Het collectief onvermogen van de VN; 'Mister Peacekeeping' Brian Urquhart over de chaos in de wereldgemeenschap

Sinds de oprichting in 1945 is de Britse diplomaat Brian Urquhart betrokken bij het wel en wee van de Verenigde Naties. De vredebewarende operaties vindt hij nu een knoeiboel, omdat de VN overbelast is en te weinig middelen heeft. Hij pleit voor het oprichten van een snel inzetbaar VN-vrijwilligersleger. 'Als de VN geacht worden om te gaan met burger- en etnische conflicten, moeten we een serie nieuwe technieken van peace enforcement ontwikkelen.'

De nestor van de Verenigde Naties zit bij binnenkomst verzonken in gepeins een VN-rapport te lezen. Zijn bureau ligt bezaaid met nog veel meer rapporten over de Verenigde Naties en talloze stapeltjes met elastiek opgebonden naamkaartjes van diplomaten. Vijfenzeventig jaar is Sir Brian Urquhart inmiddels, en de VN gaan hem nog evenzeer ter harte als in de afgelopen vijftig jaar. De Brit was een van de eerste ambtenaren bij de VN, diende 41 jaar op het hoofdkwartier waar hij nauw samenwerkte met vijf secretarissen-generaal, en was van 1974 tot zijn pensionering in 1986 ondersecretaris-generaal voor speciale politieke zaken. Hij gaf vooral vorm aan vredesoperaties, in het Midden-Oosten en op Cyprus.

Nu leidt Urquhart als wetenschappelijk medewerker bij de Ford Foundation in New York, een particuliere instelling die zich aan de internationale vrede wijdt, een druk bestaan met studies, publikaties en lezingen over de VN. Hij komt niet vaak meer op het VN-secretariaat, een paar honderd meter verder aan de overkant van de 43ste straat, maar hij krijgt nog wel veel aanloop van VN-medewerkers. Als denker over de toekomst van de VN geniet Mister Peacekeeping, zoals hij wordt genoemd, groot gezag. Urquhart is mede-auteur van een in 1990 begonnen serie van inmiddels vier rapporten over de vernieuwing van de VN. En het thema vredesoperaties bracht hem vorig jaar en dit jaar tot twee opzienbarende publikaties in The New York Review of Books, waarin hij onder meer pleitte voor een VN-vrijwilligersleger, een standing force, die enigszins lijkt op de 'brandweerbrigade' waarvoor minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) onlangs bij de VN een lans brak.

U schreef in mei dat niet alleen de Koude Oorlog en het vaste veto van de Sovjet-Unie de VN hebben belemmerd, maar dat het in elk politiek klimaat moeilijk en frustrerend is een effectieve wereldwijde organisatie op te zetten. In welke staat verkeren de VN nu?

“De VN zijn nu theoretisch vrij veel dingen te doen, die ze niet tijdens de Koude Oorlog-periode konden doen. Maar er moeten eerst andere problemen worden opgelost. De VN hebben niet het vermogen de dingen te doen, die van hen gevraagd worden. Er is geen overeenstemming over wat de verantwoordelijkheid van de VN is en wat de reactie van de VN moet zijn. De organisatie doet nu alles in omgekeerde volgorde. Er is ergens een gruwelijke situatie, de VN kunnen niks doen, de media berichten er vervolgens over en dan plotseling veel te laat worden de VN er naartoe gejaagd. De VN zijn geheel van regeringen afhankelijk voor bijdragen. En die regeringen zijn heel erg vaak niet bereid om deel te nemen, om bijzonder goede redenen overigens. De lidstaten moeten zowel de verantwoordelijkheid van de VN heroverwegen als de capaciteit om snel en doeltreffend te antwoorden. Als ze dat niet doen, blijft deze knoeiboel bestaan.”

Na de Koude Oorlog is het aantal vredebewarende operaties van de VN fors gestegen. Veel deskundigen geloven dat door alle blunders het failliet van peacekeeping inmiddels een feit is. U ook?

“Het bewaren van vrede is een techniek die vooral toepasbaar is op conflicten tussen staten. Voor dat doel hebben de VN zeer goed gewerkt, als er een overeenkomst was, als het in ieders belang was en als regeringen troepen beschikbaar stelden. De VN-macht in de hoogvlakte van Golan heeft het mogelijk gemaakt voor de twee machtigste legers in het Midden-Oosten om elkaar niet te bestrijden sinds 1974. Ze haten elkaar, maar ze doden elkaar niet. Dat is een perfecte vredesoperatie. Van de VN wordt nu verwacht om te gaan met situaties waarvoor de VN helemaal niet zijn opgezet. Als de VN vredebewarende operaties gaan uitvoeren op een plaats waar geen vrede bestaat, waar niemand bereid is om te stoppen met vechten en geen regeringen betrokken zijn, maar alleen lokale facties die niet onder druk kunnen worden gezet en geen enkele regel gehoorzamen, ja, dan zal het zeer waarschijnlijk niet werken. Voor mij is het nog een wonder zoals het tot nu toe gegaan is in Kroatië en Bosnië. Natuurlijk heeft de operatie gefaald, maar tot op zekere hoogte. Kunt u zich voorstellen wat het leven van de mensen in Bosnië was geweest als de VN daar niet zouden zijn? Er zou hoe dan ook geen steunoperatie zijn geweest. Dergelijke situaties zijn helemaal niet geschikt voor de techniek van peacekeeping die wij ontwikkeld hebben in de jaren vijftig en zestig.”

Wat moet er dan gebeuren?

“Als de VN geacht worden om te gaan met burger- en etnische conflicten, moeten we een serie nieuwe technieken ontwikkelen die we peace enforcement of wat dan ook noemen. We moeten nieuwe mandaten en nieuwe regels van betrokkenheid hebben.”

U doelt op uw idee voor een standing force?

“Als we troepen voldoende trainen en zorgen dat ze ergens op tijd komen, moet het mogelijk zijn een hoop ellende te voorkomen. Neem de Harlan County, dat Amerikaanse schip met toezichthouders op mensenrechten en politie- en leger-trainers, dat een jaar geleden naar Haïti voer en door een stelletje schurken op de kade werd weggejaagd. Stel dat die aan boord een escorte van pakweg driehonderd van mijn speciaal getrainde VN-vrijwilligers had gehad, mensen die militair, psychologisch en in onderhandelingstactieken zeer verfijnd zijn opgeleid. Toen de schurken op de kade stonden te springen, had die escorte van boord kunnen gaan en kunnen zeggen: u heeft precies twintig minuten om weg te gaan, en daarna weten we wel raad met u. Dan had de Harlan County nooit rechtsomkeert hoeven maken, zoals nu gebeurde. Dat was een zeer stomme vertoning. En nu moeten we in een kolossale operatie met tienduizenden soldaten naar Haïti!

“Als we hoog opgeleide mensen hebben in kleine aantallen, kunnen we heel snel problemen voorkomen. Ze moeten niet beschikbaar worden gesteld door regeringen. Want regeringen hebben politieke redenen waarom ze niet betrokken willen raken. Zo'n eenheid zou een aanvulling moeten zijn voor de secretaris-generaal en onder controle van de Veiligheidsraad moeten vallen. We kunnen de beste jonge mensen in de wereld daarvoor recruteren. We moeten een erg streng recruteringssysteem en een zeer zwaar opleidingscentrum opzetten.”

Is uw plan wel realistisch?

“In 1834 stelde een Britse staatsman, Sir Robert Peel, een nationale politiemacht voor. Iedereen stoof op en zei: wat een onzin, dat is utopisch, dat geeft veel te veel macht aan de centrale regering, het zal een inbreuk plegen op onze gezellige plaatselijke regelingen, ze zullen huurlingen worden genoemd, en het zal geld kosten. Veertig jaar later was de Britse nationale politiemacht niet alleen een groot succes in Groot-Brittannië, maar was het een model voor elke nationale politiemacht in de wereld. Wat utopisch is, is voortdurend problemen bij de VN dumpen, die ze onmogelijk aankunnen.”

De Verenigde Staten steunen uw plan toch niet?

“Het is een idee dat langzamerhand meer aandacht krijgt, en dat is alles wat je kunt hopen voor een idee. Canada heeft zich er positief over uitgelaten. De gebeurtenissen in Rwanda hebben veel mensen van gedachten doen veranderen. Daar gingen de VN weg in plaats van iets te doen, en toen ze terugkwamen, was de situatie volledig uit de hand uitgelopen. Als we omvangrijke rampen blijven meemaken, zullen mensen de juiste conclusies moeten trekken.”

Maar gelooft u dat de leden van de VN nog een algemeen belang hebben?

“Niemand heeft het nog geïdentificeerd, maar er is een algemeen belang: proberen een succes van de toekomst maken. Wat heeft het voor nut om te berusten in een complete ramp voor het menselijke ras? Dat klinkt erg idealistisch, maar dat is het niet. We hebben nu een buitengewoon riskante situatie in de wereld. Zelfs de rijkste landen hebben de minder gefortuneerden, die op hun deuren bonzen. Kijk naar de migratieproblemen in Europa of Amerika. Dat gaat nog veel erger worden. Als ergens een kwart van de hele bevolking onder de armoedegrens leeft, krijgen we grote volksverhuizingen. Niemand weet hoe we daar mee moeten omspringen. Het algemene belang is om de planeet in een redelijke staat te krijgen.

“Het probleem is echter dat de politiek vandaag de dag zo op de korte termijn gericht is, grotendeels door de televisie. Opiniepeilingen en de televisie hebben politici doodsbenauwd gemaakt. Een politicus zegt iets en de volgende morgen zijn er al opiniepeilingen van The New York Times of CBS die melden: driekwart van de bevolking is tegen. Wie over twee maanden gekozen wil worden bij de Congresverkiezingen, vindt dat niet leuk. Zo'n politicus deinst dan weer terug en roept dat hij fout was of zo. Dit is verschrikkelijk, dit is de dood van de politiek.”

Maar is bijvoorbeeld de junta in Haïti een algemeen gevaar voor onze toekomst?

“Ik vind van wel. De VN hebben de eerste democratische verkiezing op Haïti gesteund en daarop toezicht gehouden. En daarnaast vinden veel mensen dat grote schendingen van de mensenrechten een internationale verantwoordelijkheid zijn. Als een stelletje schurken erin slaagt een democratisch gekozen president af te zetten in het kleine en arme Haïti, dan kunnen ze er dus overal in slagen. Daarom is het erg belangrijk dat als we in mensenrechten en democratie geloven, daar ook naar handelen.”

Zo verenigd zijn de VN toch niet?

“Dat is waarschijnlijk waar. En natuurlijk zijn er regeringen die er vooral op uit zijn niet te veel overal bij betrokken te raken.”

De 'wereldgemeenschap' bestaat niet.

“Misschien bestaat die in speeches. Het is een retorisch begrip. Maar als mensen er over blijven praten, moeten we de noodzakelijke stappen nemen om het een bestaan te geven. En dat betekent: regels, instituties, verantwoordelijkheid voor alle leden en een gedeelde visie op de toekomst.”

Er is geen politieke wil en geen steun van het publiek?

“Toch zorgt het publiek dat de VN op plaatsen als Somalië en Rwanda belanden. Er is een publiek protest via de media dat er niets wordt gedaan en het volgende wat we zien is dat de Veiligheidsraad twee maanden te laat een resolutie aanneemt om de VN daarnaar toe te sturen. Helaas manifesteert die wil zich alleen als de bevolking geschokt is door wat ze op televisie heeft gezien.”

Dan nog is er geen politieke wil.

“Dan moet er geprobeerd worden de wil van de bevolking om te zetten in politieke wil. Weet u, in mijn jonge jaren hadden we daar politieke leiders voor. Zij werden geacht een visie te hebben op de toekomst en hun mensen te leiden bij de uitvoering daarvan. Ik vind het nog altijd een godvergeten wonder dat we de Tweede Wereldoorlog hebben gewonnen. En dat kwam alleen doordat twee of drie leiders absoluut weigerden de realiteit onder ogen te zien, namelijk dat de Duitsers eenvoudig de oorlog hadden kunnen winnen. En als ze hadden gewonnen, en de Japanners hadden niet de VS aangevallen, dan zou er niet slechts een Duits rijk zijn geweest, maar een Duits-Sovjet-rijk in Europa en Azië.

“Jongen, jongen, wat een toestand zou dat zijn geweest. Het is droevig dat er nu heel weinig mensen in de politiek zijn, die denken dat ze zich een lange-termijnvisie kunnen veroorloven. De Amerikaanse politiek begint heel aandoenlijk te worden. Dit is een van de rijkste landen in de wereld, en iedereen heeft het maar over belastingen en dat ze niks kunnen veroorloven, verschrikkelijk.”

Veel Amerikanen redeneren dat de South Bronx even gevaarlijk als Haïti.

“De levensstandaard in de South Bronx is een paradijs vergeleken met Haïti. Het is er erg vervelend en verschrikkelijk, maar het is niks vergeleken met de sloppenwijken van Port-au-Prince.”

In Europa is het niet veel beter gesteld met de politieke wil.

“Er zijn twee mogelijkheden: of we krijgen weer een kolossale ramp, waarna we weer helemaal opnieuw kunnen beginnen. Dat lijkt onwaarschijnlijk. Of er komt een groep nieuwe leiders op, die de moed hebben naar de toekomst te kijken en zich afvragen wat ze daar aan doen.”

Heeft u ze al gezien?

“Ik zie geen enkel spoor van hen.”

Wat vindt u van de nieuwe leider Clinton, en zijn buitenlands beleid?

“Ik geloof niet dat Clinton ooit geacht is daar goed in te zijn. Wat hij in het binnenland heeft bereikt aan wetgeving en met het begrotingstekort, is vrij indrukwekkend. Maar hij heeft een erg zwak team voor de buitenlandse politiek. Extreem zwak. Geen twijfel over mogelijk.”

Hoe omschrijft u dan de huidige periode in de geschiedenis?

“We zitten in een belangrijke overgangsperiode. Een overgang van het Westfalense concept (verwijzend naar de Vrede van Westfalen in 1648, red.) van een wereld met soevereine staten. Dat is het concept waarvoor de VN zijn opgezet. Een wereld van soevereine staten, soms gegroepeerd in rijken of blokken, waar de zorg uitging naar de conflicten tussen staten, agressie en in bepaalde mate economische neergang. Nu, vijftig jaar later, heeft iedereen het over onderlinge afhankelijkheid en één wereld, en tot op zekere hoogte is dat waar. De wereld is nu veel meer één groot samenhangend probleem dan in 1945, bij de oprichting van de VN. Het is erg moeilijk om iets nuttigs in Zuid-Afrika te doen zonder naar de politiek in Washington te kijken. Het is erg moeilijk iets verstandigs in Rusland te doen zonder aandacht te geven aan Azië, of aan Europa. Alles ligt nu veel meer overhoop. Er is een hele serie problemen waar een regering alleen niet meer uitkomt, zelfs de VS niet. Alles wat regeringen doen, is een soort schadebeperking. Ze zijn bezig de consequenties van een hele serie onweerstaanbare krachten die in beweging zijn, af te zwakken. Bevolkingsproblemen, aids, kapitaalvlucht, milieu, hulpbronnen, noem maar op. Dus de logica is dat we van een associatie van staten naar een wereldgemeenschap gaan.”

U bent niet bang voor meer chaos?

“Natuurlijk komt er chaos. Maar het zal chaos van min of meer constructieve aard zijn.”

En van het type-Rwanda?

“Oh, daar zal nog genoeg van komen. Maar ik denk dat we kunnen leren daarmee om te gaan. Weet u wat een gek feit is: de wereldbevolking telt 5,6 miljard mensen. Het budget van het hele VN-systeem, zonder de Wereldbank en het IMF, is 10,3 miljard dollar. Dat is twee dollar per inwoner van de wereld. De uitgaven aan wapens vorig jaar bedroegen 150 dollar per persoon wereldwijd. Dat is toch heel gek. Iedereen blijft maar zeggen dat de VN niks doen en nooit iets zullen worden. Terwijl we dit grote bedrag verspillen aan wapens en het werkt helemaal niet! Geld uitgeven aan wapens heeft alleen zin als je ze ook gebruikt. Daar zit een grote paradox in. We moeten iets meer van de geest van 1945 ontwikkelen. Iedereen had toen een goede reden om depressief te zijn, omdat veel landen verwoest waren. De mensen die met de VN begonnen zijn, waren zeer optimistisch. Ze zeiden dat ze grote fouten hadden gemaakt en dat ze de toekomst zo gingen organiseren dat dit niet nog een keer zou gebeuren.”

Hoe zullen de VN er dan uitzien? Veel deskundigen geven toe dat ze daar niet echt een antwoord op hebben.

“We moeten het leiderschap van de VN en de ambtenarij verbeteren. Regeringen moeten de VN serieus nemen, in plaats van zoals nu de serieuze internationale besluitvorming elders te doen. De organisatie moet ook beter worden gefinancierd. De instituties van de VN moeten worden gestroomlijnd en vervolgens moeten mensen de VN goed gebruiken.”

U kunt toch ook niet het concept van een nieuwe wereldorde voorspellen?

“Wat we kunnen doen, is de wezenlijke instituten scheppen van die onvermijdelijke wereld: de wereldgemeenschap, waar politici maar niet over uitgepraat raken. Een gemeenschap heeft eigen regels nodig. Die zijn er tot op zekere hoogte. Het enige probleem is dat niemand ze gehoorzaamt. Het Handvest van de VN of de Verklaring van de Rechten van de Mens zijn regels. God weet hoeveel internationale overeenkomsten er wel niet zijn, over nagenoeg elk onderwerp. We moeten instituties hebben om van die regels een realiteit te maken. We moeten een serieus geloof hebben dat de gemeenschap wel opkomt voor de minder gefortuneerde delen en mensen helpt die in nood zijn. En we moeten er echt in geloven dat we naar een toekomst gaan, die beter zal zijn dan de huidige.”

Staat u niet alleen met dit idee?

“Er waren ooit miljoenen mensen zoals ik. Ik heb zes verdomde jaren in het Britse leger doorgebracht tijdens de oorlog. En aan het eind dacht ik dat we het beter hadden kunnen doen, en zo dachten er nog veel meer mensen over. Vlak na de Tweede Wereloorlog was er een algemeen geloof onder politieke leiders, terwijl het toch in veel landen een puinhoop was, dat dit een prachtige gelegenheid was om nu echt dingen te gaan veranderen.

“Er moet een enorme inspanning worden gedaan om een economische politiek te ontwerpen waarbij bijna iedereen iets van een voordeel krijgt. Dat was toch ook het originele idee van Keynes. De Wereldbank en het IMF moesten er toch zijn om zorg te dragen voor economische variaties in zowel de rijke als de arme landen, in een poging die landen bij elkaar te brengen. Ik mis tegenwoordig het idee van een visie in de politiek. Stelt u zich eens voor om nu het Marshall-plan door het Amerikaanse Congres te krijgen. Dat zou niet lukken. No bloody way! Het zou de belastingbetalers 15 miljard dollar kosten. Dat was een grote investering in de toekomst, met oneindige waarde voor iedereen, inclusief de VS. Het was een lange-termijn-gok, maar men durfde het aan.”