Rubi Pronk (15), balletdanser; Bij ballet mag je niet sloom kijken

“Als klein kind al begon ik te dansen zodra ik ergens muziek hoorde. Ik denk dat het in me zat. Ik heb geen broers of zussen en er is ook niemand in de familie die danst, maar mijn moeder heeft me altijd aangemoedigd. Vooral op de muziek van Michael Jackson danste ik graag. Daar was ik helemaal gek van. Ik had heel goed naar hem gekeken en zijn passen precies overgenomen. Toen ik negen was heb ik hem tijdens een playbackshow in Schevingen nagedaan en de hoofdprijs gewonnen. Nu vind ik hem niet meer zo leuk. Ik dans liever op house. Klassieke muziek zet ik niet uit mezelf op, die hoor ik al de hele dag op school.”

Rubi Pronk, een ranke jongen van 15 jaar met een zwart paardestaartje, gaat sinds zijn tiende naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, afdeling ballet. Zijn specialiteit is klassiek ballet. Naast een dansvakopleiding krijgt hij op het conservatorium ook gewone schoolvakken die hem dit jaar moeten klaarstomen voor het MAVO-eindexamen. Daarna kan hij zich volledig wijden aan ballet. Rubi wil beroepsdanser worden en het liefst net zo beroemd als Mikhail Barishnikov.

“Toen ik nog op de basischool zat, ging ik iedere woensdagmiddag naar de amateurballetschool in Den Haag. Daar kreeg ik jazzballet. Op een keer ging ik kijken naar een les klassieke dans. Ik heb daarna meteen een video met klassieke balletten gehuurd om te zien hoe je een klassieke danser kunt worden. Vooral de sierlijke bewegingen en de pianomuziek vond ik mooi. Vanaf dat moment wilde ik liever klassiek leren dansen dan jazz.

“Mijn lerares vroeg toen of ik niet naar het Conservatorium wilde. Op mijn negende heb ik auditie gedaan. Ik kwam terecht in groep 7. De sfeer op het Conservatorium sprak me aan doordat de school en de balletopleiding in één gebouw zitten.

“We beginnen elke dag met schoolvakken. Vanaf half drie hebben we danslessen, niet alleen klassiek, maar ook modern in de stijl van Martha Graham en caractère, dat is een soort volksdansen. Wij hebben daarbij laarzen aan waar je mee kunt stampen, want caractère bestaat uit veel voetenwerk. Toch is het geen klompendans.

“Vroeger op de basisschool vonden kinderen het wel vreemd dat een jongen danste, maar daar heb ik me nooit wat van aangetrokken. Hier kwam ik in een klas met veel meer meisjes dan jongens, dat vond ik niet erg. Toch is het wel fijn dat ik dit jaar met nog drie andere jongens in een aparte jongensklas zit. Dat is altijd zo in het eindexamenjaar, want dan krijg je speciale jongensoefeningen. Wij springen bijvoorbeeld meer. Daarom hebben we ook eens in de week krachttraining.

“Ik ben lenig. Dat komt niet zo vaak voor bij jongens, meestal zijn ze veel stijver dan meisjes. Een ander sterk punt van mij is denk ik mijn uitstraling. Bij klassiek ballet moet je kunnen presenteren. Je kunt niet alleen technisch goed dansen en er sloom bij kijken.

“We zijn iedere dag om half zes uit. Als ik thuis kom ga ik televisie kijken en huiswerk maken. Als ik nieuwe dansoefeningen heb opgekregen voor de volgende dag neem ik die door in mijn hoofd. Soms repeteren we ook op zaterdag. Als dat niet zo is volg ik op zaterdag flamencolessen op de amateurballetschool. In de vakanties volg ik stages bij amateuropleidingen. Soms ga ik daarvoor naar Duitsland. Die stages vind ik leuk en het is belangrijk voor je conditie.

“Als ik hier klaar ben, zou ik naar Amerika willen. Ik ken mensen van de Alvin Ailey Dansschool in New York. Daar dansen ze allerlei stijlen, dat trekt mij aan. De school heeft een internaat, maar dat is duur. Ik zou dus een baantje moeten zien te vinden om rond te komen. Maar eerst ga ik hier auditie doen voor de tweejarige HBO-opleiding van het Conservatorium. Misschien ga ik dan niet naar Amerika. Want ik wil ook wel auditie doen bij het Nederlands Dans Theater. De choreografieën van Jiri Kylián vind ik heel mooi.”