Ik heb soms ook het gevoel dat ik dingen niet snap; Ben Sombogaart verfilmt de wereld van zevenjarigen

De films van regisseur Ben Sombogaart gaan over kinderen die in conflict komen met de wereld van volwassenen. Hij is in staat om zes- of zevenjarigen geloofwaardig en natuurlijk te laten spelen. “Ik wil kinderen het avontuur zelf laten beleven. En ik laat ze daarbij volgen met de camera, alsof het een documentaire is.”

De films van Sombogaart zijn verkrijgbaar in de betere videotheek.

De meest gelauwerde Nederlandse kinderfilmregisseur gaat een boek van de meest gelauwerde Nederlandse kinderboekenschrijfster verfilmen. Ben Sombogaart maakt een verfilming van Abeltje van Annie M.G. Schmidt, het boek over de liftjongen die met zijn lift vol passagiers door het dak van een groot warenhuis schiet en rond de wereld vliegt. Op de financiering na - de film gaat ongeveer vijf miljoen gulden kosten - is alles rond.

Het scenario, dat Sombogaart en zijn producent Burny Bos, kinderboekenschrijver en maker van kinderprogramma's voor radio en tv, maakten is goedgekeurd door de schrijfster. Sombogaart: “We hebben er lang over gepraat, hoe je het boek in beelden zou moeten vertalen. Hoe je alle scènes in de lift visueel interessant maakt. Abeltje vliegt met de lift van hot naar her. Om al die gebeurtenissen voor een lange film overzichtelijk te houden, hebben we bedacht dat de moeder van Abeltje op speurtocht gaat naar haar zoon. Daardoor ontstaat een extra spanningsboog. Zo kun je situaties creëren die ervoor zorgen dat je de volgende aflevering weer kijkt, want we willen er ook een tv-serie van maken.”

“We hebben het scenario aan Annie voorgelezen. Ze wou het aan een stuk horen. Zo beleven de kinderen de film ook, zei ze. We hebben er van 's ochtends elf uur tot ver in de middag gezeten. Ze herinnerde zich niet alles meer, want het verhaal is uit 1953. Soms moest ze lachen, en dan vroeg ze: heb ik dat bedacht, of is dat van jou, Burny? De ene keer antwoordde Burny: dat heeft u bedacht, een andere keer was het een idee van hemzelf. Het resultaat vond ze goed: zo had ze het, dacht ze, bedoeld. En daar ging het ons om. Een film over Abeltje moet herkenbaar blijven als typisch Annie M.G. Schmidt, dat is een dogma.”

Abeltje wordt iets heel anders dan Sombogaart tot nu toe heeft gedaan. “Het is meer een fantasieverhaal, met dure visuele effecten. Alleen al de lift die door het dak schiet. En de kinderen in Annie's boeken zijn autonomer dan in mijn eerdere films. Ze zijn meer helden.”

Oer-Hollands

De films en tv-series voor kinderen waarmee Sombogaart de laatste jaren bekend werd, zijn realistisch van aard. Het zou allemaal echt gebeurd kunnen zijn, wat de 6-jarige kinderen in zijn tv-serie Kinderen van Waterland overkomt. De door de Avro uitgezonden serie, in afleveringen die hooguit een kwartier duren, gaat over de belevenissen van steeds verschillende kinderen op weg van school naar huis in Holysloot, dat in de serie model staat voor een oer-Hollands, waterrijk dorp.

Het zijn juweeltjes. Er gebeurt haast niets: kinderen komen uit school, het heeft geregend, ze springen stampend van plas tot plas naar huis. Maar je voelt hoe spannend de gebeurtenis voor de kinderen is. Het lijken net documentaires die door kinderen zelf gemaakt zijn, over hun eigen wereld. Nooit krijg je het gevoel: dit is wat volwassenen denken dat kinderen leuk vinden: snelle actietekenfilms vol flitsende laserstralen en superhelden. Natuurlijk, vinden kinderen ook die wel leuk, maar er is meer in de kinderwereld. Sombogaart weet dat als geen ander te verfilmen.

En niet zonder succes. Zijn film Mijn vader woont in Rio (1989), die voor de VPRO ook tot een televisie-serie werd bewerkt, won onder meer in 1989 de eerste prijs van de kinderjury op het filmfestival van Berlijn. Kinderen van Waterland won in München de Prix Jeunesse op een tweejaarlijks internationaal festival voor kinderprodukties. En begin dit jaar kreeg de film Het Zakmes, waarvan voor de AVRO ook een tv-serie werd gemaakt, de hoogste Amerikaanse tv-onderscheiding, de Emmy Award.

Sombogaart vindt het uiteraard leuk, die prijzenregen. Maar hij relativeert de betekenis ervan: “Het zegt natuurlijk iets over de kwaliteit van mijn werk, maar het aanbod van films en tv-series voor 5- en 6-jarigen is erg klein. Er zijn vooral veel goedkope animatiefilms, massaproduktie. Kinderen vinden ze leuk, en omroepen kopen ze goedkoop in. De omroepen durven het amper aan om eigen produkties te maken voor die leeftijdscategorie.”

Rotterdam

De vraag uit het buitenland naar een vervolg op Kinderen in Waterland, dat ook werd uitgezonden in Duitsland, Scandinavië en België, was zo groot dat Sombogaart inmiddels bezig is met een nieuwe serie met eenzelfde uitgangspunt: gebeurtenissen, kleine voorvallen, spannende belevenisjes van kinderen na schooltijd, op weg naar huis. Niet in een plattelandsgemeente, zoals vorige keer, maar in de stad. Als locatie koos Sombogaart Rotterdam, meer een moderne doorsneestad dan Amsterdam met al zijn grachten en oude geveltjes.

“We hebben voor deze serie heel lang gezocht naar goede scenario's, waarin in korte tijd iets kleins gebeurt. Het moest niet te ingewikkeld zijn en er mocht niet te veel dialoog in voorkomen. Het gaat ons om het beeld, de sfeer. Verschillende kinderboekenschrijvers hebben we scenario's laten maken. Maar het werkte niet. Het is vaak toch te talig; wat natuurlijk logisch is. Burny had de scenario's voor Kinderen van Waterland gemaakt, maar hij had geen tijd meer nieuwe te maken. Uiteindelijk was het Burny's dochter Tamara (23) die hetzelfde soort scenario's wist te leveren.”

Een deel van het succes van Sombogaart is zijn talent om kinderen van een jaar of zeven geloofwaardig en ongedwongen rollen te laten spelen. “Ik wil de kinderen het avontuur zelf laten beleven. Dat gevoel wil ik ze geven. En ik laat ze daarbij volgen met de camera, bijna alsof het een documentaire is,” zegt hij.

De keuze van de jonge acteurs is volgens Sombogaart heel belangrijk. Voor iedere aflevering heeft hij een of twee hoofdrolspelers nodig. Het liefst kiest hij kinderen die hij uit zijn omgeving in Amsterdam al een beetje kent. Maar in Rotterdam ging dat niet. Daarom vroeg hij kinderen op scholen. Sombogaart: “Zo krijgen we steeds groepen van veertig tegelijk. Ze moeten een paar dingen komen doen. Daar blijven er tien van over. Met hen doen we een workshop, waarin ze een paar opdrachtjes moeten uitvoeren en met een acteur wat spelen. Ten slotte kiezen we er een of twee uit. Met hen maak ik een kort speelfilmpje van een minuut, met een volwassen acteur. Dat leggen we op video vast. Ik kies kinderen die iets eigens hebben. Die niet meteen dichtklappen van al die aandacht van volwassenen. Ze moeten een beetje hun eigen gang gaan en wat kritiek kunnen verdragen. Als ze iets eigens hebben, is het leuk om naar ze te kijken.”

Is de keuze gemaakt, dan wordt er gefilmd: een hele dag, van negen tot vijf in de weer om drie minuten film te maken. Sombogaart heeft een speciale begeleidster voor de jonge acteurs bij de filmploeg, die spelletjes met ze doet en ze bezighoudt als er gewacht moet worden. “Kinderen vinden het vaak prachtig, al die aandacht: wil je een broodje, wil je wat drinken? De kleedster die bepaalt wat ze aanmoeten, het is allemaal spannend. Het spelen duurt meestal maar even. En als het niet helemaal lukt, dan ga ik met ze rennen, of we verzinnen wat anders om de geladenheid van 'het moet lukken' weg te nemen. Volwassen acteurs kunnen zich na een mislukking concentreren en opnieuw beginnen. Bij kinderen werkt dat niet.”

Het werken met kinderen is voor Sombogaart geen vooropgezet carrièreplan geweest. Hij begon twintig jaar geleden na de Filmacademie bij de Ikon. “Ze waren bezig met een nieuwe programmaserie, documentaires die lieten zien hoe gezinnen elders op de wereld leefden. Ik heb ik er een paar gemaakt over kinderen op Cyprus, in Libanon, in Afrika.” Daarna werkte hij vijf jaar voor de VPRO, waar hij Burny Bos, nu zijn producent, ontmoette. Hij maakte onder meer de eerste dertien afleveringen van het programma Achterwerk in de kast, waarin kinderen, zonder tussenkomst van volwassenen, zittend in een kast, voor de camera vertellen en laten zien wat ze leuk vinden.

Sombogaart: “Ik heb ook wel documentaires gemaakt voor volwassenen, maar ik vertel toch graag verhalen over kinderen. Ik identificeer me snel met een kind van een jaar of zes. Ik heb, net als een zes-jarige, nog steeds af en toe het gevoel dat ik dingen niet snap. Dat is een gevoel dat ik op de lagere school kreeg, en dat nooit meer is weggegaan. Dat is ook mijn thema, dat raakt me: een kind dat in confrontatie komt met de wereld van de volwassenen.”

In beide bekroonde kinderfilms is dat thema aanwezig. Mijn vader woont in Rio (scenario Burny Bos) gaat over een meisje van een jaar of zes, Liesje. Haar moeder verzwijgt dat haar vader in Nederland in de gevangenis zit. Hij werkte in Rio de Janeiro, wilde bij thuiskomst iets meesmokkelen, en werd gepakt. Om haar kind de schande te besparen, spreekt moeder met vader af dat ze zullen doen alsof hij nog steeds in Rio zit. Liesje mist haar vader, en stuurt hem brieven, die hij, met Braziliaanse postzegels, vanuit de gevangenis beantwoord. Bovendien haalt moeder een nieuwe vrijer in huis, als onderhuurder. Liesjes verlangen om haar vader te zien wordt zo groot, dat ze besluit in haar eentje naar Rio te vliegen. Hoe Liesje dat plan voorbereid en ten uitvoer brengt, en hoe de volwassen leugens een fatale uitwerking hebben, wordt geloofwaardig in de film in beeld gebracht.

Een soortgelijk conflict tussen een zesjarige en zijn ouders die niet begrijpen wat hun zoontje bezighoudt is het thema van Het Zakmes (1992, scenario Sjoerd Kuyper). Het jongetje Mees (gespeeld door Olivier Tuinier, een ontdekking van Sombogaart) krijgt op school een zakmes te leen van zijn vriendje Tim. Als hij het terug wil geven is Tim verhuisd, naar Almere, zonder een adres achter te laten. Aangezien zijn ouders geen oor voor zijn probleem hebben, zet Mees alles in het werk om zelf zijn verloren vriendje op te sporen en zijn mes terug te geven. Hij gaat onafhankelijk van zijn ouders, zelf zijn gang om zijn plannen waar te maken.

Golfoorlog

Sombogaart vertelt dat ook een nieuwe film waaraan hij bezig is, een soortgelijk thema heeft. De film gaat Mohammed zwijgt heten en vertelt over een jongetje uit een Koerdische familie uit Turkije. Vader werkt als gastarbeider in Nederland, en besluit tijdens de Golfoorlog dat het te gevaarlijk voor zijn familie in Turkije is, met al dat geweld zo dichtbij. Hij besluit zijn familie naar Nederland over te brengen. Maar Mohammed wil dat helemaal niet, hij wil veel liever bij zijn vriendje in Turkije blijven. De verhuizing gaat toch door, maar uit protest wil Mohammed niet meer praten. Hij verzet zich tegen de volwassenen, die hem niet snappen. Hij maakt zijn eigen wereld.

Was Sombogaart zelf zo'n dromer vroeger? Hij groeide op in het naoorlogse Amsterdam, vertelt hij. Zijn ouders gingen gebukt onder het verdriet van een overleden kind: vlak na de oorlog overleed hun 17-jarige dochter. Daarna werd Ben geboren, en het was haast onvermijdelijk dat zijn ouders in hem een vervanging van zijn zus zagen. Dat hij andere dingen wilde dan die zij van hem wensten, drong maar moeizaam tot hen door. “Ik heb altijd het gevoel gehad dat ze maar een stukje van mij zagen,” zegt Sombogaart. Hij loste dat op door zijn eigen wereld te scheppen, veel te fantaseren en te lezen. Op de lagere school bracht hem dat af en toe al in conflict met de volwassenenwereld, op de middelbare school werd het helemaal niets. Hij ging van school naar school, de HBS werd Mulo, terwijl zijn ouders tegenover kennissen en vrienden de schijn ophielden dat hij naar de HBS ging. Dat was een moeizame tijd. Vriendjes op de middelbare school had hij amper. Pas op de Filmacademie trof hij weer mensen bij wie hij aansluiting vond.

Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat Sombogaart interesse heeft voor de confrontatie tussen kind en volwassene. Maar boodschapperig - luister toch vooral goed naar uw kinderen! - zijn Sombogaarts films niet. “Het gaat me er in de eerste plaats om een verhaal te vertellen dat me raakt. En die thematiek... ik geloof dat alle ouders maar een deel van wat er zich in de hoofden van hun kinderen afspeelt, bevroeden, en ook kunnen bevroeden. Ik merk het bij mezelf: als ik druk ben, of geconcentreerd zit te lezen, en mijn kinderen komen met een of ander probleempje bij me, dan maak ik me d'r van af. Dan merk ik dat zij ook afhaken: ze maken er geen conflict van, maar gaan de oplossing elders zoeken.”