Dit is een artikel uit het NRC-archief

Economie

Major blijft bij zijn beleid van 'kleine stapjes'

BOURNEMOUTH, 15 OKT. Een filmbedrijf uit Brighton heeft deze week op het partijcongres van de Conservatieven in Bournemouth 'John Major's Grey Collection' gelanceerd. De eerste aflevering van deze video-serie laat veertig minuten lang zien hoe het gras groeit. Deel twee heet: 'Wachten tot het theewater kookt'. Gevolgd door deel drie : 'Kijken hoe de verf droogt'. Wat spanning en actie betreft zou Majors slottoespraak gisteren op het partijcongres zich uitstekend lenen voor aflevering vier.

Geen nieuwe richting. Geen grote ideeën. Geen ambitieuze regeringsplannen. De leider van de Conservatieven heeft het vorige partijcongres leergeld betaald met zijn morele herbewapeningsprogramma 'Back to basics' dat zich als een boomerang tegen hem keerde na een reeks van Tory-schandalen. Zijn toespraak van gisteren viel vooral op door wat hij allemaal beloofde dat de regering niet zou doen. Geen ingrijpende onderwijshervormingen meer in de eerste vijf jaar. Geen privatisering van de nationale gezondheidszorg. En geen snelle actie in Noord-Ierland.

Major lachte als een triomfator toen hij gisteren vertelde dat veel mensen er vanaf het begin bij hem op hebben aangedrongen om toch vooral haast te maken met het vredesproces in Noord-Ierland. “Als ik had geluisterd dan waren we nu niet geweest waar we zijn”, verklaarde Major. “Anderen kunnen roepen om snelheid. Maar het is aan mij om voortdurend de juiste vragen te stellen. Dat doe ik in mijn eigen tempo. De verantwoordelijkheid voor de mensen in Noord-Ierland is uitsluitend de verantwoordelijkheid van het Verenigd Koninkrijk.”

De Britse premier speelde gisteren op het congres zijn grootste troefkaart uit: dat wat opponenten zijn gapende grijsheid noemen en wat politieke vrienden als zijn aangeboren gematigdheid zien. Partijgenoten konden deze week in Bournemouth nog zo hard roepen om een ruk naar rechts, om radicale daden die de immens impopulaire Tories alsnog aan een volgende verkiezingszege kunnen helpen. Maar Major liet zich als een olietanker door niets en niemand van zijn degelijke middenkoers brengen. Zoals hij gisteren de congresgangers voorhield: “Mensen hebben de meeste behoefte aan continuïteit en stabiliteit.”

Stabiliteit is juist dat wat zijn voorganger Margaret Thatcher de kiezers heeft ontnomen. Ze had meer visie, meer dadendrang en meer charisma dan John Major, maar daarmee zaaide ze ook het zaad van onzekerheid. Haar vrije markt-aanbidding en haar privatiseringsmissie lieten geen hoekje van de Britse samenleving onberoerd. Haar autoritaire leiderschap zorgde ook voor grote verdeeldheid en onrust binnen de partij.

Na de omwentelingsperiode van Thatcher hongerde het land naar consolidatie en kalmte. De partij schreeuwde om een leider die de diepe wonden kon helen. Ze hadden geen behoefte aan weer zo'n krachtfiguur die zo nodig zijn sporen moest trekken. Ze verlangden naar een beheerder en een bruggenbouwer. Een rol die Major op het lijf is geschreven. Het vleesgeworden compromis. Groot-Brittannië heeft in Major de premier die het verdient.

Veel politici en politieke commentatoren hebben Major nooit serieus genomen. Ze beschouwden hem als lichtgewicht, die was komen bovendrijven bij gebrek aan alternatief. Eerst zeiden ze dat hij de algemene verkiezingen van 1992 kon winnen. Later wisten ze zeker dat zijn dagen als partijleider waren geteld. Hoe vaak John Major de afgelopen jaren al niet is afgeschreven. En het is waar dat er altijd partijgenoten achter de coulissen stonden, wachtend op de grote fout die almaar uitbleef. Major had meer zitvlees dan menigeen verwacht had. Hij is niet alleen behoedzaam, hij heeft ook nog een sterk ontwikkeld overlevingsinstinct.

Gisteren was het voor het eerst in zijn vier jaar als partijleider dat hij ontspannen de zaal rond kon kijken zonder angst door één van zijn rivalen in de rug zou worden gestoken. Zijn positie als premier is voorlopig onaantastbaar. Sinds de kabinetsherschikking in de zomer waarbij hij zijn naaste belager Michael Portillo met een verbanning naar het ministerie van werkgelegenheid onschadelijk maakte. Sinds hij als de grote verzoener geldt die mogelijk vrede in Noord-Ierland brengt.

En zijn vooruitzichten zijn gunstig. De groei van de economie en een voorzichtig overheidsbeleid stellen hem in staat om volgend jaar de belastingen te verlagen, juist voor de volgende verkiezingen. In het voorzichtige tempo dat Major er op na houdt, zou tegen die tijd ook een akkoord over de toekomst van Noord-Ierland kunnen worden gesloten. Premiers hebben in het verleden met minder verkiezingen gewonnen.

Major hekelde gisteren “het cliché dat iedere leider tegenwoordig aan dat visie-gedoe moet meedoen”. “Ik houd me liever bij het actie-gedoe. (..) De aanpak van de kleine stapjes”, betoogde Major. Zijn gesjok heeft hem al een heel eind gebracht.