De Jongerts bouwen geen boten, maar schepen

MEDEMBLIK, 11 OKT. Ze kwamen min of meer in een opgemaakt bed. Toen Cees en Jan Jongert jr. eind jaren zeventig respectievelijk begin jaren tachtig toetraden tot de directie van Jachtwerf Jongert BV in Medemblik had deze internationaal al een reputatie opgebouwd als een van de meest vooraanstaande bouwers van custom built zeiljachten. En oprichter Jan Jongert sr. stond ook na zijn terugtreding in 1975 zijn beide zoons trouwens nog met raad en daad terzijde. In de 41 jaar van haar bestaan zijn de produkten van de Westfriese jachtwerf, enigszins verscholen gehuisvest aan de Medemblikse Industriehaven, bij watersporters bekend geraakt als het summum van zeilende luxe. Jongert (ruim 170 man personeel) bouwt jachten, in staal of aluminium, van 16 tot 48 meter, schepen die alom geroemd worden om hun kwaliteit, comfort en ontwerp.

'Anderen bouwen boten, wij bouwen schepen', was het devies van Jan Jongert sr. Jongert-jachten vormen op watersporttentoonstellingen, of het nu de Hiswa is of Boot Düsseldorf, steevast de grote publiekstrekkers; mensen staan vaak uren in de rij om de schepen even van binnen te mogen bewonderen. Niet zo vreemd, want aan boord rond neuzend kan men even genieten van staaltjes vakwerk op het gebied van ontwerp, houtbewerking en interieur. De navigatie- en stuurhutten staan doorgaans bol van de allerlaatste snufjes elektronica. Er zijn schepen waar de zithoek in de grote salon elektrisch op en neer kan bewegen. Aan dek kunnen liefhebbers kwijlen van elektrische schootlieren, grootzeilen en genua's die via een druk op de knop uitgerold of gereefd kunnen worden. Het zijn op die exposities vaak meer kijkers dan kopers want Jongerts klanten zijn vooral te vinden in de categorie vermogende industriëlen en andere rijken der aarde. Niet verwonderlijk omdat de jachten in prijs variëren van 2 tot 10 miljoen gulden. Jongert-schepen zijn ook wel te huur, maar het chartertarief voor een weekje in het Caraïbisch gebied of de Middellandse Zee beloopt al gauw 10.000 dollar per week.

De werf heeft in ongeveer een kwart eeuw voor meer dan een half miljard gulden aan jachten geëxporteerd. Het bedrijf neemt ongeveer een derde deel van de in Nederland volgens de wensen van de klant gebouwde zeiljachten voor zijn rekening. Die prestaties zijn de huidige werfdirecteuren Kees Jongert (algemene en commerciële zaken) en Jan jr. (produktie en techniek) niet aan te zien. Beiden zijn eenvoudige, nuchtere Westfriezen gebleven die zelf ook regelmatig op de helling de handen uit de mouwen steken. Beiden zijn zich wel bewust van de successen die de werf, de eerste decennia vooral onder de bezielende leiding van vader Jan, heeft behaald maar ze realiseren zich tegelijk dat de markt waarop ze opereren relatief smal is. Kees Jongert: “Je kunt je in deze markt geen foutjes permiteren. Daarom bouwen wij niet alleen kwaliteitsschepen maar verliezen we de jachten na de oplevering ook eigenlijk nooit uit het oog. We houden gedurende de gehele levensduur contact met onze produkten.” Dienstverlening en after sales service aan de klant gaan bij Jongert letterlijk heel ver. Als er een jacht met problemen in Nice of Palma de Majorca ligt, wordt er snel even een service-monteur ingevlogen. Soms kan die echt een mankement verhelpen maar het komt ook voor dat een eigenaar simpelweg vergeten was ergens een kraan open te draaien.

Kees (45) en zijn vijf jaar jongere broer Jan raakten vanaf hun jongste jeugd al zo vergroeid met de werf - die begon als bouwer van tuindersschuiten - dat zij na hun technische opleiding bijna vanzelfsprekend in het bedrijf aan de slag gingen. Pas in 1975, toen Jongert sr. een stapje terug deed - formeel trad hij pas eind 1991 af als directeur - trad zoon Kees toe tot de directie. Zijn jongste broer Jan volgde enkele jaren later dat voorbeeld. Maar voor het zover was hadden beiden in het bedrijf van alles gedaan. Jan werkte onder andere twee jaar als servicemonteur. “In die tijd heb ik van alles gerepareerd, van brandstofpompen tot w.c.'s, hydrauliek, koelkasten, kachels, noem maar op.”

Kees en Jan jr. hebben de taken onderling goed verdeeld. Jan interesseert zich toch het meest voor de techniek, voor het oplossen van technische problemen. Zijn broer is volgens Jan veel beter in het algemene management. Jan: “Ik ben nogal direct in mijn benadering. Kees heeft een wat langere adem bij onderhandelingen. Dat vult elkaar mooi aan. Als het gaat om politieke kwesties is de instelling van Kees zelfs een voorwaarde voor succes.”

Ruzies of conflicten komen volgens beiden zelden voor. Jan: “Overal is wel eens een verschil van mening maar dat lossen we hier door praten met elkaar op.”

Jachtwerf Jongert is altijd een echt familiebedrijf gebleven, al fungeert de Duitse agent Herbert Dahm uit Düsseldorf sind begin vorig jaar als marketing-directeur. Dahm is evenwel geen nieuwkomer bij Jongert, zijn banden met de jachtwerf dateren al van zeer lang geleden. Dahm - zelf een verwoed zeiler - heeft met zijn eigen firma al jarenlang de verkoopvertegenwoordiging voor Jongert-jachten in de hele wereld en beschikt behalve in Düsseldorf over eigen vestigingen in Monaco en Palma de Majorca.

“We zijn een financieel gezond bedrijf”, is het enige wat de Jongerts 'uit concurrentieoverwegingen' over de financiële positie van de jachtwerf kwijt willen. In 1993 behaalde de werf volgens de jaarstukken bij de Kamer van Koophandel een netto winst van circa 1,1 miljoen; het jaar ervoor bedroeg de winst 1,7 miljoen. De winst varieert van jaar tot jaar, afhankelijk van het aantal schepen dat wordt opgeleverd en dat loopt uiteen van 3 tot 5 stuks.

Beide Jongerts klagen over de toenemende lasten in Nederland, vooral de loonkosten maar ook die op milieugebied. Maar uit hun eigen jaarstukken blijkt dat zij zelf de afgelopen jaren ook niet voldoende op de kosten hebben gelet. De bruto marges op verkochte schepen waren, vooral door hoge kosten die niet in voldoende mate aan klanten werden doorberekend, te laag geworden. Intussen heeft een reorganisatie en winstherstel plaats gehad en maar het verschijnsel leidde wel tot twee verliesgvende jaren: zowel in 1990 als het jaar daarop werd een verlies van circa 1 miljoen geleden.

Op dit moment is het, aldus Kees Jongert, nogal stil in de internationale jachtbouw. “In het verleden hadden wij, vreemd genoeg, juist in periodes van economische recessie een overvolle orderportefeuille. Dat is nu wat minder. Daar komt bij dat eind 1993 de scheepswerf Porsius in Zaandam werd overgenomen. Door die acquisitie hebben we onze levertijd aanzienlijk kunnen bekorten. We beschikken sindsdien over zes bouwplaatsen maar om die grotere capaciteit te vullen heb je vanzelfsprekend ook meer opdrachten nodig.”

De Jongerts zien een enorm potentieel op de markt voor aanpassing, onderhoud en reparatie van grote jachten en bedrijfvaartuigen. Een fysiek probleem daarbij vormt de te geringe breedte en diepgang van de Medemblikse sluis. Jongert moet een deel van zijn jachten al enkele jaren zonder kiel over de weg naar diep en open water vervoeren, een kostbare en omslachtige manier van werken. Daarom is een plan ontworpen om schepen via een dubbel railtracé met een speciale wagen van en naar het IJsselmeer te vervoeren. De gemeente wil wel meewerken, om te voorkomen dat Jongert naar een andere vestigingsplaats moet omzien. Of het railtracé dat ruim 8 miljoen moet kosten, er komt is nog onzeker. Kees Jongert: “Er wordt aan alle kanten hard aan gewerkt maar er is nog geen sluitende oplossing voor de financiering.”

    • Ben Greif