Investeringsgolf naar ontwikkelingslanden overstijgt officiële hulp

MADRID, 30 SEPT. Het grote verhaal in de financiering van ontwikkelingslanden is de spectaculaire stijging van de particuliere kapitaalstroom. Dat schrijft de Wereldbank in een vertrouwelijke notitie. In 1993 verdrievoudigde het bedrag aan beleggingen in aandelen in zogenoemde emerging markets tot 46 miljard dollar en bedroeg het totaal aan particuliere kapitaal - obligatieleningen, directe en indirecte investeringen - een record van 155 miljard dollar. Dat is bijna drie keer zoveel als het totaal van 60 miljard dollar aan officiële ontwikkelingshulp. In totaal bedroeg de officiële en particuliere financiering van ontwikkelingslanden in 1993 een recordbedrag van 215 miljard dollar, vergeleken met 159 miljard in 1992.

In 1991 was de officiële hulp nog groter dan de particuliere kapitaalstroom. Maar terwijl de hulp stagneert, exploderen de particuliere investeringen. Deze zijn geconcentreerd in een beperkt aantal landen, vooral in Oost-Azië en Latijns Amerika, die met succes economische hervormingen hebben doorgevoerd. “Investeerders zijn van mening dat deze landen goede winstmogelijkheden bieden”, stelt de Wereldbank vast.

Het gevaar dat de groei van particuliere financiering zal leiden tot een herhaling van de schuldencrisis die begin jaren tachtig Latijns Amerika trof, acht de Wereldbank onwaarschijnlijk. Toen ging het om bankleningen, nu bestaat de helft van de particuliere kapitaalstroom uit directe investeringen en een derde uit obligatieleningen. Bovendien verwacht de Wereldbank geen plotselinge, scherpe stijging van de rente, gevolgd door een recessie in de industrielanden zoals in 1979-83. Wel waarschuwt de Wereldbank dat deze nieuwe kapitaalstroom snel van richting kan veranderen: “particuliere investeerders hebben geen mededogen voor slecht beleid of verslechterende vooruitzichten.”

IMF-directeur Michel Camdessus zei gisteren dat “voorzichtigheid geboden is” met de opeenstapeling van nieuwe particuliere schulden van ontwikkelingslanden. Maar in tegenstelling tot de bankleningen uit de jaren zeventig, die werden gebruikt om tekorten te dekken en consumptie te financieren is nu sprake van productieve investeringen. “De nieuwe schulden zijn gezond”, verzekerde Camdessus.

Lewis Preston, de president van de Wereldbank, zei in een gesprek deze week dat de rol van de Wereldbank in een aantal landen verandert nu via de particuliere kapitaalmarkten zoveel geld beschikbaar is. India en Thailand, twee grote traditionele klanten van de Bank, nemen dit jaar geen leningen bij de Wereldbank op. “Het is een luxeprobleem, ze kunnen in de markten terecht”, aldus Preston. In Mexico verplaatst de Wereldbank zijn aandacht van leningen voor economische hervormingen naar financiering van milieuprogramma's, sociale projecten en infrastructuur waarvoor particulier kapitaal geen belangstelling heeft.

Nu grote afnemers minder lenen bij de Wereldbank, zijn de aflossingen en rentebetalingen voor het eerst groter dan het bedrag aan nieuwe leningen. In het afgelopen begrotingsjaar (tot 30 juni 1994) was sprake van een netto-kapitaalstroom van ontwikkelingslanden naar de Wereldbank van 731 miljoen dollar. Om deze trend te keren, wil Preston dat de Wereldbank in de toekomst grotere nadruk legt op garanties van particuliere leningen, waarbij de Wereldbank zich garant stelt voor het landenrisico en de kapitaalverstrekkers het commerciële risico voor hun rekening nemen.