Schade wateroverlast minimaal 25 miljoen

ROTTERDAM, 30 SEPT. De schade voor de Noordhollandse landbouwers als gevolg van de wateroverlast begin deze maand is aanzienlijk groter dan de landbouworganisaties hadden verwacht. Tot nu toe bedraagt de schade 25 miljoen gulden, maar de landbouworganisaties verwachten dat het uiteindelijke bedrag boven de dertig miljoen zal uitkomen. Vandaag is er een eerste gesprek met het ministerie van landbouw over een mogelijke schaderegeling.

Het schadebedrag is door de Westelijke Land- en Tuinbouworganisatie gebaseerd op ruim 550 opgaven. Naar verwachting zal dat aantal toenemen tot duizend. Op 65 bedrijven is de schade meer dan honderdduizend gulden. Vooral de teelt van witte- en rodekool, sla, spruitjes, winterpenen, prei en bloemkool heeft veel te lijden gehad onder de overvloedige regenval. Een eerste schatting is dat vijfentwintig procent van de oogst verloren is gegaan.

Volgens het ministerie van landbouw moet de schade eerst precies worden getaxeerd, voordat het tot een regeling komt. Aan de hand van enkele voorwaarden bekijkt de Europese Unie dan of een schaderegeling op zijn plaats is. Voor een schaderegeling moet minstens dertig procent van de oogst verloren zijn gegaan. De landbouworganisaties hopen dat de Noordhollandse landbouwers dezelfde behandeling krijgen als hun getroffen collega's in Limburg en Noord-Brabant eind vorig jaar. Zij ontvingen vergoedingen uit het Nationaal Rampenfonds.

De Commissaris van de Koningin Van Kemenade en de statencommissie water zullen de rol van de waterschappen bij de overstromingen laten onderzoeken. Het Hoogheemraadschap in West-Friesland heeft al claims ontvangen van landbouwers, maar wijst elke aansprakelijkheid van de hand.