Vrijdag 30; Het recht op slechte smaak

Over smaak valt niet te twisten, zeker niet als je onder de tien bent. Dan maken je ouders namelijk uit wat getuigt van goede smaak en wat niet, en ouders kunnen daar merkwaardig zelfverzekerd in optreden. Blank houten speelgoed, met hier en daar een rood accent, dat is je ware. Hoogwaardige animatiefilms in de bios, lieflijk poppenspel in het theater, kinderliedjes uit de oude doos op de cd-speler. Alice in Wonderland en Winnie de Poeh om te lezen en een antieke schoolplaat aan de wand.

Little Ponies, Barbies, Turtles, Transformers, dat is walgelijk speeltuig. Bassie en Adriaan? Barbapappa? Alfred J. Kwak? Uít die televisie. Aan de muur vooral geen poster met zoetromantische muizenfamilies, in het boekenrek liever geen Olijke tweeling. Lakschoenen zijn ordinair, een plastic zonnebril ook. En rood en groen is boerenfatsoen, om het maar niet te hebben over de volledig verboden neonkleuren.

Hoe weten ouders dat allemaal zo goed? Ouders weten niets. Ouders wensen vooral. “Gek, maar mijn Sientje heeft het nooit over een Barbie, ze speelt alleen met haar pluche beesten.” Arme Sientje. Misschien houdt ze werkelijk veel van haar speelgoeddieren en niet van Barbie, maar zou ze wel graag eens zo'n gevechtspoppetje willen hebben, met vier knopjes op zijn rug voor het geluid van verschillende soorten vuurwapens. Gelijk heeft ze. Speelgoedbeesten zijn lief en zacht en mooi. Je kunt ermee praten, je kunt ermee slapen, je kunt er van alles mee, maar je wilt toch meer meemaken.

Zo'n horror-wezen met echt slijm, bijvoorbeeld. Lekker tussen je vingers, opwindend om te zien met dat lillende oranje lijf en goed voor weer heel andere fantasieën. Maar Sien weet al heel lang dat ze dat er net zo min door krijgt als het paar sandalen met gekleurde plastic edelstenen en goudkleurige bandjes.

Ouders weten best dat een kind niet wordt geboren met een vanzelfsprekend gevoel voor goede smaak. Hoe dachten ze dan dat zo'n kind zijn smaak zal ontwikkelen als hij slechts verantwoorde schoonheid mag leren kennen en hem het recht op slechte smaak niet wordt gegund? Het ontbreekt die ouders aan vertrouwen: ze denken dat de kinderverbeelding ogenblikkelijk stil houdt bij confrontatie met iets wanstaltig overdadigs en dat de fantasie zich alleen laat prikkelen door oervormen en natuurlijke materialen waar kraak en smaak bij moeten worden gedacht.

Ouders moeten er rekening mee moeten houden dat lelijkheid bij tijd en wijle onweerstaanbaar is. En niet alleen voor kinderen.