Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Bij de club Courtier zat voor miljard koopkracht aan tafel

Zij wonen aan de Parklaan, de Dennenlaan, de Hazendreef of de Baambrugse Zuwe. Zij houden kantoor in Wassenaar, aan de Lange Voorhout in Den Haag, in een kantoorvilla aan de Amsterdamse Minervalaan of gewoon in Willemstad, op de Nederlandse Antillen. Met zijn zessen vormden zij de meest exclusieve beleggingsstudieclub die Nederland rijk is. Niet de doorsnee studieclub, waar hard werkende mannen en vrouwen 's avonds bij elkaar komen om over de beurs te praten en samen een zakcentje te beleggen. Bij de Groupe Courtier - zoals hun onlangs uiteengevallen club heette - zat groot geld aan tafel.

Op een na zijn zij selfmade men, al hielp schoonpapa soms ook een handje. Zij zijn - in financieel opzicht - de top van de naoorlogse generatie die een zaak heeft opgebouwd, soms wel meer dan één bedrijf. Publiciteit mijden zij angstvallig. Drie van de zes maakten hun fortuin in en om de Rotterdamse haven, een in de industrie, een in de effectenhandel en een met zijn familiebedrijf in de papierhandel. Twee van de zes resideren inmiddels net over de grens in België, een percentage dat weinig lijkt af te wijken van de norm onder Nederlandse miljonairs.

Hun financiële vuurkracht is aanzienlijk. Met zijn zessen moeten zij een vermogen hebben dat, inclusief geleend geld, een koopkracht van een miljard gulden vertegenwoordigt. Genoeg om op de Amsterdamse beurs alle aandelen van De Telegraaf te kopen, of bouwer HBG, of brouwer Grolsch en Nijverdal ten Cate samen.

In zijn glorietijd had Courtier substantiële belangen in drie beursfondsen: een controlerend belang van 61 procent van de aandelen van fietsenfabriek Union en een kwart van de aandelen Bever Holding, een beleggingsmaatschappij in veelbelovende Amerikaanse bedrijven. Bevers grootste attractie was een fraai fiscaal compensabel verlies. Courtiers kroonjuweel was een aandelenbelang van bijna 13 procent in het havenfonds Van Ommeren. Courtier was de grootste aandeelhouder, zo bleek twee jaar geleden toen nieuwe wetgeving tot openbaarmaking van dit belang noopte.

De melding van het grote aandelenbelang in Van Ommeren zette de tongen in beweging. Was er een stille machtsgreep bij Van Ommeren gaande? Een coup Courtier? Er lag immers een historische parallel. De kiem van wat een decennium later zou uitgroeien tot Courtier werd in 1981 gelegd, toen drs. W. Cordia, een ex-directeur van het havenfonds Furness, samen met enkele zakenvrienden, onder wie mr. G. van den Brink, een onvriendelijk overval uitvoerde op Furness.

Zij beschikten tot verbazing van de financiële wereld over 40 procent van de aandelen van Furness. De directie en de commissarissen van het havenbedrijf steigerden over de on-Nederlandse dadendrang van de nieuwlichters. Cordia c.s. wilde het beleid van Furness wijzigen, maar de groep werd volgens goed Nederlands gebruik met beschermingsmaatregelen buiten de deur gehouden. Zij kregen niet hun zin, maar spekten wel hun portemonnaie. De aandelen die zij in de slechtste beursjaren hadden gekocht bleken door de kentering in het algemene sentiment aardig in waarde te zijn gestegen. Agressieve taal richting Van Ommeren bleef elf jaar later uit. “Ik ben mijn wilde haren kwijt”, verzekerde een van hen twee jaar geleden.

De mislukte raid op Furness was het begin van een mooie vriendschap. Het koppel Cordia en Van den Brink dook nadien regelmatig op bij spraakmakende transacties. Cordia maakte met zijn schoonvader dubbel fortuin in het zware-ladingtransport; de eerste keer verkochten zij dat aan de Holland Amerika Lijn, de tweede keer aan Van Ommeren. Na de raid op Furness wijdde hij zich aan de opbouw van een wijd vertakt conglomeraat met belangen in de offshore, olie en scheepvaart en tegenwoordig ook textiel.

Een van zijn commissariaten was bij de Industrieele Maatschappij, een bundeling van typische industriële bedrijven waar Van den Brink de drijvende kracht was. Hij kocht kwakkelende industriële bedrijven, reorganiseerde ze en zocht weer nieuwe kandidaten. Zijn kroonjuweel was Inventum, producent van boilers en luchtvaartapparatuur. In de raad van commissarissen van de Industrieele zaten onder meer prof.dr. J. Ritzen, nu minister van onderwijs, en de Amsterdamse advocaat mr. F. Salomonson.

Toen de beurshausse de koersen in de loop van de jaren tachtig opzweepte, werd Van den Brink ook actief in de aandelenhandel. Samen met 'beurskanon' A. Strating, eigenaar van uiterst succesvolle Strating Effecten, startte hij Gestion. Het kleine effectenhuis Gestion specialiseerde zich vanuit een lommerrijke kantoorvilla aan de Amsterdamse Minervalaan in grote transacties. Gestion ontpopte zich als een Angelsaksische zakenbank die nieuwe activiteiten opzette (zoals een biotechnologiefonds). Gestion verzamelde ook grote belangen in beursfondsen om een overname uit te lokken of beleidswijzigingen te 'stimuleren'.

Gestion was niet de enige die dit Amerikaans aandoende overnamespel speelde. In de loop van 1987 begon IMN, een participatiemaatschappij die veel gelijkenis vertoonde met de Industrieele Maatschappij, op grote schaal aandelen van de Industrieele te kopen. IMN had een kwalitatief slechte portefeuille met deelnemingen in bedrijven en stuurde aan op samenwerking. Van die avances was Van den Brink helemaal niet gediend. Toen IMN als gevolg van de beurskrach van oktober 1987 in financiële problemen kwam, sloegen Van den Brink, Cordia en Strating terug. Zij kochten samen ongeveer 30 procent van de IMN-aandelen, installeerden zich als commissaris en namen feitelijk de macht over.

Zij waren niet de enigen die wat in IMN zagen: ook de financier drs. J. Kuijten, die met de beursgang van het automatiseringsbedrijf HCS zo'n 100 miljoen gulden had verdiend, kocht op grote schaal aandelen. Ook hij kreeg een plaats onder de commissarissen. De nieuwe kongsi met prominente investeerders uit industrie, effectenhandel en automatisering werd beklonken op een aandeelhoudersvergadering van IMN in het Amstel Hotel. Cordia en Van den Brink, die zich voor het eerst presenteerden onder de naam Courtier, zaten achter de bestuurstafel, Strating zat in de zaal en na afloop was de bar geopend.

De plannen waren groots. Een deelnemer in het groepje hoopte op de verzelfstandiging van een complete divisie van het noodlijdende Philips. Enkele Courtier-leden hadden al meegedaan met de verzelfstandiging van de kabelfabriek NKF uit Philips en dat was een uiterst lucratieve affaire gebleken. Lang duurde het enthousiasme over de samenwerking der financiële zwaargewichten niet: er zaten te veel grote ego's bij elkaar. Kuijten greep de macht en voegde IMN en Industrieele Maatschappij samen. Met ingehouden woede zagen Van den Brink en Cordia hoe de zorgvuldig opgebouwde portefeuille van Industrieele Maatschappij in de uitverkoop ging om Kuijtens bankschulden af te lossen.

De bundeling van kennis, kapitaal en kunde die bij IMN mislukte, kreeg wel gestalte bij Van den Brinks geslaagde reorganisatie bij de fietsenfabriek Union. Het zieltogende Union sleepte zich van de ene reorganisatie naar de volgende, totdat de financierende banken, waarvan de NMB de belangrijkste was, de hoop opgaven. Zij verkochten een deel van hun vorderingen voor het symbolische bedrag van een gulden aan Van den Brink op voorwaarde dat hij nieuw kapitaal in Union zou steken.

Via Gestion plaatste Van den Brink pakketjes met nieuwe aandelen bij wat 'relaties'. Een van zijn oude managers van de Industrieele werd op de directiestoel geparachuteerd. Van den Brink werd commissaris, evenals J. Onderdijk, de publiciteitsschuwe eigenaar van de Rotterdamse oliehandel Transol. Naast olie deed Transol ook in vastgoed en participaties in bedrijven. Transol verdiende bijvoorbeeld tientallen miljoenen guldens met de beursgang van chartermaatschappij Air Holland in 1989.

Van den Brink en zijn vrienden boerden goed met hun investering in Union. Niet alleen werd in de kosten gesnoeid, de marketing werd verbeterd en Union ging zelfs op overnamepad om zijn produktaanbod te verbreden. Aha, zeiden insiders, Van den Brink begint een nieuwe Industrieele Maatschappij. De koers steeg spectaculair.

Het succes smaakte naar meer. Achter de schermen werd groter wild gezocht. Courtier werd nieuw leven in geblazen. Via Strating, zijn vaste effectenmakelaar en gabber, voegde de automatiseringstycoon W. Smit zich bij het gezelschap. Een andere nieuwkomer, die eveneens nauwe banden met Strating had, was mr. H. Gieskes, directeur en mede-eigenaar van de olie- en chemicaliënhandel Vitol in Rotterdam. Gieskes was weer commissaris bij Strating Effecten.

Zo ontstond een kapitaalkrachtige club die van vele markten thuis was: haven (Onderdijk, Gieskes), industrie (Cordia en Van den Brink), financiële sector (Strating) en automatisering (Smit). Hun oog viel op Van Ommeren, het havenfonds dat na de onverteerde fusie met het handelshuis Ceteco rijp leek voor een krachtig financieel herstel. Courtier kocht bijna 13 procent van de aandelen Van Ommeren en wendde achter de schermen zijn invloed aan. Na een bestuurscrisis zette de nieuwe topman Van den Driest de nieuwe lijnen uit: de handelsactiviteiten van Ceteco werden verkocht (aan Borsumij Wehry). Van Ommeren zocht zijn heil in de tankopslag.

Ondanks het succes met hun beleggingen nam de spanning binnen Courtier toe. Begin 1992 ruimde Smit het veld. In zijn plaats kwam drs. P. de Ridder, oud-directeur van het Centraal Planbureau (CPB). De Ridder had een tijdje gependeld tussen overheid en bedrijfsleven: tussen twee tours of duty bij het CPB verkocht hij zijn familiebedrijf aan papiergroothandel VRG waar hij vervolgens als divisiedirecteur begon. De Ridder kende Gieskes weer van een gezamenlijke investering in Gilde Fund, een fonds dat risicokapitaal verschaft aan veelbelovende bedrijven.

De Ridders entree bij Courtier viel - in de tijd gezien - samen met het echec van Smits nieuwe automatiseringsbedrijf Newtron. Kort na de beursintroductie leek het fonds als een zeepbel uiteen te spatten. Prognoses werden niet waargemaakt, de expansie bleek op financieel drijfzand gebaseerd, een bestuurscrisis verlamde het bedrijf. De mannen van Courtier waren nauw bij Newtron betrokken: Smit was de grootste aandeelhouder, Strating de een na grootste en via Strating hadden andere Courtier-leden eveneens plukjes aandelen gekocht.

In het tumult dat volgde nam De Ridder als gedelegeerd commissaris het roer over, kwam Van den Brink als crisismanager ten tonele en spande de NMB een financieel vangnet. “Een vriendendienst”, noemde Van den Brink zijn klus. Smit kwam terug in de dagelijkse leiding. Zijn plaats als commissaris werd ingenomen door een vertrouweling, de advocaat Salomonson. Een jaar later maakte een ingenieuze overname door sectorgenoot Ordina een eind aan de zelfstandigheid van Newtron. Het was na Union de tweede keer dat Van den Brink de kredietbeheerders van de NMB onder leiding van bestuurder drs. I. van der Boor van een nijpend probleem had verlost.

De aftakeling van Newtron had onvermoede, maar vergaande consequenties voor de toenmalige NMB, Van den Brink en ook Courtier. De onthulling in het maandblad Quote dat ook NMB-bestuurder drs. A. Soetekouw aandelen had in Newtron zette verschillende interne onderzoeken in gang. De Nederlandsche Bank, die toezicht houdt op de bankensector en de moraliteit van de bankbestuurders, was daarbij nauw betrokken en volgens sommigen zelfs de initiator. De affaire leidde tot aanscherping van de regels voor privé-beleggingen door bankbestuurders en de meeste personeelsleden.

Hoewel de onderzoeken geen spoor van strafbare feiten opleverden, moest Soetekouw samen met twee directeuren van een NMB-dochter het veld ruimen. Deze dochter, de Merchant Bank, was onder meer actief in participaties in bedrijven, waaronder een 100 procent deelneming in het handelshuis Stokvis. Van der Boor, de vierde NMB'er naar wie onderzoek werd gedaan, kon met zijn al eerder aangekondigde pensioen. Toen het kwartet in opspraak kwam door een lek naar de Volkskrant, stak de NMB geen hand uit. Dan waren de mannen van Courtier eleganter: Van der Boor kreeg een commissariaat bij Union en werd met Cordia commissaris bij een grote Nederlandse werkmaatschappij van het offshorebedrijf Heerema.

Na de ontknoping van de affaire bleef de NMB in haar maag zitten met de investeringsportefeuille van de Merchant Bank, waaronder alle aandelen van het handelsbedrijf Stokvis. De bank wilde van Stokvis af en vond een koper in de persoon van Van den Brink. Via zijn holding Wagram BV kocht hij 45 procent van de aandelen. Zijn nieuwe baan als holdingdirecteur knakte de samenwerking in Courtier. Te veel leden kregen te veel eigen besognes. Hun blikveld liep te veel uiteen: sommigen waren actief, en hadden daarvoor geld nodig, maar dat zat vast in Courtier, anderen waren in feite al renteniers en gedroegen zich daarnaar. Besloten werd tot een grootscheepse uitverkoop. Een keten van drukkerijen, waaronder Koninklijke Thieme, werd verzelfstandigd onder leiding van een voormalig directeur van Gestion. De belegging in Bever verkocht Courtier aan Sonnenburgh International, waarin Strating, Gieskes en De Ridder samenwerken. Zij willen van het fonds een fiscaal aantrekkelijk groeifonds maken. De opdeling won aan urgentie, toen Stokvis eind vorig jaar aan Borsumij Wehry werd verkocht en Van den Brink (per 1 april) naar de raad van bestuur van het handelshuis overstapte. Pikant detail: ex-NMB'er Van der Boor is lid van de raad van advies van Borsumij. De verwijten over vermenging van privé en zakelijke belangen die zijn oude NMB-vrienden hadden gekregen, wilde Van den Brink voorkomen.

Een half jaar geleden werd het pakket aandelen in Van Ommeren gesplitst. Een deel werd via de beurs verkocht, een deel ging naar individuele Courtier-leden, waaronder Cordia. En begin deze maand moest ook Union, ooit Courtiers paradepaardje, eraan geloven. Het regende meldingen in het kader van de wet melding zeggenschap beursfondsen. Van den Brink bezit nu via twee holdings (Wagram en Factocon) 10,66 procent van de aandelen Union, Strating heeft hetzelfde belang via zijn TWE Beheer BV, De Ridder krijgt 5,33 procent via zijn Belamog BV, Onderdijk houdt 10,66 procent via de Antilliaanse Romo Holding. Hetzelfde doet Spaarne Compagnie voor Gieskes en Marequartz Investment voor Cordia. Zegt De Ridder:“Het is plezierig om baas in eigen huis te zijn. Verder wil ik over het opbreken van Courtier niets zeggen.”