Lid Rekenkamer bepleit nieuw debat over privatiseringen

DEN HAAG, 30 SEPT. M.B. Engwirda, lid van de Algemene Rekenkamer, vindt dat de Tweede Kamer het “principiële debat” moet heropenen over de voortgang van privatiseringen van rijksdiensten. Engwirda meent dat er vooral “veel haken en ogen” zitten aan het verzelfstandigen van overheidsdiensten die een monopoliepositie op de commerciële markt innemen.

Uit eerdere verzelfstandigingen van organisaties als het Loodswezen en de organisatie van luchtverkeersleiders (LVB) is gebleken dat overheid en bedrijfsleven op hoge kosten worden gejaagd omdat deze diensten een commerciële bedrijfsvoering combineren met een monopolie op de markt. De kosten van de wettelijke taken die ze uitvoeren worden afgewenteld op overheid en bedrijfsleven, terwijl de inkomens van de werknemers van de betrokken diensten fors stijgen, zo is uit onderzoeken van de Rekenkamer gebleken.

Engwirda wijst erop dat ministeries niettemin bijzonder hardleers zijn bij privatiseringen. “De lessen die de Rekenkamer na onderzoek trekt worden hoogst zelden in het geheugen van de bureaucratie opgeslagen.” Verkeer en waterstaat kreeg in acht jaar viermaal zware kritiek van de Rekenkamer op dergelijke privatiseringen.

Volgens directeur T. Bouwman van de redersvereniging KVNR is bij de verzelfstandiging van het Loodswezen, eind jaren tachtig, een “onfris” spel gespeeld omdat een ambtenaar die op Verkeer en Waterstaat een strategische positie bekleedde bij de voorbereiding van de verzelfstandiging, korte tijd later overstapte naar het Loodswezen. De regelingen en tarieven die het departement vaststelde waren volgens Bouwman zo gunstig voor het Loodswezen dat diverse reders in financiële problemen raakten. Intussen legde de overheid zo'n 50 miljoen per jaar op de verzelfstandiging toe.

De betrokken ex-ambtenaar, mr. H. Nijsse, thans onder meer juridisch directeur van het Facilitair Bedrijf Loodswezen BV, wijst de beschuldiging van de hand.

Zijn werk op Verkeer en Waterstaat was al afgerond toen hij zijn nieuwe functie kreeg aangeboden, aldus Nijsse. Hij kondigde zijn vertrek in 1986 op het departement aan en vertrok najaar 1988, toen de verzelfstandiging inging.