Herbezinning tilt Fiat na diep dal weer uit de rode cijfers

ROME, 30 SEPT. Na enkele moeilijke jaren met rigoureuze reorganisaties is Fiat in de eerste helft van dit jaar weer uit de rode cijfers gekomen. De Italiaanse autofabrikant maakte over de eerste zes maanden van dit jaar een netto winst bekend van 727 miljard lire (807 miljoen gulden) na een verlies van 982 miljard lire in dezelfde periode vorig jaar. De omzet steeg naar 34,9 miljard terwijl de verkoop van het aantal personenauto's toenam tot 1,1 miljoen. Bijna driekwart daarvan werd afgezet in Europa, waarmee Fiat zijn marktaandeel bracht op 11,8 procent.

Fiat plukt daarmee de vruchten van het grootscheepse offensief dat het concern twee jaar geleden al heeft voorbereid voor bestorming van de internationale automarkten. Onder leiding van de nieuwe bestuursvoorzitter Paolo Cantarella brengt het concern, dat de drie belangrijkste volumemerken van Italië: Fiat, Alfa Romeo en Lancia inmiddels onder één vlag heeft gebracht, tussen 1992 en 1996 maar liefst 18 nieuwe modellen op de markt. Het laatste pronkstuk is de prestigieuze Lancia K, die volgende week op de autosalon in Parijs wordt gepresenteerd.

Vijf jaar geleden streed Fiat met Volkswagen om de vraag wie zich de grootste autofabrikant van Europa mocht noemen. Maar niet alleen Volkswagen, ook General Motors en PSA (Peugeot-Citroën) zijn het bedrijf uit Turijn inmiddels op de Europese markt voorbijgestreefd. Fiat, dat sterk rust op de thuismarkt waar ook dit jaar een derde van de ruim 2,3 miljoen auto's die het bedrijf maakt worden afgezet, werd getroffen door een dubbele economische crisis. Wereldwijd stortte de autoindustrie vorig jaar in elkaar terwijl ook Italië met één van de ernstigste economische recessies sinds decennia werd geconfronteerd.

Hoe diep dat bij een bedrijf als Fiat ingrijpt maakte de toenmalige bestuursvoorzitter Giovanni Agnelli, zijn familie is nog voor 40 procent eigenaar van het bedrijf, de aandeelhuders vorig jaar nog eens duidelijk per brief. Fiat en haar dochterbedrijven vertegenwoordigen 11,4 procent van de waarde van alle beursgenoteerde ondernemingen in Milaan, terwijl de fabriek met 300.000 werknemers één van de grootste werkgevers in Italië is.

Een ongeluk komt echter zelden alleen. Ook de noodlijdende truckdivisie van Iveco leed onder de economische terugval, de agrarische sector bestelde minder tractoren bij Fiat, zodat het bedrijf alleen nog geld verdiende aan zijn defensie-contracten. Niettemin vindt de nieuwe topman Cantarella het van visie getuigen dat ook in tijden van neergang aan de taktiek van een gediversificeerde modellenpolitiek voor de personenauto's is vastgehouden.

Op dit moment brengt de Fiat Groep 25 modellen op de markt, variërend van stadsauto's, zakenauto's tot 'ruimtewagens'. In Nederland hebben Fiat, Alfa en Lancia een marktpercentage van 6,6 procent. Naast de drie volumemerken Fiat, Alfa en Lancia, vallen ook Ferrari, Maserati en Innocenti onder Fiat, maar hun Europees marktaandeel van 0,1 procent valt te verwaarlozen.

Op technisch gebied is er bij Fiat binnen enkele jaren echter veel veranderd. Midden in de mezzogiorno in Melfi heeft Fiat een ultramoderne fabriek gebouwd waar de Punto van de band loopt. Het topmodel dat ruim 40 procent van alle verkopen van Fiat voor zich opeist. Melfi is opgezet volgen het Japanse lean-production systeem. Er zijn geen directiekantoren, de werkvloer is één grote ruimte zonder wanden die de afdelingen van elkaar scheiden, terwijl ingenieurs en arbeiders dezelfde inspraak hebben om bij fouten of onvolkomendheden de produktie stop te zetten. De gemiddelde leeftijd van het personeel is er teruggebracht naar 26 jaar, ruim twintig jaar jonger dan in andere Fiat-fabrieken in Italië. Onder Cantarella's leiding is ook een motorenfabriek in Serra gebouwd, die bijna een miljoen motoren per jaar produceert.

Fiat hoopt door die nieuwe activiteiten een grotere rol te kunnen spelen op de Europese markt waar naar verwacht dit jaar in totaal twaalf miljoen auto's zullen worden verkocht, 700.000 meer dan in 1993. “Maar de autoindustrie zit nog lang niet op zijn oude niveau”, betoogt Cantarella. “De verkopen zijn vorig jaar met 15 procent omlaag zijn gegaan. Er is dus absoluut nog geen reden voor een euforie-stemming.”

Niettemin heeft Fiat zijn verkopen in Europa, met name in Denemarken en de zuidelijke landen, het eerste half jaar van 1994 met 22 procent zien stijgen. Hoewel de thuismarkt zorgen blijft baren. Buiten Europa is in Brazilië de Tipo de best verkochte auto. Maar de problemen liggen voornamelijk in de Verenigde Staten waar Fiat nauwelijks marktaandeel heeft.

Fiat is derhalve nog steeds op zoek naar een strategische partner in de autowereld. hoewel op het gebied van onderdelen en toeleveranciers al nauw wordt samengewerkt met de PSA-groep (Peugeot-Citroën) van Jacques Calvet. Maar dat is net als Fiat een bedrijf dat voornamelijk in Europa actief is. Om die reden ziet Cantarellla niets in een directe fusie.