Hollands polderdrama over voortijdige pensionering

De laatste carrière, zaterdagavond, Ned.2, 20.21-20.56u.

Enig publicitair rumoer is de EO-dramaserie De laatste carrière, die morgenavond begint, reeds vooruitgesneld. Frits Lambrechts, door de producent naar voren geschoven als hoofdrolspeler, kon voor de EO niet door de beugel omdat hij - wegens zijn communistische verleden - niet geloofwaardig zou zijn als VUT-slachtoffer met christelijke gewetensnood. Daarop zei regisseur Jan Keja, uit solidariteit met Lambrechts, dat hij de serie onder deze omstandigheden niet wilde maken. In aller ijl moesten deze zomer anderen worden gezocht: de zanger en volkstoneelacteur Dick Rienstra voor de hoofdrol en de produktieve Nico Knapper, grondlegger van Zeg 'ns Aaa en Medisch Centrum West, als chef-regisseur.

De laatste carrière is, naar een idee van Ton Valkenburg en producent Han Peekel, ontwikkeld als Hollands polderdrama over voortijdige pensionering en de menselijke problemen die daarmee gepaard gaan. De omineuze titelmuziek en de openingsbeelden van een bedrijfspand in het rivierenlandschap doen dan ook enigszins denken aan het sociaal-realisme van VARA-series als Waaldrecht en Klaverweide uit de jaren zeventig. Maar wat zich vervolgens in de eerste aflevering ontvouwt, is pure soap naar Nederlandse snit: een beetje naturel, enigszins onhandige dialogen, mensen die elkaar in elke zin bij de naam noemen (zodat we goed weten wie wie is), expliciete vermelding van emoties en affreus patronaatstoneel in sommige bijrollen (de man die de directeur van de werf moet spelen, heeft zo te zien nooit eerder een sigaar in zijn handen gehad - hij weet waarachtig niet hoe hij het ding moet vasthouden).

Met deze dertiendelige serie, volgens de titelrol geschreven door het mij onbekende Collectief Foks, is nu ook de EO meegetrokken in de sector van het drama dat haakt naar de sympathie van de kijker. In vrijwel niets wijkt dit bleke werkje af van het lopende-band-drama bij andere omroepen. De EO-aap komt in de eerste aflevering alleen even uit de mouw als een man op de werf zich hardop afvraagt of het wel in de haak is wat collega Moustafa doet: godsdienstoefeningen in de tijd van de baas. “Daar kunnen wij als christenen nog een voorbeeld aan nemen,” peinst een ander. “Per slot van rekening is er voor ons ook nog een Baas met een hoofdletter.” Maar dat is alles. De EO wordt, zo kan de conclusie luiden, steeds gewoner.