Van Mierlo en het land

HET GEZAG VAN D66-leider Van Mierlo in zijn eigen partij is altijd groot geweest. Zo groot zelfs dat dit herhaaldelijk tot bespiegelingen leidde wat D66 zonder Van Mierlo voorstelde. Het waren immers de woorden van Van Mierlo die de muziek van D66 maakten. En Van Mierlo is nu eenmaal een man van woorden. Terwijl hij praat ontwikkelt het denkproces zich bij hem. Binnen een libertaire beweging als D66 heeft het iets charmants. Maar als hij deze gedragslijn als minister van buitenlandse zaken gaat voortzetten, krijgt het riskante trekken.

Deze week had Van Mierlo zijn eerste grote externe optreden. Tegenover de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York ontvouwde hij de gedachte van een permanent VN-legioen ter beschikking van de Veiligheidsraad. Ofwel, een relatief klein internationaal en geheel uit vrijwilligers bestaand brandweerkorps dat de Verenigde Naties in staat stelt levens te redden in situaties zoals Rwanda. In een toelichting op zijn toespraak gaf Van Mierlo toe dat het om een nog niet uitgewerkt idee ging dat hij dan ook bewust niet als voorstel had gelanceerd. De suggestie - de logische lijn, aldus Van Mierlo - was tijdens het werken aan zijn toespraak ontstaan.

DE JAARLIJKSE ALGEMENE vergadering van de VN is niet het forum om dit soort ideeën direct te concretiseren. In dit geval gelukkig maar. Stel dat andere landen het ook een 'logische lijn' hadden gevonden en Nederland zouden hebben gevraagd het initiatief te nemen tot een VN-vreemdelingenlegioen? Dan was er toch een pijnlijke situatie voor Van Mierlo ontstaan. Want dan had hij moeten melden dat zijn idee in eigen land niet op enige parlementaire steun van betekenis kon rekenen.

Van Mierlo heeft in New York het begrip dualisme wel heel letterlijk genomen. Zonder zich op de hoogte te stellen van de opvattingen die hierover in de Tweede Kamer leven, heeft hij zijn gedachten over een VN-interventiemacht geventileerd. Natuurlijk is het het goed recht van een minister zelf plannen te ontwikkelen. In die gevallen waar het parlement nadrukkelijk een eigen betrokkenheid heeft, ligt dat anders. De reacties uit de Tweede Kamer op de toespraak bewijzen dat. De parlementaire goedkeuring van de inzet van Nederlandse troepen in het buitenland is de afgelopen jaren nu juist één van de steeds terugkerende discussies tussen regering en Tweede Kamer geweest. Het idee van Van Mierlo is daarop geen uitzondering. Aan het ter beschikking stellen van Nederlandse troepen voor een permanente VN-macht zitten immers ook de nodige grondwettelijke aspecten.

DE WOORDVOERDERS van de grote partijen hebben naar aanleiding van de woorden van Van Mierlo allemaal gewezen op deze niet onbekende obstakels. Het gevolg was dat in eigen land de 'logische lijn' van Van Mierlo binnen 24 uur werd gereduceerd tot een ideaalbeeld voor de verre toekomst.

In het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 wordt ten aanzien van het buitenlandse beleid gesproken over een 'samenhangende beoordeling' door het kabinet. Voor het zover komt moet er eerst sprake zijn van interne politieke samenhang. Daarvan is bij de eerste proeve door Van Mierlo weinig gebleken. Zijn gedachte blijkt in eigen land nauwelijks over een politiek draagvlak te beschikken.

Van Mierlo heeft gesproken. Naar nu blijkt vooral namens zichzelf. Als D66-leider kon hij zich dat veroorloven. Maar niet meer als minister van buitenlandse zaken.