Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politie, recht en criminaliteit

Junta exit

HET DOOR Jimmy Carter begonnen werk wordt dezer dagen op een wel zeer oorspronkelijke wijze door Bill Clinton afgemaakt. De generaals van Haïti's junta zaten nog maar een paar weken geleden als gelijkwaardigen aan de onderhandelingstafel met Amerika's ex-president. De mannen die zich via roof en moord op hun eigen landgenoten hadden verrijkt, schenen aanvaard als Amerika's naaste medewerkers bij de opbouw van een nieuwe Haïtiaanse staat. Een kort ogenblik was zelfs de gekozen en in ballingschap verblijvende president Aristide het voornaamste doelwit van Amerikaanse kritiek: hij had verzuimd zijn dankbaarheid te uiten voor Carters koehandel met de militairen, die hem drie jaar geleden nog hadden verjaagd. Nu is de junta druk doende een goed heenkomen te zoeken, uitgejouwd en nageschreeuwd door een uitgelaten burgerij. En Aristide wacht een uitbundige begroeting bij zijn aanstaande terugkeer.

Het is de verdienste van ex-president Carter geweest dat dank zij zijn tussenkomst een invasie met misschien grote verliezen aan mensenlevens aan beide kanten kon worden voorkomen. Maar zonder het geleidelijk hardhandiger worden van het Amerikaanse optreden tegen de junta en consorten had de door Carter geregisseerde onbloedige interventie gemakkelijk in een afschuwelijke impasse naar Somalisch model kunnen ontaarden. Cédras cum suis bleek eenvoudiger te intimideren dan de Somaliër Aideed.

VOOR EEN KORTE TIJD mogen Amerika's geüniformeerden zich verheugen in een voor hen buiten de eigen landsgrenzen ongekende populariteit. De enthousiaste menigten in de straten van Port-au-Prince vormen in Amerikaanse ogen een weldadig contrast met de verontrustende en weerzinwekkende beelden die Mogadishu opleverden. Maar de herinnering aan haat en bloeddorst bevordert ook een zekere relativering van het nu behaalde succes. Het moeilijkste moet nog komen. Na de feestroes rondom Aristides terugkeer zullen Haïti's onoverzienbare problemen zich nog steeds laten gelden. Niet het minste daaronder is de aanwezigheid van de 'attachés' en leden van andere moordbendes die het militaire regime ten dienste stonden. En in de leiding van strijdkrachten en politie handhaven zich de naaste beulsknechten van de vroegere machthebbers.

In het vorig jaar onder auspiciën van de Verenigde Naties met de junta gesloten akkoord van Governor's Island was overeengekomen dat de strijdkrachten en de politie van de grond af opnieuw zouden worden opgebouwd. Het is voor de Haïtianen te hopen dat daarop niet wordt teruggekomen en dat de arrestaties van zich aan overmatig en overbodig geweld te buiten gaande ordehandhavers vorige week geen incident waren. Maar de eerst verantwoordelijken voor de gepleegde misdaden verlaten nu onder Amerikaanse bescherming het land, dat maakt strafvervolging tegen hun onderhorigen niet eenvoudiger. De amnestiewet die het Haïtiaanse parlement inmiddels heeft aangenomen, is dan ook allesbehalve een signaal voor de toch zo noodzakelijke sanering.

Niet alleen zullen misdrijven niet worden gestraft, maar de daders zullen vrij blijven rondlopen. In een land als Haiïti met zijn lange geschiedenis van officiële misdaad en geweld is dat een slecht voorteken.