Pest verwoest mondiale ambities van India

NEW DELHI, 30 SEPT. Machteloos moet de Indiase regering dezer dagen toezien hoe haar jarenlange werk om het imago van het land in de wereld op te poetsen door de longpest en haar zus, de builenpest, weer grotendeels ten grave wordt gedragen.

Het is plotseling stil geworden rond de talrijke profeten die voorspelden dat India dank zij zijn economische hervormingen van de laatste jaren een van de reuzen van de volgende eeuw zal worden; een supertijger waar alle andere Aziatische tijgers bij zouden verbleken. Niet de schitterende toekomst bepaalt voorlopig het beeld van India maar scènes uit een lang vervlogen verleden.

New Delhi kan nog zo hard roepen dat de ziekte onder controle is en dat er tot dusverre slechts enkele tientallen doden bij zijn gevallen, het buitenland heeft daar geen boodschap aan. Dat associeert India nu met een ziekte, die in het Westen alleen nog in de geschiedenisboekjes voorkomt en wel in het bijzonder in de hoofdstukken over de Middeleeuwen.

In een commentaar schreef The Times of India vandaag: “In het enthousiasme dat gepaard ging met een nieuw zelfvertrouwen werd kennelijk vergeten dat planken vol consumptiegoederen, een ononderbroken stroomvoorziening en een ongestoorde telefoonlijn niet de enige attributen voor een moderne samenleving zijn. De basis daarvan moet een schone en gezonde omgeving zijn.”

Volgens de krant zou het uitbreken van de pest ook de Indiase pogingen een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te krijgen afbreuk kunnen doen.

De schade blijft niet tot de beeldvorming beperkt. Nu al doen zich de kwalijke gevolgen voelen. Veel toeristen uit Westerse landen hebben vakanties in India geannuleerd, terwijl mensen die hier reeds waren, besloten hun verblijf te bekorten. Het aantal potentiële bezoekers dat de komende maanden naar India zou zijn gekomen en daar nu van afziet, is niet te achterhalen. Gezien de meestal nogal schrikachtige reacties van vakantiegangers, moet het echter om substantiële hoeveelheden gaan.

Niemand kan het hen kwalijk nemen, wanneer immers zelfs diplomatieke vertegenwoordigers in India pogingen doen hun vrouw en kinderen zo snel mogelijk het land uit te krijgen. “Veel van mijn collega's zijn doende om hun gezin hier weg te krijgen”, zei gisteren een Russische diplomaat, die er aan toevoegde te hebben gehoord dat zijn Amerikaanse collega's hetzelfde deden.

Voor de Indiase toeristensector is dit de zoveelste ramp van de afgelopen jaren. Twee jaar geleden ondervond men de gevolgen van de bloedige ongeregeldheden tussen hindoe's en moslims na de verwoesting van een moskee in Ayodhya, terwijl er zich vorig jaar september aan het begin van het toeristenseizoen een verwoestende aardbeving voordeed in de deelstaat Maharashtra. Daarbij vielen ten minste 15.000 doden.

Ook veel andere bedrijfstakken voelen de gevolgen nu al in hun portemonnee. Dat geldt in de eerste plaats voor de diamantindustrie in Surat en omgeving. De stad, waar de longpest zich vorige week het eerst en het dodelijkst manifesteerde, is een belangrijk centrum voor de bewerking van diamanten. Deze bedrijfstak hoort tot de voornaamste exportindustrieën van het land. Het werk ligt er al ruim een week stil en het is afwachten of buitenlandse cliënten de diamantairs van Surat ook in de toekomst even gaarne zullen bezoeken als voorheen. Ook de textiel-industrie in Gujarat, de deelstaat waartoe Surat behoort, heeft te lijden onder de gevolgen van de ziekte.

Verder is de omvangrijke uitvoer van vlees, rijst, fruit en groente naar de Golfstaten inmiddels geheel tot stitstand gekomen. Schepen met een lading uit India worden voorlopig niet meer toegelaten in veel Arabische havens. Naar verwachting zou ook Maleisië, waarheen India grote hoeveelheden vlees exporteert, de invoer uit India tijdelijk stopzetten. Over de invloed op de buitenlandse investeringen valt nog weinig concreets te zeggen, maar het is zeer wel denkbaar dat potentiële investeerders in de gegeven omstandigheden toch liever voor een ander land kiezen.

Het uitbreken van de longpest en de builenpest confronteert India ook met pijnlijke vragen over de toestand in eigen land. Hoe is het bij voorbeeld mogelijk dat de ziektes uitgerekend zijn opgedoken in twee deelstaten, Gujarat en Maharashtra, die economisch gezien tot de meest ontwikkelde van het land behoren? Het leeuwedeel van de Indiase industrie is hier gevestigd.

Vooral het geval van Surat is interessant. De stad staat bekend als een plaats vol entrepreneurs, waar veel geld wordt verdiend. Ze is dan ook als een magneet voor arme sloebers die van verre komen op zoek naar een baantje. Op die manier heeft er zich naast de welgestelde inheemse bovenlaag een proletariaat ontwikkeld dat dikwijls onder onbeschrijflijke omstandigheden leeft. Klagen doen ze nauwelijks, want ze weten dat ze hun baantje gemakkelijk kunnen kwijtraken. De bovenlaag krijgt nu echter de rekening gepresenteerd voor haar onverschilligheid jegens het lot van deze goedkope gastarbeiders.

Ook in de grootste steden van het land, Bombay, Calcutta en New Delhi, waar de angst voor de pest er nu ook flink in zit, wordt de klasse van de gegoeden er aan herinnerd dat ze zich niet ongestraft alleen op hun eigen ontwikkeling kunnen richten. Vroeg of laat wreekt zich de verwaarlozing van de armen in de sloppenwijken. In veel jhuggi's is er ondanks alle mooie beloftes van de politici in geen jaren schoongemaakt. Uit oogpunt van volksgezondheid vormen ze een tijdbom, die ieder moment kan afgaan met alle kwalijke gevolgen voor arm èn uiteindelijk ook rijk.