “Zolang Saddam Hussein aan de macht is, zijn die vragen moeilijk te beantwoorden”, aldus Hannay.

Het Russische standpunt wordt wel gedeeld door China en Frankrijk. De Franse minister van buitenlandse zaken, Juppé, zei gisteren tijdens een bezoek aan Koeweit dat de volledige en formele erkenning van Koeweit door Irak een “zeer belangrijk feit” zou zijn dat betrokken zou worden bij een beslissing van de Raad over opheffing van de sancties. (AP, AFP, Reuter)