'Is de KNVB overstag? Wat een lafaards', foetert Karel Lotsy

Op 28 november 1954 werd na een roerige periode de voetbalcompetitie opnieuw gestart. De KNVB en de 'wilde' bond NBVB hadden op 7 november een akkoord bereikt over een fusie en dat betekende dat ook op het veld de eenheid kon worden hersteld. Met de beroepsclubs werd een nieuwe competitie samengesteld. Deze krant herdenkt de komende weken de historie van het betaalde voetbal in Nederland aan de hand van veertig korte dagelijkse afleveringen. Deel 1: De voetbaloorlog van 1954.

Bijna triomfantelijk schrijft de Sportkroniek, het officiële orgaan van de KNVB in de jaren vijftig, op 20 september 1954 onder de kop 'Proces Nr. 1 van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond' over het leed van een spijtoptant. De nieuwe profclub VC Rotterdam heeft het Schiedamse Hermes DVS gedagvaard omdat de speler F.J. Oosterholt na een kort en 'wild' avontuur weer voor zijn oude vereniging is uitgekomen. VC Rotterdam eist een dwangsom van vijfduizend gulden. De advocaat van Hermes DVS, prof. A. C. G. Gerbrandy, houdt een gloedvol betoog en schetst hoe het contracteren van Oosterholt in zijn werk is gegaan.

“De beroepsronselaars verstonden hun vak goed. Nadat Oosterholt een grondloon van vijftig gulden per week had afgeslagen, liepen ze hem op de Rotterdamse kermis achterna en gingen met het mee naar huis. In het bijzijn van zijn vrouw werden twintig briefjes van 100 uitgeteld: 'Dit is voor jou als je voor ons gaat spelen'. Oosterholt, die bij Wilton-Fijenoord 62 gulden per week verdient, is hiervoor bezweken. Toen hij terugkwam van het tekenen van het contract zei zijn vrouw: 'Vind je het eigenlijk niet misselijk wat je hebt gedaan?' 'Ja', zei Oosterholt, 'ik heb de vriendschap verraden voor geld'. En samen hebben die twee toen gehuild. Oosterholt is voor de profclub gaan trainen, maar toen hij de eerste vijftig gulden in handen had voelde hij zich zó ellendig dat hij alles heeft teruggegeven.”

Ondanks het betoog van Gerbrandy verbiedt de rechter Hermes DVS om Oosterholt nog langer op te stellen. Het geruchtmakende proces is symptomatisch voor de turbulente periode die het Nederlandse voetbal in die dagen, nu veertig jaar geleden, doormaakt. De voedingsbodem voor het betalen van voetballers wordt in feite gelegd door de legendarische watersnoodwedstrijd Frankrijk-Nederland op 12 maart 1953 in Parijs. Het nationale voetbal verkeert in een crisis. Het spelpeil van de competitie holt achteruit, het Nederlands elftal presteert slecht. Maar een team met spelers als Bertus de Harder, Faas Wilkes en Kees Rijvers, die voor een buitenlands profavontuur hebben gekozen, blijkt te sterk voor het befaamde Franse elftal: 2-1. Incognito wordt de KNVB, die met deze wedstrijd niets te maken wenst te hebben, op de tribune vertegenwoordigd door Lo Brunt. De secretaris-penningmeester, voorganger van Jan Huijbregts, kijkt zijn ogen uit.

Ook de rest van voetbalminnend Nederland wordt wakker geschud. Op dat moment bestaat de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond al. Eind 1949 worden hiervoor de eerste plannen gesmeed in 'Bruinsveld', een café in de Amsterdamse Eerste Oosterparkstraat. Het bestuur bestaat uit voorzitter Piet Swart (constructeur), vice-voorzitter Ben Broersen (schoenenverkoper), penningmeester Joop Bruinsveld (café-eigenaar), secretaris Joop van den Berg (vertegenwoordiger) en Harry van Lent (kleermaker). Overal in het land worden na 1953 onder auspiciën van de NBVB profclubs opgericht. In Amsterdam bouwen George Kiersch en later Dé Stoop aan de BVC Amsterdam. In Geleen zet een aannemer, Egidius 'Gied' Joosten, zijn schouders onder een nieuwe club. 'De Zwarte' zoals hij wordt genoemd, een voormalige verzetsstrijder, directeur van de Bouwmaatschappij Limburg, is de grondlegger van Fortuna '54 waar Jan Notermans, Cor van der Hart en Frans de Munck op de loonlijst komen. Maar tijdens een vergadering van de NBVB in 1953 in het Parkhotel in Amsterdam, benoemt Joosten zichzelf ook tot de voorzitter van de beroepsbond. Het verbouwereerde bestuur, in zijn ogen te licht bevonden, kan vertrekken. “Met pioniers is het in de geschiedenis altijd slecht afgelopen”, krijgen zij te horen van de Limburger.

Joosten c.s. zorgen voor grote beroering binnen de KNVB. Niet alleen is er de dreiging van een 'wilde' competitie, ook zien de meeste eersteklassers hun beste spelers vertrekken naar profclubs. Dat geldt ook voor de toppers. ADO raakt in de zomer van '54 bijvoorbeeld zeven spelers kwijt. De 36-jarige voorzitter van de Haagse club, Toon Martens, is in alle staten en wil de krachten bundelen. Hij belt collega Cor Kieboom van Feyenoord die er al net zo over denkt. Met Henk Zon (Excelsior) en Jos Coler (Sparta) wordt de afspraak gemaakt om een onderhoud aan te vragen met het bondsbestuur. Doel: de invoering van semi-profvoetbal in de KNVB.

Toon Martens, later de eerste voorzitter betaald voetbal en vanaf 1960 tot 1982 directeur van het KNVB-sportcentrum, is nog een van de weinige levende bondsofficials uit die tijd. In het stemmige hotel 't Kerckebosch in Zeist, haalt hij, af en toe spiedend op een velletje met aantekeningen, herinneringen op van veertig jaar geleden. “Bij ons in Den Haag waren spelers als Mick Clavan en Carol Schuurman naar De Flamingo's, het latere Holland Sport, vertrokken. Het vele geld dat je in de opleidingen had gestoken dreigde verloren te gaan door lieden die zich met kapingen bezighielden. Mede daardoor hebben we met vier clubs op 3 juli na de bondsvergadering een gesprek aangevraagd met een bestuursdelegatie. Dat gebeurde op een slaapkamer van hotel Terminus in Utrecht. Tijdens dat onderhoud drongen we aan op een bescheiden mate van profvoetbal. 's Avonds hoorden we op de radio dat het bestuur onze voorstellen had overgenomen.”

De volgende dag, in Bern, na de finale Duitsland-Hongarije (3-2) van het WK 1954, confronteren de prominente sportjournalisten Kick Geudeker en ir. Ad van Emmenes erevoorzitter Karel Lotsy met het voornemen van het bondsbestuur. “Is de KNVB overstag? Wat een lafaards”, foetert de voormalige keuzeheer van Oranje. Geudeker en Van Emmenes verwerken deze reactie in hun beschouwingen, maar worden later in hun hemd gezet door de conservatieve Lotsy die alles ontkende. Gelukkig voor het duo had Herman Kuiphof het gesprek in het Wankdorfstadion opgevangen. Op verzoek van Van Emmenes zou hij later de reactie van Lotsy op schrift stellen.

KNVB-voorzitter is in die tijd ir. Hans Hopster. “Een joviale man, vaak in voor een grap en goed van de tongriem gesneden”, typeert Martens. De HBS-leraar uit Den Bosch keert zich aanvankelijk ook tegen betalingen aan voetballers, hetgeen hij betitelt als “sportverdwazing”. Maar onder druk van de NBVB ziet hij later de noodzaak van profvoetbal. Op de tweede vergadering van 14 augustus krijgt hij het bestuursvoorstel er echter niet door. Ondanks het feit dat Martens in zijn pleidooi zegt het pistool van de NBVB in de rug te voelen. Die zitting, in het hotel Krasnapolsky in Amsterdam, leverde ondanks vijf uur vergaderen en drie schorsingen, niets op. “Volkomen onvruchtbare discussies, telkens opnieuw terugkerend naar het belang van een eigen, kleine, groep, hebben een beslissing in de weg gestaan”, schrijft de NRC op 16 augustus. En de Sportkroniek is natuurlijk gematigder: “Geen atoombom, wel nuttig knaleffect.” De eersteklassers togen op uitnodiging van Ajax-voorzitter Marius Koolhaas na de vierde schorsing in kolonne naar De Meer en daar besluiten ze eenzijdig tot betaling van hun spelers.

Op 28 augustus kan de KNVB wel een besluit nemen over artikel 5 H.R. lid 2, dat gaat over de amateurbepalingen. De stemming: 75 clubs zijn voor, 17 tegen en 3 blanco. Oud-scheidsrechter Dirk Nijs, voorzitter van De Mussen, verdedigt met succes een voorstel om ook voor clubs uit de lagere klassen profvoetbal in te voeren. “Laat betalen die kan betalen, eerlijk en oprecht.” Dat levert een competitie op met liefst tachtig clubs. 'Bondsparlement heeft de teerling geworpen', kopt de NRC.

Het Nederlandse voetbal kent zodoende enkele maanden twee (prof)competities. Want in het weekeinde van 14 augustus is ook de NBVB-competitie losgebarsten. Met fanfaregeschal wordt op het gemeentelijk sportpark in Alkmaar voor elfduizend toeschouwers de eerste betaald voetbalwedstrijd gespeeld tussen Alkmaar en Venlo. De Noordhollanders wonnen met 3-0 en incasseerden veertig gulden per speler. De KNVB, toen een bond met 350.000 leden, houdt er aanvankelijk andere honoraria op na: twintig gulden voor een wedstrijd, vijf gulden per training met een maximum van vijftien gulden per week. Later worden de betalingen uit concurrentie-oogpunt vrijgelaten. Ajax geeft dertig gulden voor een gewonnen wedstrijd.

Het publiek, in tegenstelling tot de media, kiest partij voor de wedstrijden van de wilde bond. Maar de clubs van de NBVB hebben desondanks moeite om de financiële huishouding rond te krijgen. Vandaar dat beide partijen heil zien in fusiebesprekingen. Die worden vanaf begin oktober in het geheim gevoerd. Als de media toch lucht krijgen van de toenaderingspogingen, geeft PSV in een telegram aan de bond een schot voor de boeg. “Hebben begrip voor onderhoud met NBVB. Stop. Protesteren echter bij voorbaat met klem tegen elke onderhandeling. Stop.” “Bravo PSV!”, reageert de Sportkroniek van hoofdredacteur Jaap Moorman.

Hetzelfde blad vindt een van de eerste voorstellen van Gied Joosten op 4 oktober “schaamteloos en aanmatigend”. En de NBVB wordt omschreven als een bond van “ondernemers die voetballers tegen grof geld uit hun clubs hebben geronseld”. Toon Martens kan nu nog steeds geen negatief beeld schetsen van Joosten, die op 3 oktober 1993 op 71-jarige leeftijd overlijdt. “Ik vond het een keurige vent in de omgang. Maar hij had zijn eigenaardigheden. Toen we eens in Sittard waren voor een vergadering gaf hij nog eens blijk van zijn simpele visie op voetbal. 'Deze sport kun je als een schaakspel beïnvloeden met de knoppen van een computer', zei hij. En hij tekende op een groot papier een voetbalveld. 'Kijk als ik elf aanvallers opstel komt de tegenpartij nooit meer over de middenlijn. Dan win ik altijd'. Simpel geredeneerd hè.”

Op 7 november begraven de KNVB en NBVB de strijdbijl. De buitengewone bondsvergadering gaat op 13 november in het Utrechtse restaurant Esplanade met een ruime meerderheid (87 voor, 4 tegen en 2 onthoudingen) akkoord met de fusie. Op 28 november kan de nieuwe, gecombineerde competitie van start gaan. Ru de Grood schrijft in het Algemeen Dagblad: 'Onze bewondering gaat uit naar het voortreffelijke werk dat de urgentiecommissie van de KNVB in zulk korte tijd heeft verricht.' De visie van de Sportkroniek: 'Geen fusie der bonden, maar opheffing NBVB.'

Egidius Joosten maakt nog enkele jaren deel uit van het bondsbestuur. Tot hij wegens faillissement van zijn bedrijf van justitie een vrije aftocht krijgt naar Antwerpen. Daar leeft hij anoniem tot zijn dood. Martens wordt de voorman van het betaalde voetbal dat in 1956 met de eredivisie begint. Voor de huidige generatie bestuurders kan hij weinig respect opbrengen. “Jos Staatsen? Daar zeiden we vroeger over: Die man weet niet eens dat er een binnenbal in een voetbal zit. Bestuurders zijn tegenwoordig zakenlui die een voetbalbedrijf exploiteren. Ze zullen best goed in zaken zijn, maar ik vind dat je ook van het gras gevreten moet hebben. Anders gaat het mis.” Martens, die aan de wieg stond van het betaalde voetbal, bezoekt al jaren geen wedstrijden meer. Het boeit hem niet meer zo. Zelfs de interlands slaat hij over nadat hij een jaar of negen geleden in Zeist moest bedelen voor een tweede kaartje. “Ik wilde met mijn vrouw naar een wedstrijd van het Nederlands elftal. Maar ik moest voor het tweede kaartje tachtig gulden betalen. Ik ben toch niet de eerste de beste, probeerde ik nog. Niets mee te maken, kreeg ik in Zeist te horen. Daar ben je dan avonden voor op stap geweest. In 1954 was het elke dag wel raak. Het is geen klaagzang, hoor. Maar uit het oog, uit het hart.”

    • Erik Oudshoorn
    • Met Dank aan Mart Kruft van de Knvb