Kosten stroomproduktie stijgen licht

ARNHEM, 30 SEPT. De produktiekosten van elektriciteit stijgen in 1995 slechts licht, tot 9,73 cent per kilowattuur. Dat is 0,2 cent minder dan de Samenwerkende Elektriciteits Producenten (SEP) vorig jaar nog hadden geraamd.

De kostenstijging is minder dan de helft van de inflatie in Nederland. Voor 1996 en 1997 worden stijgingen met respectievelijk 0,7 en 0,6 cent per kilowattuur verwacht. Maar volgens twee van de vier aandeelhouders van de SEP worden de produktiekosten en daarmee de tarieven op een onverstandige manier kunstmatig laag gehouden.

Dat bleek gisteren tijdens de aandeelhoudersvergadering van de SEP in Arnhem. De vertegenwoordigers van de elektriciteits produktiebedrijven EZH (Zuid-Holland) en UNA (Utrecht en Noord-Holland) vinden dat de kosten van dure projecten zoals de demonstratiecentrale voor kolenvergassing in het Limburgse Buggenum en de modernisering van de kerncentrale Borssele veel sneller in de tarieven moeten worden doorberekend.

De Nederlandse stroomtarieven behoren nu nog tot de laagste in West-Europa, waardoor de concurrentiepositie van de stroomfabrieken sterk is. Maar als over enkele jaren de kosten van dure projecten moeten worden doorberekend, en tegelijk de energiemarkt in de Europese Unie is geliberaliseerd, kan dat beeld snel veranderen. Volgens EZH en UNA is er nu door de relatief lage tarieven nog ruimte voor vervroegde afschrijving van dure projecten, waardoor de kapitaalslasten van de sector dalen en de concurrentiepositie ook op termijn wordt veiliggesteld.

UNA-directeur ir. F. de Ruiter noemde het “van de grootste dwaasheid dat we kosten voor ons uitschuiven. Iedere onderneming spaart voor de toekomst, behalve deze sector. Als we het landelijk basistarief niet iets verhogen zwemmen we langzaam in een fuik”, aldus De Ruiter.

Daarin werd hij bijgevallen door ir. J. Verwer, directeur van EZH, die tevens aandrong op veel grotere flexibiliteit in de tarieven voor de industrie. Een bedrijf dat in piekuren weinig of geen stroom afneemt, of dat op bepaalde uren kan worden 'afgeschakeld', moet een lager tarief kunnen worden geboden.

De twee overige aandeelhouders, de produktiebedrijven EPON (Noord- en Oost-Nederland en EPZ (zuidelijke provincies) drongen aan op sterke kostenbesparing en lagere tarieven. EZH en UNA hebben de indruk dat het ministerie van economische zaken de stroomtarieven zo laag mogelijk wil houden om ruimte te houden voor de nieuwe kleinverbruikersheffing die het kabinet-Kok per 1 januari 1996 wil invoeren als in Brussel geen overeenstemming wordt bereikt over een Europese 'ecotax'.

Ir. N. Ketting, algemeen directeur van de SEP, toonde zich een warm voorstander van reserveringen voor dure projecten en wil een nieuw debat over het financiële beleid van de SEP. Niettemin is in het financieel-economisch beleidsplan van de SEP, dat gisteren werd goedgekeurd, volgens Ketting een “stevige wijziging” van het landelijk basistarief opgenomen. Binnenkort komt daar nog een verlaging bij van de 'terugleververgoeding' die particuliere exploitanten van kleine centrales ontvangen voor de stroom die ze over hebben en aan het openbare net leveren. Die verlaging moet bedrijven die kleine (warmte/kracht) centrales willen exploiteren ontmoedigen. Ze is onderdeel van het nieuwe beleid van de elektriciteitssector om een dreigende overcapaciteit in het vermogen tegen te gaan.

Vandaag ontvangt de SEP ook het rapport van enkele onafhankelijke deskundigen over de plannen voor warmte/krachtcentrales (vermogen dat veelal door grote industrieën samen met regionale energiedistributiebedrijven wordt gebouwd). Als deze plannen allemaal doorgaan, ontstaat forse overcapaciteit. De komende weken zal worden onderhandeld over uitstel en afstel van projecten.

De SEP-aandeelhouders stemden gisteren in met de moderniseringsplannen voor de kerncentrale Borssele, zij het dat EZH en UNA zeer grote reserves hadden. Het plan voor modificaties, die de veiligheid van de centrale naar de modernste inzichten moeten opvoeren, is de vrucht van internationale studies over de oorzaken van de ramp van 1986 in Tsjernobyl. Borssele kan na de aanpassing ook ten minste drie jaar langer in bedrijf blijven, namelijk tot het jaar 2007, waardoor de extra investeringskosten van 467 miljoen gulden kunnen worden terugverdiend. EZH en UNA stelden als harde voorwaarde dat de kosten niet verder mogen oplopen en dat eventuele nieuwe aanpassingen niet meer aanvaardbaar zijn. Ir. Verwer (EZH) vond “heroverweging” van het besluit “eigenlijk op zijn plaats” wegens de grote onzekerheden over het project. Onzeker is of het besluit politiek wordt gedragen en of alle afnemers eraan zullen meebetalen, aldus Verwer. Hij wees op de mogelijkheid dat meer grote ondernemingen eigen kleine centrales zullen gaan bouwen en exploiteren, waardoor het probleem van overcapaciteit sterker gaat spelen.